Posts tonen met het label indrukwekkend. Alle posts tonen
Posts tonen met het label indrukwekkend. Alle posts tonen

woensdag 30 augustus 2017

Reisverslag Sri Lanka 2017: dag 13

Zaterdag 22 juli: Bandarawela → Yala → Embilipitiya

Na de bijzondere dag met de treinreis gisteren belooft vandaag ook weer speciaal te worden: we hebben namelijk een jeepsafari in Yala National Park op het programma staan, een beschermd gebied voor dieren, waar onder andere luipaarden wonen.

We staan uiteraard weer vroeg op en nemen een douche in de gammele badkuip. De douche is verrassend goed: er zit erg veel kracht op en het water is een prima temperatuur. Het ontbijt is dan weer wat minder, al is er ook hier een mogelijkheid om wafels te maken, net als in ons hotel in Kandy.

Als we ontbeten hebben, pakken we de koffers in en gaan we richting de bus. Het eerste stukje van de rit is goed te doen: we stoppen namelijk al na vijf minuten om te tanken. Vervolgens rijden we door naar een programmapunt dat de reisleider zelf heeft ingevoerd. Hij steunt een lokale school, waar dove en slechthorende kinderen naartoe gaan. Ook is er een gedeelte voor blinde en slechtziende kinderen. Beide delen zullen we bezoeken.

Wanneer we bij de school voor dove en slechthorende kinderen aankomen, staan de kinderen al op ons te wachten. Sommige groepsleden hebben snoepjes of speeltjes voor ze meegenomen, die de kinderen maar al te graag aannemen. Ondertussen zien we het gebouw waarin de klaslokalen zijn. De muren zijn versierd met handgebaren en er zijn geen ramen. Zo kunnen we het lokaal inkijken en het oude meubilair zien.

Een deel van het handalfabet op de muur

Een leeg lokaal iets verderop kunnen we van binnen bekijken. In de ruimte zitten kinderen uit vier verschillende klassen. De muren zijn versierd met kleurige posters, die nog iets van vrolijkheid moeten brengen in de verder armoedige ruimte.

Een van de klaslokalen

De keuken van de school is nog erger. Overal zijn vliegen en er lijkt nauwelijks ruimte om te koken. Onze reisleider heeft verteld dat er soms niet eens geld is voor ontbijt, waarop wij met onze groep een donatie doen. Het is namelijk echt heel triest om te zien hoe deze kinderen moeten leven.

De kale eetzaal van de school

Achter het eerste gebouw gaat de school verder met andere klaslokalen en de slaapzalen. De slaapzalen zijn gevuld met simpele stapelbedden. Er zijn gordijnen voor de ramen, maar is er niets dat verkoeling brengt, behalve een open deur. De doucheruimtes en toiletten naast de slaapzalen zijn vies en vol met vliegen.

We gaan terug naar de voorkant van het gebouw, waar een doof meisje ons tegenhoudt. Ze heeft een pen in haar hand en wil dat we onze namen op haar hand schrijven. Ook wil ze weten hoe oud we zijn. Vervolgens gebaart ze dat ze op de foto wil en daarna nog met mij en met mijn vriend. Met handgebaren vraagt ze of we een stel zijn. Hierop knikken we, waarna ze naar haar ringvinger wijst. We dragen geen ring, zijn we niet getrouwd? Als mijn vriend het gebaar van een hartje maakt om te vertellen dat we ‘gewoon’ verliefd zijn en niet getrouwd, begint ze te giechelen.

Na nog een paar minuten zwaaien we de kinderen gedag en volgen we onze reisleider naar het gedeelte voor de blinde en slechtziende kinderen. Dit is nog triester om te zien dan de school voor de dove en slechthorende kinderen. Zij leken nog enigszins iets te hebben, maar deze kinderen hier hebben overduidelijk echt helemaal niets. Een groepsgenoot van ons, die zelf werkt met slechtziende kinderen, heeft speelgoed gekocht, dat ze overhandigt aan een juf in de hoop de kinderen nog iets te kunnen geven. Het is echt heel erg triest om te bedenken dat deze kinderen waarschijnlijk geen enkele kans op een goede toekomst hebben.

In stilte verlaten we de school en gaan we terug naar de bus. Ook in de bus gaat het gesprek alleen over de school die we net bezocht hebben. Hopelijk komt in ieder geval onze donatie goed terecht en hebben we de kinderen iets kunnen geven.

Langzaam verandert het gespreksonderwerp en richten we ons weer op het landschap om ons heen. We rijden inmiddels door de bergen met heel veel groen. In de buurt van het plaatsje Ella stoppen we om koffie te drinken. Het restaurant waar we iets drinken (met een koekje erbij!), heeft een uitzicht dat ons doet denken aan Yosemite: bergen, bomen en groen. Dankzij de zon en de heldere lucht is het echt schitterend om te zien.

Het uitzicht bij Ella

Na de koffiestop vervolgen we onze route. We rijden nu meer bergaf met af en toe flink scherpe bochten. In één van die bochten probeert een tuktuk ons aan de binnenkant in te halen. Hij kan nog net op tijd remmen, anders had hij zichzelf klem gereden tussen onze bus en de berg…

Bij de Rawana Falls stoppen we nog even voor een foto. Het is een populaire waterval voor lokale mensen, die het water gebruiken om in te baden of om gewoon hun tanden te poetsen. Helaas is er niet heel veel water door het gebrek aan regen in dit gebied.

De Rawana waterval

Van de waterval gaan we door richting het restaurant waar we zullen lunchen. Aan onze reisleider moeten we alvast onze lunch doorgeven, zodat hij die door kan bellen naar het restaurant. Dit hoeft hij niet voor iedereen te doen: een aantal groepsleden gaan niet mee naar Yala National Park. Zij stappen over op een jeep, die hen naar het hotel zal brengen.

Wij gaan door naar het restaurant in het Kithala Hotel. Als we zitten, krijgen we vrij snel ons eten. Vervolgens is het nog even naar het toilet en dan de jeep in voor de safari!

De safari wordt gedaan in jeeps, waarin maximaal zes mensen kunnen zitten. Wij krijgen nog een extra passagier erbij: onze reisleider stapt voorin naast de chauffeur in. Zou dit onze kans vergroten om een luipaard te zien? We zijn benieuwd!

Met de jeep leggen we het laatste stuk naar Yala National Park af, wat nog een kleine drie kwartier rijden is vanaf het restaurant. Vlak na de ingang stoppen we even, zodat de chauffeur en reisleider navraag kunnen doen over waar we de meeste kans hebben een luipaard te zien.

Even stoppen voor informatie

Als het tweetal weer terug is, begint onze safari echt. Wat ons gelijk opvalt, is het tempo. De chauffeur weet het gaspedaal goed te vinden, waardoor we lekker op en neer hobbelen in de jeep. Ook heeft hij er geen enkele moeite mee om andere jeeps in te halen. We hebben al snel door dat er verschillende maatschappijen zijn die jeepsafari’s door Yala doen. Terwijl chauffeurs van de jeepsafari’s in Senegal elkaar helpen om dieren te vinden, is daar hier absoluut geen sprake van: ze rijden hard door, halen elkaar in en snijden elkaar soms gewoon de pas af.

Na een tijdje stevig doorgereden te hebben zonder te stoppen voor bijvoorbeeld de zwijntjes die we zagen, komen we terecht in een file. Jeep na jeep staat stil op een zandpaadje zonder dat er iets te zien is.

File in het park

Het gerucht wordt verspreid dat er een luipaard te zien is, maar wij hebben geen idee waar. Langzaam begint de file te bewegen en komen we dichter bij een meertje. In de struiken, wordt er gezegd. We kijken… en zien inderdaad iets bewegen in de struiken. Gelukkig komt het iets dichterbij en steekt er ineens een luipaard de weg over.

Overstekend wild - letterlijk

Het luipaard gaat naar het meertje om te drinken. Hij trekt zich niks aan van ons: hij drinkt rustig en gaat dan zelfs nog even liggen. Niet heel lang, want na een paar minuten staat hij op en verdwijnt hij terug de struiken in. Alleen wat pootafdrukken in het zand bewijzen dat er net een luipaard heeft gelopen. Met grote ogen kijken we elkaar aan. We hebben zojuist echt een luipaard in het wild gezien!

Bijna oog in oog met een luipaard

Eigenlijk is de jeepsafari nu al geslaagd, maar we willen toch graag nog meer zien. De chauffeur geeft ons wat meer de kans dieren te zien en stopt zelfs een aantal keer voor foto’s van onder andere waterbuffels en krokodillen, die we regelmatig tegenkomen.

Krokodillen en waterbuffels bij elkaar

Behalve waterbuffels en krokodillen zien we ook veel vogels, zoals pauwen en ibissen. Olifanten, die ook in het park zitten, zijn we echter nog niet tegengekomen. Als we even een stop maken vlakbij de oceaan, spreken we groepsgenoten uit een andere jeep die al wel olifanten gezien hebben. Wij gaan snel verder met duimen, want olifanten willen we ook graag zien.

Een klein vogeltje bij de stop

Niet lang na de stop blijkt dat het duimen geholpen heeft: in de verte zien we ineens twee olifanten. Een mannetje en een vrouwtje verplaatsen zich rustig over een kaal stuk grasland. Het is heel indrukwekkend en rustgevend om naar te kijken, vinden we. Zulke grote, machtige dieren kom je immers niet elke dag tegen!

Eindelijk olifanten in het wild

Nadat we ongeveer honderd foto’s van de olifanten gemaakt hebben, rijden we verder. We zien nog meer waterbuffels, vogels en krokodillen, waaronder een vrij grote.

De grote krokodil

Langzaam begint het een klein beetje te schemeren. Het is inmiddels ook al tegen vijf uur. De chauffeur gaat richting de uitgang, waarbij hij nog wel even stopt voor de zwijntjes aan het begin van het park.

Kleine Pumbaatjes aan het begin van het park

We rijden terug naar het Kithala Hotel, waar we ons even snel opfrissen voor we onze eigen bus weer in gaan. In de bus wordt er druk nagepraat over de safari. We hebben gewoon een luipaard én olifanten in het wild gezien! Het wordt echter snel stiller in de bus, want het is een indrukwekkende dag geweest. Bovendien is het nog een eind rijden naar het hotel. We bewonderen de chauffeur, die de bus bestuurt over de donkere weg zonder straatlantaarns. Af en toe zijn er wel Boeddhabeelden langs de kant van de weg te zien, die verlicht zijn met een soort lichtgevende dartborden. Het doet ons in ieder geval erg aan Las Vegas denken.

Rond half acht komen we eindelijk bij ons hotel aan. Hoewel het donker is, kunnen we nog net zien dat het een erg mooi hotel is. Het lijkt ook een beetje op een kasteel met veel trappen en zijgangen. Onze kamer zit ook in een zijgangetje, waardoor hij erg rustig gelegen is.

Zonder echt uit te pakken, gaan we naar het restaurant om iets te eten. We blijven niet lang, want we willen graag nog even douchen: alles zit onder het zand van de jeepsafari. We vinden het niet erg, we hebben immers een mooie en bijzondere dag gehad. Morgen zullen we vast en zeker ook weer een bijzondere dag hebben, want dan staat het bezoek aan het oude Nederlandse fort Galle op het programma. Bovendien is morgen onze laatste echte reisdag, iets waar we ook wel naar uitkijken. Maar eerst is het douchen, tanden poetsen en naar bed, zodat we kunnen dromen over alles wat we vandaag gezien hebben.


Tot morgen!

Lees verder: Dag 14 (Embilipitiya --> Induruwa)



zondag 13 augustus 2017

Reisverslag Sri Lanka 2017: dag 7

Zondag 16 juli 2017: Trincomalee → Sigiriya → Habarana

Naar vandaag hebben mijn vriend en ik allebei lang uitgekeken: we gaan namelijk naar Sigiriya, de beroemde leeuwenrots van Sri Lanka. Het is het enige programmapunt vandaag, na het bezoek gaan we direct door naar ons hotel in Habarana.

Onze dag begint vroeg, aangezien we al om acht uur in de bus moeten zitten. Dankzij de douche, die niet warm wil worden, zijn we allebei gelijk goed wakker. Nog voor zevenen staan we al bij het restaurant voor het ontbijt, maar dit blijkt nog iets te vroeg. Als we vlak na zeven uur terug komen, kunnen we wel aanschuiven.

Na het ontbijt pakken we onze laatste spullen in en gaan we langzaam richting de lobby om uit te checken. We proberen nog even de wifi, die het vanochtend zowaar goed doet, en zorgen dat we keurig op tijd in de bus zitten. Rond acht uur vertrekken we en zijn we eindelijk echt onderweg naar Sigiriya.

Tijdens de rit is het landschap groen met weinig bebouwing. Wel zien we veel dieren: een grote pauw, apen, geiten, buffels en koeien. Ook komen we langs een groot waterreservoir, maar helaas zijn er geen olifanten te zien.

Vanuit Trincomalee rijden we direct naar Habarana, waar we even stoppen bij een pinautomaat voor de mensen die de excursies van gisteren nog moeten betalen. Helaas doet de pinautomaat het niet, zodat de reisleider nog iets langer moet wachten op zijn geld. Tegen ons heeft hij niets meer gezegd over de snorkelexcursie, dus we gaan ervan uit dat het goed is.

We rijden door naar Sigiriya en algauw zien we vanuit de verte de enorme rots. Niet lang daarna maken we een fotostop, zodat we de imposante rots op de foto kunnen zetten.

Onze eerste blik op Sigiriya

Na de fotostop rijden we door naar een restaurant voor de koffiestop met een koekje. Ook moeten we doorgeven wat we als lunch willen: buffet of iets van de kaart. Omdat de kaartkeuzes ons niet echt aanspreken, kiezen we beiden voor het buffet.

Tijdens de koffiestop wordt er besproken wie er straks niet mee gaat naar Sigiriya. Het is namelijk veel lopen en klimmen en hoewel er in de reisbeschrijving stond dat je goed ter been moet zijn, ziet niet iedereen het zitten om mee de rots op te gaan. Mijn vriend staat ook niet te popelen met zijn hoogtevrees, maar hij wil wel heel graag mee. Uiteindelijk blijft er een groepje van vijf personen achter.

De rest van de groep gaat de bus weer in en rijdt terug naar de ingang van Sigiriya. Van ongeveer 477 tot 495 was dit de hoofdstad van Sri Lanka. Koning Kassapa regeerde toen over het land en omdat hij niet al te lief was geweest voor zijn vader en halfbroer (hij had zijn vader gevangen gezet en later vermoord), zocht hij een plek die makkelijk te verdedigen was. De rots van Sigiriya was de perfecte locatie voor hem. Op de top liet hij zijn paleis bouwen, dat moeilijk te bereiken was door de steile rotswanden. Omdat hij wilde dat zijn verblijf dat van de Kubera, de god van de rijkdom, zou evenaren, liet hij rondom de rots een grote tuin aanleggen met fonteinen, rotsen en beelden. Ook liet hij de rotswand beschilderen. Voor de aanleg van dit alles, was zeven jaar nodig.

Tegenwoordig is Sigiriya meer een ruïne dan een paleis. In 495 pleegde Kassapa zelfmoord, nadat hij de aanval van het leger van zijn halfbroer verloren had. Zijn halfbroer riep Anuradhapura weer uit als hoofdstad van Sri Lanka en gaf Sigiriya aan de monniken die er voor Kassapa altijd gewoond hadden. Zij zorgden voor het gebied, maar uiteindelijk raakte het paleis steeds meer in verval.

Een ander verschil met vroeger is dat er nu een museum staat dat de geschiedenis van Sigiriya vertelt. Wij slaan het museum over en gaan richting de ingang van de tuin. Onderweg passeren we nog een prachtige lotusvijver, waarvan een aantal bloemen in bloei staat.

De lotusvijver met enkele bloemen in bloei

Van de lotusvijver gaan we door richting het toegangshek. Daar steken we een bruggetje over en dan staan we echt in de tuin van Sigiriya. Aan beide kanten van het wandelpad zijn een aantal vierkante vijvers, die vroeger waarschijnlijk gebruikt werden om in te baden. Op dit moment neemt alleen een eenzame krokodil een bad in de vijver.

De vijver met de krokodil (links midden)

Terwijl onze reisleider om de paar stappen stil staat om iets te vertellen over een plant of bloem, komen we langzaam dichter bij de echte beklimming van Sigiriya. Eerst nemen we nog een afslag naar links om de Rotstuin te bekijken. Hier zijn nog overblijfselen van oude fresco’s te zien, afbeeldingen op de rotsmuren. Monniken hebben geprobeerd de afbeeldingen te verwijderen, omdat de dames met ontbloot bovenlichaam te veel afleiding zouden geven bij het bidden.

Sigiriya komt steeds dichterbij...

Nu is het tijd om echt aan de beklimming te beginnen. De eerste trappen gaan nog goed, maar al snel gaat het tempo vanwege de warmte omlaag. Sommige trappen zijn erg steil, wat het langzamere tempo ook verklaart. Na een bijzonder lange, steile trap stoppen we dan ook even om van het uitzicht te genieten. Zelfs op deze kleine hoogte is dat al heel erg indrukwekkend.

Het uitzicht nog maar aan het begin van de klim

We gaan verder en bereiken via een zeer smalle ijzeren wenteltrap de Maagden van Sigiriya, waarvan je geen foto’s mag maken. Vroeger waren er zo’n vijfhonderd schilderingen op de 150 meter lange muur, maar door alle wind, regen, zon en ook door vandalisme zijn er nu nog slechts 21 over. Net als in de grot beneden stellen alle schilderingen vrouwen voor met ontbloot bovenlichaam. Niemand weet precies wie de vrouwen zijn, al zijn er verschillende theorieën.

Via dezelfde wenteltrap als eerst gaan we terug naar beneden, iets wat voor de mensen met hoogtevrees onder ons niet als prettig ervaren wordt. Gelukkig komt iedereen veilig beneden en kunnen we door naar de spiegelmuur. Dit is een stuk muur waar een mengsel van kalk, eiwit, bijenwas en honing overheen gesmeerd is, zodat het een zeer gladde en bijna weerspiegelende muur geworden is. Tijdens de 1500 jaar dat Sigiriya bezocht mag worden, hebben veel mensen iets op de muur gekrast als een soort graffiti. Tegenwoordig is het verboden om de muur aan te raken.

Na nog een stuk verder klimmen via brede stenen trappen met smalle treetjes bereiken we het Leeuwenplatform, de reden waarom Sigiriya de Leeuwenrots genoemd wordt. Op het platform zijn namelijk de reusachtige poten te zien van een leeuw. Vroeger was er een compleet leeuwenbeeld, dat de ingang van de trap naar het paleis vormde. Helaas zijn nu alleen de poten nog onbeschadigd.

Een van de twee leeuwenpoten van de rots

We pauzeren even bij de poten om foto’s te maken en om te kijken naar het laatste stuk trap. Als we al die treetjes ook gehad hebben, zullen we boven op de rots bij het paleis zijn. Onze reisleider geeft aan dat hij niet mee gaat: hij blijft op het Leeuwenplatform. De lokale gids, die vanaf het begin van de klim onze extra begeleiding is, zal met ons mee naar boven gaan.

Bij een leeuwenrots moet natuurlijk een leeuw op de foto!

In ons eigen tempo beginnen we aan het laatste stuk van de klim. Deze trap is anders dan de eerdere trappen: hij is gemaakt van ijzer met treetjes en daardoor voor de mensen met hoogtevrees weer niet prettig. Hij wordt gevolgd door een trap die door de weinige ruimte tussen de treetjes net niet lekker is om te lopen. Dan zijn er nog een paar korte trappen… en dan staan we eindelijk echt bovenop Sigiriya.

Het laatste stukje trap vanaf het Leeuwenplatform

We blijven even staan om rond te kijken. Het uitzicht is werkelijk adembenemend! De overblijfselen van het paleis trekken nauwelijks onze aandacht, onze ogen zijn alleen gericht op al het groen dat we overal om ons heen zien.

Het uitzicht op de top

Een aantal minuten later beginnen we beter rond te kijken. We lopen door naar de achterkant, waar we een waterreservoir kunnen zien in de verte. Ook kijken we meer naar wat ooit een groot, imposant paleis was.

Uitzicht aan de achterkant met de restanten van het paleis

Als we helemaal rondgelopen hebben, doen we nog een uitgebreide fotoshoot, omdat we het uitzicht thuis echt niet willen vergeten. Het is bijna niet te beschrijven hoe mooi het hierboven is. Mijn vriend heeft ook geen moeite met de hoogte hier: het uitzicht is veel te mooi om te denken aan hoogtevrees!

Nogmaals het uitzicht vanaf de top

Met tegenzin gaan we uiteindelijk terug naar het Leeuwenplatform, waar we wachten op de rest van de groep. Ondertussen eten we een broodje, omdat het opnieuw ver na lunchtijd is. Een zwerfhond, die blijkbaar ook alle trappen naar boven heeft gelopen, heeft hier wel interesse in, maar we geven hem niets, aangezien we niet zeker weten of hij helemaal ziektevrij is.

Heb je ook een broodje voor mij?

Wanneer de groep weer compleet is, gaan we terug naar beneden. Dat loopt toch iets makkelijker dan naar boven… en iets sneller! Als we bijna beneden zijn, komen we verkopers tegen, die boeken, beeldjes en andere souvenirs hebben. We lopen ze snel voorbij richting de bus, waar nog een hagedisje op een rotsblok van de zon geniet.

Een hagedisje in de zon

Nog diep onder de indruk stappen we de bus in en rijden we terug naar het restaurant waar we eerder koffie hebben gedronken. Daar ontmoeten we de vijf weer die niet mee geweest zijn. Samen lunchen we, al is lunchen een groot woord: het buffet heeft weinig keus en wat er is, heeft weinig smaak.

Rond kwart voor vier, als iedereen klaar is met eten, gaan we met de bus terug naar Habarana. Onderweg stoppen we nog een keer bij een andere pinautomaat, die het gelukkig wel doet. Omdat veel mensen moeten pinnen, duurt het lang voor we verder gaan. Ineens stopt de bus in een wat armoedig gedeelte van de stad. We moeten eruit, wordt ons verteld, en het laatste stuk lopen.

Een beetje verbaasd doen we wat er gezegd wordt. We passeren wat armoedige huisjes en komen uit bij een meer. Tot onze verbijstering zien we dat er mensen op de rug van een olifant zitten en zo een ritje om het meer maken. En ons hotel? Dat kijkt erop uit.

Het hotel zelf blijkt prima om te zien: er is een nette lobby, een zwembad en deze keer is er zelfs een lift die ons met onze koffers naar de tweede verdieping brengt. Onze kamer is ook erg mooi: we hebben een ruime slaapkamer met een trap naar nog een halve verdieping erboven. Ook hebben we een mooi groot balkon met uitzicht over het meer… en de olifantenritjes.

Ik doe snel de balkondeuren weer dicht en richt mijn aandacht op het wassen van wat kleding. Daarna trekken we onze zwemkleding aan voor een duik in het zwembad. Het wordt een korte duik, want het water is erg koud. Het frist daardoor wel lekker op, aangezien we door de beklimming van Sigiriya tijdens een gemiddelde temperatuur van meer dan dertig graden erg oververhit zijn geraakt.

Als etenstijd dichterbij komt, gaan we terug naar de kamer om te douchen. Het is een beetje improviseren, omdat er maar een erg zwak straaltje uit de douchekop komt. Ook hebben we zelf de hor voor het raampje van de badkamer maar dicht geplakt, dat hing namelijk half los. Zin in muggen in de kamer hadden we echter niet, dus dan maar wat plakband erop!

Rond kwart over zeven gaan we naar beneden om nog even van de wifi gebruik te maken voor we gaan eten. ‘Gebruik maken’ is eigenlijk wat overdreven: de wifiverbinding hier roepen we allemaal unaniem uit tot de slechtste die we tot nu toe in Sri Lanka gehad hebben.

Tegen kwart voor acht gaan we de eetzaal in. We hebben na de lange, inspannende dag best wel trek en het buffet ziet er veelbelovend uit. Schijn bedriegt in dit geval: al het eten blijkt ijskoud te zijn. De groente, de aardappels, het vlees… Alles is koud. Dit durven we niet te eten, de kans om ziek te worden, is nu veel te groot. Onze reisleider is ook nergens te bekennen, dus we kunnen geen beklag erover doen.

Pas na ruim een halfuur komt onze reisleider binnen. Hij maakt een praatje met de kok en meldt ons dat het eten nu wel warm is. We durven echter geen risico meer te nemen en houden het bij de salades, broodjes en een klein beetje pasta.

We verlaten de eetzaal na onze drankjes betaald te hebben en zitten nog een tijdje in de lobby, waar het door de open wanden flink door waait. In het restaurant zien we hoe onze reisleider een stevig gesprek voert met het personeel. Het is niet moeilijk te raden waar het over gaat!

Vrij snel gaan we terug naar onze kamer. Buiten horen we de wind tekeer gaan, het lijkt wel alsof er storm op komst is. We besluiten snel te gaan slapen, want we hebben weinig zin om een storm mee te maken. Bovendien moeten we morgen weer vroeg op, want we zullen al om acht uur vertrekken richting Polonnaruwa, de stad die we morgen zullen bezoeken.


Tot morgen!


Lees verder: Dag 8 (Habarana --> Polonnaruwa --> Habarana)



maandag 29 augustus 2016

Reisverslag Noord-Amerika 2016: dag 8

Zondag 17 juli 2016: Page --> Chinle

Na de drukke dag van gisteren met veel indrukken belooft ook vandaag weer bijzonder te worden: we gaan naar Monument Valley! Onze eindbestemming daarna zal het plaatsje Chinle (“Tsjinlie”) zijn, een rit van zo’n 225 mijl bij elkaar.

Onze dag begint zoals gebruikelijk vroeg, maar we vallen weer in slaap en worden uiteindelijk wakker van de wekker. Na het douchen, aankleden en oprollen van de waslijn schuiven we rond kwart over zeven aan bij de rij voor het ontbijt. Ongeveer een uur later laden we de auto in en nadat we getankt hebben, gaan we weer op weg!

Het eerste deel van onze rit gaat door een rotsachtig landschap. Daarna wordt het wat groener om vervolgens weer te veranderen in bergen met lage boompjes. We kunnen goed doorrijden en maken onze eerste stop in het plaatsje Kayenta, niet ver van Monument Valley.

Vanuit Kayenta rijden we door naar het Welcome Center van Monument Valley. Omdat dit op Navajo gebied ligt, is het geen nationaal park. Je hoeft dus ook geen toegang te betalen, maar uiteraard wel Navajo belasting.

Bij het Welcome Center boeken we onze jeeptour. Je kunt namelijk zelf met de auto door de vallei rijden, maar dit is niet aan te raden wegens de slechte wegen (of eigenlijk het ontbreken van wegen) en bovendien mag je bij bepaalde stukken niet komen met een eigen auto. Daarom reserveren we een jeeptour van tweeënhalf uur bij één van de winkels bij het Welcome Center onder leiding van een gids. Dit is allemaal geen probleem, onze gids zal ons zo op komen halen bij de winkel.

Dit ‘zo’ blijkt even te duren. We wachten en wachten, maar geen gids en geen jeep. De vrouw die onze tour geboekt heeft, adviseert ons door te rijden naar het Visitor Center van Monument Valley en het daar op de parkeerplaats te vragen. Dit doen we dus maar, al vinden we het een beetje vreemd. Gelukkig weten we op de parkeerplaats inderdaad iemand te vinden die de gids kan bellen en ons belooft dat hij er over vijftien minuten zal zijn.

We gaan daarom nog maar even het Visitor Center in en maken onze eerste foto’s van Monument Valley.

De eerste (en meest bekende) blik op Monument Valley

Monument Valley, vooral bekend van de vele westernfilms die er opgenomen zijn, bestaat uit zogenaamde tafelbergen: rotsvormen met een platte bovenkant. De vallei ligt voor een deel in de staat Arizona en voor een deel in de staat Utah. In het gebied wonen nog steeds Navajo’s, die het ‘Tsé Bii’Ndzisgaii’ noemen – de vallei in de rots. Voor hen is dit een heel bijzonder gebied, ze voelen zich er vredig en in harmonie met de natuur. De rotsen, die door de natuur zo zijn gevormd, worden door hen monumenten genoemd. Dit verklaart ook de naam Monument Valley.

Alle rotsen zijn door de natuur zo gemaakt

Bij het Visitor Center kunnen we goed zien hoe de rotsen door de natuur zijn gevormd. Vroeger lag het hele gebied onder water, maar de zee verdampte. Door aardbevingen ontstonden kloven, die steeds groter werden. Wind, water en ijs deden de rest van het werk en zorgden samen voor het bijzondere gebied.

De Merrick Butte, waarbij goed de strepen van de wind en vallende rotsen te zien zijn

We bewonderen de rotsen terwijl we wachten op onze gids. Deze komt uiteindelijk toch de parkeerplaats op en neemt ons mee de vallei in. Over een hobbelig weggetje dalen we af, waarna we even stoppen voor foto’s bij de West Mitten Butte, vooral bekend als ‘De Hand’ (alle rotsen hebben namen gekregen).

"De Hand"

Onze gids vertelt ons ondertussen iets over zichzelf en wil graag weten wat wij verwachten van de tour. Dan rijden we weer verder over de hobbelige zandweg langs verschillende prachtige rotsformaties.

Prachtige natuur in het park

Onze tweede stop is bij het bekendste punt van Monument Valley: de Three Sisters of John Wayne Point, vernoemd naar de acteur die films in Monument Valley opnam samen met regisseur John Ford. Naar hem is het John Ford’s Point vernoemd, een uitstekende rots waar vaak een paard op staat om mee op de foto te gaan.

De Three Sisters / John Wayne Point

John Ford's Point - op de uitstekende rots rechts staat vaak een paard

Na een lange stop bij dit punt, waarbij we veel foto’s maken van de prachtige rotsen en de schaduw van de wolken op de grond, vervolgen we onze tocht.

De wolken zorgen voor prachtige schaduwen

Onderweg zien we af en toe Navajo huisjes en natuurlijk heel veel bijzondere rotsen. We rijden door naar de Suns Eye: een opening aan de bovenkant van de rots, waar het zonlicht doorheen valt.

De Suns Eye

Vlakbij de Suns Eye ligt mijn favoriete rots van Monument Valley: The Submarine Rock, ook wel de Titanic genoemd. Wie goed kijkt naar de rots (en een beetje fantasie heeft), ziet dat het een beetje lijkt op de voorkant van een schip dat aan het zinken is.

Met de Titanic op de foto!

Onze gids heeft dan een verrassing voor ons: hij neemt ons helemaal mee naar het einde van Monument Valley. Daar hebben we een adembenemend uitzicht op de vallei.

Het uitzicht over de vallei

Door het prachtige uitzicht vallen we allemaal even stil. Nu begrijpen we pas goed hoe bijzonder Monument Valley voor de Navajo’s is.

Een heel bijzondere plek

Bijna met tegenzin gaan we verder. We maken nog een laatste stop bij de Ear of the Wind: een opening in de rots die op een oor lijkt. Ervoor ligt een grote zandduin… die onze gids graag met ons beklimt!

De Ear of the Wind

Als we boven zijn, zijn we er nog niet: we gaan weer omlaag en klimmen dan over de rotsen naar boven, zodat we als het ware in het oor zitten. Dit is een heel bijzondere ervaring. Je hoort de stilte om je heen, je voelt hoe vredig het in de vallei is. Het liefst zouden we hier heel lang blijven!

Het uitzicht vanuit het oor

Helaas moeten we terug naar het Visitor Center. We bedanken onze gids uitgebreid, die duidelijk laat merken dat hij echt zijn hart heeft verloren aan Monument Valley. Dat kunnen we nu maar al te goed begrijpen!

Langzaam keren we terug naar de realiteit van de dag. We eten een broodje in het Visitor Center en gaan dan de auto weer in. Onze eindbestemming vandaag is het dorpje Chinle, dat nog even een eindje rijden is. Als we binnen de dorpsgrenzen komen, zitten we ineens een stukje in een zandstorm met zeer beperkt zicht. Gelukkig komen we er vrij snel en zonder problemen doorheen.

We vinden ons hotel aan het einde van een lange weg. Er zit verder niets in de buurt, dus besluiten we in het restaurant van het hotel te eten. Omdat het hotel in Navajo-gebied ligt, wordt er alleen alcohol vrij bier geschonken, iets dat door de mannen in het gezelschap niet heel erg gewaardeerd wordt!

Na het eten nemen we nog een duik in het zwembad, waarvan het water best aangenaam is. Alleen als je eruit komt, is het dankzij de wind erg koud!

We gaan dan ook maar snel terug naar de kamer. Daar lezen we ons even in op morgen: een rit naar de plaats Moab voor een verblijf van twee nachten, maar eerst een bezoek aan het nationale park Canyon de Chelly (Canyon de “Tsjee”)!


Tot morgen!

Lees verder: Dag 9 (Chinle --> Moab)



dinsdag 23 augustus 2016

Reisverslag Noord-Amerika 2016: dag 6

Vrijdag 15 juli 2016: Flagstaff --> Page

Volgens het routeboekje valt de rit van vandaag mee: slechts 127 mijl. Wij weten wel beter: we gaan vandaag naar de Grand Canyon!

Omdat we ruim de tijd willen hebben voor dit prachtige nationale park staan we vroeg op. Het ontbijt zit gelukkig inbegrepen bij het hotel vandaag, zodat we niet op zoek hoeven te gaan naar een restaurant. Het is ook een prima ontbijt met ruime keus in broodjes, cornflakes en sap. Er is zelfs vers fruit, maar niet alles daarvan smaakt helaas even lekker…

Na het ontbijt pakken we de laatste spullen in en gaan we de auto inladen. Terwijl we inladen, zien we opnieuw een lange goederentrein voorbij komen, zoals hier ongeveer om het kwartier het geval is.

Om het kwartier rijdt er een lange goederentrein over het spoor langs het hotel

We checken uit en gaan rond tien voor half negen rijden. Het eerste gedeelte van de route is een zogeheten ‘scenic route’, oftewel een route met mooi uitzicht. Dit klopt: we rijden door de bergen met overal naaldbomen en komen tot een hoogte van 8000 voet (een kleine 2700 meter). Ook komen we langs Nordic Village, een dorpje in de bergen met allerlei wintersporten.

Door het Coconino National Forest komen we in de buurt van Red Rock Mountain, een – de naam zegt het al – rode rotsberg. Delen van de berg zijn zwart door brand en op andere stukken staan wat kleine boompjes.

Langzaam wordt de grond wat roder van kleur. We komen in de buurt van de 64 snelweg en zien een dorpje met western huisjes, compleet met wielen voor oude koetsen en houtsnijwerken. Ook komen we langs Bedrock City, een dorpje waar de Flintstones wereld is nagebouwd. Jaren geleden heb ik tijdens een vakantie in het hotel hier tegenover overnacht, dus dit is een leuke flashback!

Nu komen we echt in de buurt van de Grand Canyon. Het wordt steeds drukker met auto’s en ook zien we het vliegveldje waar voornamelijk helikopters vertrekken voor een rondvlucht over de canyon. Via de South Entrance, de zuidelijke ingang, komen we het park binnen. Er is echter nog niets te zien, ook niet vanaf de parkeerplaats waar we de auto weg zetten. We volgen lopend de bordjes en dan… staan we echt bij de Grand Canyon.

De eerste blik op de Grand Canyon

Het is eigenlijk niet te beschrijven hoe mooi en indrukwekkend de Grand Canyon is. Je moet je voorstellen dat je op een plateau staat en naar beneden kijkt en daar zie je alleen maar rotsen die hun vorm gekregen hebben door de rivier, de wind en ijs van vroeger. Het is heel bijzonder!

Bijna niet op foto vast te leggen: de indrukwekkendheid van de Grand Canyon

We nemen de tijd bij Mother Point, het eerste uitkijkpunt, en lopen een stukje langs de canyon. Aan de overkant zien we flinke rookwolken. Het blijkt dat er aan de noordkant een brand woedt, al sinds eind juni door blikseminslag. Het vuur is helaas niet onder controle te krijgen, de verwachting is dat het pas uitgaat bij flinke regenval. Gelukkig hebben wij geen plannen om de noordkant te bezoeken in verband met de afstand: hemelsbreed is het van het zuiden naar het noorden niet heel ver, maar met de auto moet je er helemaal omheen rijden. Dit betekent een rit van drie tot vier uur…

Rechts op de foto zijn de rookwolken te zien

Vanaf Mother Point nemen we de gratis shuttlebus. Deze brengt ons langs het bekende uitkijkpunt Yavapai Point terug naar Grand Canyon Village, waar we over kunnen stappen op een andere bus. Dat is heel goed geregeld hier: er rijden langs de hele canyon gratis shuttlebussen. Het gaat ook allemaal erg netjes met rijen en nauwelijks mensen die voordringen.

Met de blauwe shuttlebus rijden we langs Grand Canyon Village naar het volgende overstappunt. Onderweg zien we wat lodges (hotels) en een grote elk, een soort hert/rendier. Ook komen we langs de trein, die twee keer per dag aankomt bij de Grand Canyon.

Op het overstappunt stappen we, net als de meeste toeristen, over op de rode shuttlebus. Deze brengt ons de berg op naar heel mooie uitkijkpunten. We stoppen als eerste bij Maricopa Point, waar een oude mijn van vroeger te zien is.

De oude mijn

Vanaf Maricopa Point lopen we verder langs de canyon naar Powell Point. Ondanks de warmte besluiten we nog één punt verder te gaan naar Hopi Point. Hier hebben we voor het eerst zicht op de Colorado River, die de diepe kloven in de canyon uitgesleten heeft.

In het midden is de rivier te zien

We vervolgen onze reis met de bus en stappen uit bij Hermits Rest, het eindpunt van de rode route. Hier kunnen we even iets eten en uiteraard nog steeds genieten van het uitzicht.

Even pauzeren bij Hermits Rest

Als we iets gegeten en gedronken hebben in het gezelschap van enkele eekhoorns, gaan we met de bus terug naar het overstappunt. Onderweg zien we voortdurend de canyon, die er elke keer net weer anders uit lijkt te zien. De blauwe busroute laat minder van de canyon zien, maar wel zien we weer verschillende elks (herten).

Ook hier zitten veel eekhoorns

Terug in Grand Canyon Village lopen we naar de auto en rijden we langzaam richting de uitgang van het park. We stoppen nog wel bij Desert View, waar een grote uitkijktoren staat.

De uitkijktoren van Desert View

Ook bij Desert View is de Colorado River goed te zien. Helaas zien we ook de enorme rookwolken van de brand aan de noordkant.

Uitzicht vanaf Desert View met de rivier en de rookwolken

Na het eten van een heerlijk koud ijsje is het tijd om de auto weer in te gaan. Onze eindbestemming vandaag is het dorpje Page. Onderweg zien we nog wat stukjes van het begin van de Grand Canyon, maar daarna wordt het steeds droger en rotsachtiger. Af en toe zien we kraampjes langs de weg van Navajo Indianen die sieraden verkopen.

Zo’n 42 mijl voor Page komen we terecht in de rookwolken van de Grand Canyon brand. Het is op zich niet eng om te rijden, het is alleen wat slechter zicht en de brand is een beetje te ruiken.

Uiteindelijk komen we uit bij het dorpje Page waar we met een klein beetje moeite ons hotel kunnen vinden. Na een zeer trage incheck en kamerkaartjes die niet werken, zijn we er dan toch eindelijk. We leggen snel de koffers neer en gaan dan op zoek naar een restaurant. Vlakbij vinden we een Chinees, waar vanavond lopend buffet is. Het is er erg druk, maar dat komt omdat het eten prima is. Met volle maag keren we dan ook terug naar het hotel.

Daar proberen we nog even een duik te nemen in het zwembad, maar het water is zo koud dat we er snel weer uit gaan. Het liefst willen we nu nog even wat kleren wassen in de machines van het hotel, alleen heeft de receptie helemaal geen kwartjes om te wisselen, dus wordt het toch een handwas doen. Dit levert interessante taferelen op, want hoe hang je een waslijn op door een hotelkamer? Laat ik het erop houden dat we niet bang hoeven te zijn voor inbrekers die via de deur binnenkomen, want die hangen meteen in het wasgoed!

Als we alles opgeruimd hebben, zitten we lekker nog even op de kamer. We hoeven vanavond namelijk niet op tijd naar bed: morgen blijven we in Page en zullen we Antelope Canyon bezoeken. Dit bezoek staat iets voor half twaalf gepland, dus we kunnen lekker uitslapen.


Tot morgen!

Lees verder: Dag 7 (Page)