Posts tonen met het label boeddhisme. Alle posts tonen
Posts tonen met het label boeddhisme. Alle posts tonen

zondag 20 augustus 2017

Reisverslag Sri Lanka 2017: dag 10

Woensdag 19 juli 2017: Kandy

Voor vandaag staat er geen reisdag op het programma, we blijven in Kandy. Wel is er een strakke planning, want we hebben maar liefst vijf verschillende activiteiten te doen vandaag: de Tempel van de Tand en een edelstenenwinkel bezoeken, naar een zijdefabriek, de botanische tuin bekijken en als afsluiting van de dag zijn er plaatsen voor ons gereserveerd bij een show met traditionele muziek en dans.

De dag begint echter niet zo goed: ik ben ’s nachts niet lekker en heb veel last gehad van buikkrampen. Omdat ik heel erg naar Kandy uitgekeken heb, wil ik toch het programma meedoen. Gelukkig voel ik me na een prima douche wat beter en kan ik gewoon mee ontbijten. Hier is duidelijk te zien dat het hotel waar we verblijven wat luxer is. Er is namelijk heel erg veel keus en er is zelfs een mogelijkheid om wafels te laten bakken.

Na het ontbijt verzamelen we onze spullen voor de dag en wachten we in de lobby op de rest van de groep. Drie leden van de groep hebben zich afgemeld, omdat zij niet lekker zijn. Dit betekent dat we ons met vijfentwintig mensen in het kleine busje proppen, waar nu iets meer ruimte is dan gisteren: toen was het echt sardientjes in blik.

Tijdens het ritje naar beneden proberen we niet te veel na te denken of naar buiten te kijken, aangezien het nogmaals duidelijk wordt dat het een heel steile en smalle weg is waar je zeker geen tegenliggers tegen moet komen… Iedereen is blij als we beneden zijn en we weer in onze vertrouwde roze bus kunnen stappen.

Met de roze bus rijden we naar de Tempel van de Tand. Omdat deze tempel gelegen is aan een drukke straat moeten we allemaal snel uitstappen. We verzamelen op het plein en verdelen ons dan in twee groepen. De Tempel heeft namelijk gescheiden ingangen: eentje voor de mannen en eentje voor de vrouwen. Ook is er een tassencontrole. Dit heeft alles te maken met de aanslag die de Tamil Tijgers in 1998 bij de Tempel pleegden. Door middel van een bom die ontplofte, werd een groot deel van de voorgevel verwoest.

Iedereen van onze groep komt goed door de controle heen en dan staan we in het tempelcomplex. Voor boeddhisten is dit de belangrijkste tempel, omdat hier een hoektand van Boeddha bewaard wordt. Boeddha werd na zijn overlijden gecremeerd, maar gelovigen wisten onder andere de hoektand uit het vuur te redden. Acht eeuwen lang werd de Tand in India bewaard door hindoes, daarna werd hij teruggegeven aan de boeddhisten. In het haar van een dochter van de toenmalige koning werd de Tand naar Sri Lanka gesmokkeld. Na nog heel even in India geweest te zijn, kregen de Portugezen de Tand uiteindelijk te pakken in de zestiende eeuw. Zij verpulverden en verbrandden de Tand en gooiden de as ervan in zee. De Tand, zo vertelt de legende, is toen op wonderbaarlijke wijze weer hersteld en via de zee teruggekeerd naar Sri Lanka…

Het tempelcomplex begint met een simpele tuin. Er staan wat standbeelden en er zijn wat grasvelden, maar verder is het vooral het pad dat naar de tempel leidt. Halverwege staat een standbeeld van een monnik met een Engelse vlag. Het verhaal gaat dat, toen er afgesproken was dat Sri Lanka op 4 februari 1948 om twaalf uur ’s middags onafhankelijk zou zijn van de Britten, de monnik niet kon wachten op de onafhankelijkheid en de vlag al eerder naar beneden haalde.

Het standbeeld van de monnik met de Engelse vlag

We lopen verder naar de Tempel, die er van buiten erg groot uitziet. De Tempel maakt ook een statige indruk door de strakke lijnen en natuurlijk de witte kleur van de muren.

De Tempel van de Tand

Van binnen is de Tempel kleurrijker. Met behulp van afbeeldingen wordt de jaarlijkse parade uitgebeeld. Een keer per jaar wordt een kopie van de Tand in een relikwiehouder op de rug van een olifant gehesen en aan de stad getoond. Dit gebeurt door middel van een grote parade met muzikanten, dansers en olifanten. Alleen een grote olifant met rechte slagtanden mag de kopie dragen: alles moet perfect zijn voor de Tand.

Kleurrijke versiering in de Tempel

Als we voorbij de afbeeldingen echt de Tempel in gaan, valt ons meteen op hoe druk het is. Boeddhisten, vooral vrouwen, staan in een lange rij met hun handen vol met eten en / of bloemen om te offeren, terwijl toeristen erom heen staan in de hoop een goed plaatsje te hebben voor de offerceremonie. Bij de offerkamer, een ruimte op de begane grond, staan diverse mannelijke boeddhisten in speciale kleding met vlaggen en muziekinstrumenten. Zij leiden de offerceremonie in.

Het begin van de offerceremonie

Onze reisleider zoekt een plaatsje voor ons op het plateau tussen de begane grond en de eerste verdieping. Zo kunnen we zien hoe af en toe een man met offers de offerruimte in gaat en hoe andere mannen met muziek en een vlag om de offerkamer heen lopen.

Om de offerkamer heen lopen

Ondertussen wordt het steeds drukker. De rij van de boeddhistische vrouwen wordt langer, toeristen proberen nog een plaats te vinden om goede foto’s te maken. De bovenverdieping staat ongetwijfeld ook helemaal vol, want daar wordt de Tand bewaard.

De bovenverdieping van de Tempel

Wanneer de mannen aan hun tweede rondje om de offerkamer beginnen, wenkt onze reisleider ons dat we naar boven moeten gaan. Uit respect voor de biddende en offerende boeddhisten bergen mijn vriend en ik onze fotocamera’s op. We volgen de meute naar boven, waar twee rijen blijken te zijn: één voor de offerende boeddhisten en één voor de toeristen. Voetje voor voetje schuifelen we naar voren. Enkele bewakers zorgen ervoor dat de offerrij blijft bewegen. De toeristen bewegen langzaam, iedereen wil graag een foto van de Tand. Deze is echter niet te zien, alleen de gouden reliekhouder is zichtbaar. Wij vangen er nog net een glimp van op, dan gaan de deuren dicht. De puja, het offeren, is voorbij.

Nog steeds voetje voor voetje schuifelen we door langs een lange tafel vol met lotusbloemen. We proberen bij de rest van de groep te blijven, maar een klein groepje Aziaten maakt dat wat moeilijk door precies tegen de richting in te gaan… Uiteindelijk zien we onze reisleider en weten we dat we naar beneden moeten. Vervolgens moeten we een andere trap op naar de Alut Maligawa, de Zaal van de Nieuwe Schrijn. Onze reisleider valt uit tegen een paar Aziaten die voor willen dringen door via de uitgang naar binnen te gaan. Hierbij snijden ze ook nog een boeddhistische vrouw met een kindje de pas. Wij wachten rustig even en lopen dan een rondje door de kleine zaal vol met Boeddhabeelden, boeken en allerlei andere voorwerpen die iets met de Tand te maken hebben.

Na het verlaten van de Alut Maligawa staan we weer bij de offerkamer beneden. Hier kunnen we goed zien hoe indrukwekkend de ruimte is.

De grote offerkamer in de Tempel

We lopen door naar de andere kant, waar een soort museumruimte is. Met behulp van grote platen wordt het verhaal van de Tand verteld. Ook staan er een heleboel verschillende Boeddhabeelden. Elke houding betekent weer iets anders, bijvoorbeeld dat het niet belangrijk is of je rijk of arm bent of groot of klein: iedereen is welkom voor Boeddha.

Boeddhabeelden in het museum

Als we uitgekeken zijn, gaan we naar buiten, waar we nog een laatste blik op de Tempel kunnen werpen. Buiten is goed het gouden dak te zien, waaronder de Tand bewaard wordt. Op het plafond zijn gouden lotusbloemen aangebracht om alles net dat beetje extra te geven (zie de foto van de grote offerkamer in de Tempel)..

De Tempel buiten

Langs de oude ingang en een ruimte gevuld met olielampjes voor mensen die als het donker is willen bidden, komen we bij de uitgang van de Tempel. Door een straatje vol met kraampjes komen we weer bij de hoofdstraat. Het is even wachten, maar dan kunnen we onze bus opnieuw in.

Fontein in het zijstraatje van de hoofdstraat

Met de bus rijden we naar de edelstenenwinkel. Inmiddels heb ik weer flink last van buikkramp. Gelukkig kunnen we even zitten, terwijl we een kort filmpje te zien krijgen over hoe edelstenen gevonden worden in Sri Lanka. Vervolgens mogen we in het museum rondkijken… en gaan we uiteraard de winkel in. De reisleider, die weet dat ik niet helemaal lekker ben, bereidt ondertussen een speciaal Sri Lankaans drankje voor me. Het zou moeten helpen, maar de smaak is zo verschrikkelijk dat ik me mogelijk nog zieker voel.

Samen met mijn vriend en een aantal anderen wacht ik buiten, terwijl sommige groepsleden inkopen doen. De frisse lucht, die frisser lijkt door de korte maar hevige regenbui van toen wij net binnen waren, helpt en ook de kramp in mijn buik wordt iets minder. Ik wil het liefst nog verder mee – ik ben erg benieuwd naar de botanische tuin en de show – maar we besluiten uiteindelijk toch dat het beter is om terug naar het hotel te gaan. De reisleider laat een tuktuk voor ons regelen, we spreken een prijs af en verlaten dan de groep.

Ik vind het erg jammer dat we eerder terug moeten, al blijkt het minder erg te zijn om in een tuktuk de berg op te gaan dan in het kleine busje. Eenmaal in het hotel begin ik me ook langzaam iets beter te voelen: we lunchen op ons gemak in een heel sjiek lunchrestaurant en genieten van het werkelijk prachtige uitzicht.

Het uitzicht

De Tempel van de Tand, gezien vanaf ons hotel (met flinke zoom)

 Na het eten trekken we lekker onze zwemkleding aan en gaan we naar het zwembad van het hotel, dat te bereiken is via een lange trap. Een verfrissende duik doet me ook goed, evenals de warme zonnestralen.

De rest van de middag brengen we bij het zwembad door, heerlijk ontspannen. Tegen zes uur gaan we terug naar de kamer, zodat we om zeven uur naar het diner kunnen. Als we richting het restaurant lopen, zien we de rest van onze groep – zij zijn nu pas terug. Aan de verhalen te horen hebben we een paar mooie dingen gemist, maar eigenlijk ook weer niets: in de zijdefabriek ging het meer om het moeten kopen van kleding, de botanische tuin was heel erg veel lopen en de show was min of meer een uur lange versie van wat we vanochtend in de Tempel gehoord hebben. Alles bij elkaar hebben we dus een goede keuze gemaakt om terug te gaan.

Hoewel we eigenlijk wilden eten en dan snel terug naar de kamer, raken we in het restaurant aan de praat met enkele groepsgenoten en zijn we pas later terug. We gaan vrij snel naar bed en zetten geen wekker, aangezien we morgen een heerlijke vrije dag hebben.


Tot morgen!

Lees verder: Dag 11 (Kandy)



donderdag 17 augustus 2017

Reisverslag Sri Lanka 2017: dag 9

Dinsdag 18 juli 2017: Habarana → Dambulla → Kandy

Vandaag is voorlopig even onze laatste reisdag: we rijden van ons hotel in Habarana naar de stad Kandy, waar we drie nachten zullen blijven. Onderweg naar Kandy hebben we nog een aantal stops op het programma staan, waaronder eentje bij de Gouden Tempel van Dambulla.

Vanwege de wind, die nog steeds flink tekeer gaat, zijn we al vroeg wakker. Rond half zeven staan we echt op om te douchen en om daarna te gaan ontbijten. In het restaurant is het nog erg rustig, al wordt het snel drukker: iedereen moet natuurlijk weer op tijd in de bus zitten. Zodra we klaar zijn, gaan wij dan ook meteen naar de receptie om onze rekening te betalen. Nu is er wel gewoon wisselgeld, terwijl het pas half acht ’s ochtends is. Het lijkt er sterk op dat de man van gisteravond geen zin had om wisselgeld te pakken, ook al was het er gewoon.

We gaan terug naar de kamer, pakken de laatste spullen in en checken dan snel uit. Onze spullen gaan een klein busje in, dat de koffers naar onze eigen bus brengt (het pad naar het hotel is te smal voor onze bus). Wij lopen erachter aan, omdat we geen zin hebben om naar een olifant te kijken die met kettingen om zijn nek aan het werk wordt gezet.

Als iedereen in de bus zit, vertrekken we richting Kandy. We zijn nauwelijks onderweg of de buschauffeur moet vol op de rem: in de verte is een olifant te zien.

Een wilde olifant, gezien vanuit de bus

We zijn net weer onderweg als er opeens een gil klinkt. Deze keer is er geen olifant te zien, maar zit er een kakkerlak in de bus… Het duurt even voor de rust is wedergekeerd, maar dan zijn er geen onderbrekingen meer en kunnen we gewoon doorrijden naar Dambulla.

In Dambulla is onze eerste stop bij een markt voor handelaren. In plaats van kraampjes waar je iets kunt kopen, staan er overal mensen en auto’s met diverse soorten fruit en groente. Bananen worden met trossen tegelijk verkocht, aardappels worden in zakken op auto’s geladen en mango’s worden in grote kratten aangeboden. Het is één grote chaos van mensen en vrachtwagens die door elkaar heen lopen en rijden. Om de chaos helemaal compleet te maken, worden er nog berichten omgeroepen die eigenlijk niemand verstaat.

In de chaotische markthal

Nadat we door de overdekte markthal heen gelopen zijn, gaan we terug de bus in. We rijden door richting de Gouden Tempel van Dambulla, maar eerst gaan we koffie drinken. Het restaurant zit in hetzelfde gebouw als de TV- en radio-omroepen en dat gebouw staat… naast een boeddhistische tempel.

Wanneer we ons drinken en koekje op hebben, lopen we naar de tempel. Meteen zijn we onder de indruk, want we zien een prachtig groot Boeddhabeeld gemaakt van goud.

De gouden tempel van Dambulla

We kijken een tijdje rond op het plein voor het museum met het gouden Boeddhabeeld. Er staan veel bakken met bloeiende bloemen, er zijn twee olifantenbeelden en wat hoger zien we standbeelden van boeddhistische monniken die een offer aan Boeddha brengen.

Beelden van offerende monniken

Na het maken van foto’s beginnen we aan de klim naar de echte tempel. De tempels liggen namelijk halverwege een 160 meter hoge rots. Om er te komen, moeten we langs steile trappen en paden naar boven. Een hele klim, maar het uitzicht is erg mooi.

Het uitzicht met in de verte Sigiriya

Zodra we bij de tempels zijn, is er natuurlijk weer het ritueel met schouders en knieën bedekken en schoenen uit. Het valt ons op dat er zelfs videobewaking is hier, maar de gouden Boeddhabeelden kunnen dat natuurlijk verklaren.

De grottempels van Dambulla bestaan uit diverse grotten met daarin Boeddhabeelden. De tempels zijn al in de eerste eeuw voor Christus gebouwd door koning Valagambahu I. Nadat hij zich veertien jaar lang in de grotten schuil had gehouden, liet hij het gebied ombouwen tot een tempelcomplex. Vandaag de dag wordt het druk bezocht door zowel boeddhisten als toeristen en woont er een grote groep apen.

Twee  van de vele apen die in het tempelcomplex wonen

We beginnen ons tempelbezoek bij de eerste grot – de Devaraja Viharaya, wat Tempel van de Heer der Goden betekent. Het is een tempel met een zeer smal pad, omdat de meeste ruimte in beslag genomen wordt door een liggend Boeddhabeeld van veertien meter lang. We moeten in groepjes de tempel in om het te bekijken, zo smal is het pad ervoor.

Een deel van het liggende Boeddhabeeld

Van de eerste grot gaan we naar de tweede – de Maharaja Viharaya, wat Tempel van Grote Koningen betekent. In deze grot zien we opnieuw een grote liggende Boeddha, maar daarnaast ook een heleboel zittende Boeddha’s. Het is bijna niet te tellen hoeveel beelden er staan, zo veel zijn het er. De details in de grot zijn ook prachtig: de beelden zijn zeer gedetailleerd en daarnaast is het plafond ook versierd met patronen en afbeeldingen van Boeddha.

Een aantal van de vele Boeddhabeelden

De derde grot is de Maha Alut Viharaya, wat Grote Nieuwe Tempel betekent. Ook hier zijn veel details te zien, zowel op de beelden als op het plafond. Daarnaast heeft deze grot ook weer een liggende Boeddha. Aan de tenen is te zien of het een slapende Boeddha is of een overleden Boeddha: als de tenen gelijk zijn, stelt het een Boeddha in rust voor (Boeddha sliep slechts twee uur per dag) en als de tenen ongelijk zijn, stelt het beeld een overleden Boeddha voor.

In de Maha Alut Viharaya

Na de derde grot bezoeken we nog de twee laatste kleinere grotten: de Pacchima Viharaya (Westelijke Tempel) en de Devana Alut Viharaya (Tweede Nieuwe Tempel). In de Pacchima Viharaya proberen we zo kort mogelijk te blijven, aangezien de kleine tempel een geluidsalarm heeft bij de ingang om ongewenste dieren buiten te houden. De laatste tempel, de Devana Alut Viharaya, heeft nog een bijzonderheid: vijf Boeddhabeelden zijn van baksteen en stucwerk gemaakt in plaats van van goud, zoals de andere beelden.

In een flink tempo lopen we vervolgens terug naar beneden en gaan we weer naar de bus. Na een kort ritje stoppen we bij een houtbewerkingswinkel. De eigenaar vertelt ons iets over de verschillende houtsoorten waar hij mee werkt en over hoe het hout bewerkt wordt. Dan mogen we door de winkel lopen, waarbij het natuurlijk de bedoeling is dat we iets kopen. Het is allemaal even prachtig, maar ook allemaal even prijzig en bovendien willen we niet het risico lopen dat het hout is dat we niet naar Nederland mee mogen nemen.

Een detail van een handgemaakt houten tafeltje

Voor de winkel wachten we tot iedereen klaar is met winkelen. Een aantal mensen hebben maskers gekocht, die erg bekend zijn op Sri Lanka. Ze hebben ook allemaal een eigen betekenis, net als de olifantenbeeldjes: als de olifant zijn slurf omlaag houdt, biedt het beeld bescherming en als de olifant zijn slurf omhoog houdt, moet het beeld geluk brengen.

Met de bus rijden we vervolgens naar het restaurant waar we gaan lunchen. Het is een mooi restaurant en het eten is prima. Wel hebben we medelijden met een zwerfhondje dat water uit de bak met lotusbloemen drinkt.

Als iedereen klaar is met eten, steken we de weg over naar een kruidentuin. Een jongeman leidt ons rond en vertelt ons over de verschillende dingen die er groeien: onder andere koffie, cacao, vanille, ananas en nootmuskaat. Dan neemt hij ons mee naar een overdekte ruimte, waar we op plastic stoelen moeten gaan zitten die in een grote kring neergezet zijn. Tot onze verbazing krijgen we een compleet document met allerlei producten die er verkocht worden. Onze rondleider begint de producten één voor één toe te lichten met alle voordelen die het product heeft. Als we hem moeten geloven, kunnen we dankzij de producten honderd procent gezond en met zachte huid en zacht haar door het leven gaan.

Cacaoplant in de kruidentuin

Bijna hoofdschuddend luisteren we naar het verhaal. Onze rondleider eist ook complete aandacht, want zodra er gepraat wordt, is het ‘Listen, Sir, Madam’ en wacht hij tot het weer stil is. Het komt op ons heel erg over als een Tupperware-party… maar dan nog een tandje erger.

Uiteindelijk is het verhaal klaar en kunnen we nog een gratis massage krijgen, als we dat willen. Wij slaan beiden over, hier hebben we echt geen zin in. In de winkel, die we uiteraard daarna bezoeken, houden we onze aankoop bij een klein flesje vanille-aroma voor in de taart, meer producten hebben we echt niet nodig!

Voor we de kruidentuin eindelijk verlaten, is er flink wat tijd verstreken. We gaan de bus in en de chauffeur zet de bus in zijn achteruit om de weg op te gaan. Als hij verder wil rijden, wordt hij ineens aangehouden door de politie wegens ‘gevaarlijk rijden’. De reisleider gaat zich er snel mee bemoeien met de mededeling dat hij hogere vrienden heeft bij de politie, die de agent wel even op zijn plaats zullen zetten (of met de mededeling dat de bus vol zit met blanke toeristen…). In ieder geval mag de chauffeur zonder boete verder rijden.

Nu gaan we echt onderweg naar Kandy. Onderweg zien we op een berg nog een Boeddhabeeld dat de plek herdenkt waar 2100 jaar geleden het eerste boeddhistische boek werd geschreven. Vijfhonderd monniken schreven mee aan de zestienhonderd bladzijden. Later zijn er nog meer boeddhistische boeken geschreven.

We rijden door het dorpje Matale, waar het een stuk drukker is. Via een bochtige weg gaan we meer de bergen in, waar we een prachtig uitzicht hebben.

Het uitzicht op de berg

Vervolgens rijden we door diverse kleine dorpjes tot we in de buurt van Kandy komen. Voor het eerst deze vakantie komen we een weg met maar liefst twee banen tegen, wat ook wel nodig is met het drukke verkeer. Het is duidelijk dat we in een grote stad zijn, die rekening houdt met toeristen: zo zien we bijvoorbeeld een KFC restaurant…

De bus stopt bij een winkel voor sanitair. Niet om iets te kopen, maar omdat de bus te groot is om de berg op te gaan. Een klein busje brengt ons via een zeer, zeer steile weg naar ons hotel op de top van de berg. Een ander busje brengt de koffers. Wij krijgen netjes een welkomstdrankje, terwijl we genieten van het prachtige uitzicht. Morgen, als het lichter is (het is al avond nu), willen we er zeker foto’s van maken.

We gaan naar onze kamer, wachten op onze koffers en frissen ons dan een beetje op voor we naar het buffet gaan. Het is een uitstekend buffet met zeer veel keus. Ook hebben ze deze keer wat meer ‘bekende’ keuzes, zoals frietjes en broodjes hamburger. Helemaal opvallend is de verse sinaasappelsap die er te krijgen is. Het smaakt allemaal heerlijk!

Na het eten gaan we vrij snel naar de kamer, aangezien we morgen weer een lange dag hebben. Dan zullen we de bekende Tempel van de Tand bezoeken, de botanische tuin en een show met traditionele dans en muziek.


Tot morgen!

Lees verder: Dag 10 (Kandy)



zondag 6 augustus 2017

Reisverslag Sri Lanka 2017: dag 4

Donderdag 13 juli 2017: Anuradhapura

Vandaag is geen reisdag voor ons: we blijven in Anuradhapura. Wel staat er veel op het programma (we zullen drie verschillende tempels bezoeken), dus het zal zeker geen rustdag worden!

Ook vandaag begint onze dag vroeg, aangezien we opnieuw om half negen zullen vertrekken. Nadat we gedoucht hebben, gaan we naar het ontbijtbuffet. Het is niet zo goed als in ons eerste hotel, maar nog steeds hebben we keuze uit verschillende broodjes, groente, fruit en natuurlijk… curry’s.

Na het ontbijt ruimen we even de laatste dingen op de kamer op en dan gaan we naar de bus. Onze reisleider meldt meteen dat we onze sleutel af moeten geven bij de receptie, omdat de kamer anders niet schoon gemaakt wordt: het hotel heeft geen extra sleutels. Als iedereen dit geregeld heeft, vertrekken we.

Onze eerste stop is in het oude gedeelte van Anuradhapura. De stad was vroeger de grootste van Sri Lanka met ruim twee miljoen inwoners. In die tijd, Anuradhapura was hoofdstad van ongeveer 250 voor Christus tot ongeveer 1000 na Christus, werden veel indrukwekkende bouwwerken gemaakt. Veel ervan zijn nog bewaard gebleven, al zijn sommige bouwwerken nu alleen nog ruïnes.

Wij bezoeken als eerste de rotstempel van Isurumuniya. Voordat we de tempel ingaan, worden we afgeleid door een watervaraan, die zich half verborgen houdt in de lotusvijver voor de tempel. Ook zien we voor het eerst een Sri Lankaans ijsvogeltje.

Watervaraan in de lotusvijver voor de tempel

Nadat er foto’s gemaakt zijn van de dieren, gaan we naar de tempelingang. Opnieuw moeten we onze schoenen uitdoen. Bij deze tempel wordt er tevens streng gecontroleerd of alle schouders en knieën goed bedekt zijn. Dit mag met een lange broek, maar ook met een doek om de benen geslagen. Deze moet wel de knie helemaal bedekken, iets waar één van de controleurs het niet bij iedereen mee eens is. Pas als ze de doeken zelf heeft goed gedaan bij enkele groepsgenoten mogen we naar binnen.

We staan op een zanderige ondergrond met voor ons een grote vierkante vijver voor een aantal rotsen en links een witte dagoba, net zoals we gisteren gezien hebben. Deze is alleen een heel stuk kleiner. Op de rotsen zien we een afbeelding van een olifant, die een soort bewaker voor moet stellen.

De tempel van Isurumuniya

Ons bezoek begint in de kleine vierkante tempel naast de rotsen. Het is er binnen zo smal dat we niet allemaal tegelijk erin kunnen. In de tempel bevinden zich enkele Boeddhabeelden, maar door het glas ervoor, zijn ze lastig te zien.

Als we weer buiten staan, lopen we de trap af en gaan we naar het volgende tempelgedeelte. Hier zien we een grote liggende Boeddha in prachtige kleuren. Dit valt ons op, omdat we tot nu toe vooral wit en goud als kleuren van het boeddhisme hebben gezien. Ook de rest van het tempelgedeelte is versierd met veel kleur, tot aan het plafond toe.

Groot gekleurd Boeddhabeeld

We verlaten het beeld en lopen door naar het museum dat bij het tempelgedeelte hoort. Er zijn vooral oude stenen beelden, met als hoogtepunt de ‘Minnaars van Isurumuniya’: een beeld dat een oude koningszoon moet voorstellen met het meisje van lagere afkomst op wie hij verliefd was. Volgens het verhaal zou hij zelfs zo verliefd zijn geweest dat hij zijn troon voor haar op gaf.

Na het museum krijgen we nog twintig minuten om zelf in het tempelcomplex rond te kijken. We keren snel nog even terug naar het grote gekleurde Boeddhabeeld, omdat we het zeer indrukwekkend vinden. We hebben nu ook meer oog voor de details, zoals dat de mensen achter het liggende beeld Boeddha’s leerlingen moeten voorstellen.

Heel indrukwekkend!

Van het gekleurde Boeddhabeeld gaan we naar de trap, die beter begaanbaar is dan gisteren, om te klimmen naar de dagoba. Hier ligt geen relikwie in van Boeddha, maar er staan wel verschillende Boeddhabeelden om de dagoba heen.

De dagoba

Vlakbij de dagoba is een klein uitkijkpunt dat een mooi uitzicht geeft over de omgeving. In de verte zien we nog een andere tempel en ook zien we een schoolklas het tempelgedeelte inkomen, allemaal keurig gekleed in het wit.

Uitzicht, met links onderin de schoolklas die binnen komt

We kijken even rond en lopen dan terug naar beneden om onze schoenen te halen. Vervolgens gaan we naar de bus om door te rijden naar de tweede tempel van vandaag. Eigenlijk is het niet zo zeer een tempel: de Sri Maha Bodhi draait vooral om de bo-boom die hier staat. De boom is ontstaan uit een stekje van de oorspronkelijke boom waaronder Boeddha verlichting zou hebben bereikt. Voor boeddhisten is deze boom dus heilig.

Voor we naar binnen gaan, adviseert onze reisleider ons om vooral geen bloemen aan te nemen: verkopers voor de tempel duwen de bloemen in je handen en dwingen je dan te betalen. We zijn blij met dit advies, want als we onze schoenen uitdoen, komen er diverse bloemverkopers op ons af.

Op blote voeten of sokken lopen we richting de ingang van het tempelcomplex. Deze keer is er een aparte ingang voor mannen en vrouwen. Dit heeft te maken met een aanslag die de Tamil Tijgers hier jaren geleden gepleegd hebben. Er is ook opvallend meer bewaking bij deze tempel.

De mannen kunnen snel naar binnen, de vrouwen moeten even wachten: er komen net een aantal schoolklassen voorbij met jonge kinderen, die allemaal door de vrouweningang naar binnen gaan. Alle meisjes zijn keurig in witte jurkjes gekleed, de jongens dragen witte shirtjes met een blauwe korte broek. Ze zijn er om de tempel te bezoeken, maar wij als blanke toeristen trekken op dit moment meer hun aandacht…

Als we uiteindelijk allemaal in de tempel zijn, blijkt dat er net een offerceremonie begint. Onder begeleiding van een slangenfluit en trommels loopt een grote groep boeddhisten naar de tempel om daar eten te offeren. Het is zo indrukwekkend dat we bijna vergeten om naar de boom te kijken, die versierd is met boeddhistische vlaggen en ondersteund wordt door gouden palen.

We lopen richting de tempel, waar veel boeddhisten zitten om te bidden. Uit respect maken we nu geen foto’s van de tempel of de boom. Eigenlijk voelen we ons een beetje indringers: zij zijn serieus aan het bidden en wij lopen er als toeristen tussendoor. Met een ongemakkelijk gevoel lopen we om de tempel heen, waar we overal biddende mensen zien of mensen die lotusbloemen bij een Boeddhabeeld neerleggen. Ook zien we hoe het eten door enkele speciaal uitgekozen mannen bij de boom geplaatst wordt om daar als offer voor Boeddha te dienen.

Bijna in stilte verlaten we het tempelcomplex. We trekken onze schoenen weer aan en lopen over een breed pad verder. Onderweg krijgen we gezelschap van apen, die ons erg interessant vinden.

Hé, wat komen jullie doen?

Rechts van ons bevindt zich een ruïne van een oude bronzen tempel, maar onze aandacht wordt meer getrokken door de enorme dagoba links van ons. De Ruwanweliseya is 55 meter hoog, helemaal wit en bestaat uit ruim 100 miljoen bakstenen. Om de dagoba heen zit een gekleurd lint, dat als offer gebracht is.

Ruwanweliseya dagoba

Om naar de dagoba toe te mogen, moeten we wederom onze schoenen uit. Deze keer houden veel mensen hun sokken aan, aangezien de tegels – die de hele dag al in de zon liggen – te heet zijn om met blote voeten overheen te lopen. Zelfs met sokken is het echter nog warm en we nemen al snel toevlucht tot de matten die langs de kant liggen of het gras, waarbij we goed zicht hebben op de olifantenmuur.

Wachtersteen bij de ingang met op de achtergrond de olifantenmuur

Met de klok mee lopen we rondom de dagoba. Het is een wandeling van zo’n tweehonderd meter, zo groot is de dagoba. Op verschillende punten zijn ook nog kleine dagoba’s gebouwd of er staan Boeddhabeelden. Ook zien we het verfbad, dat één keer per jaar gebruikt wordt om de dagoba te verven. Veertig jongens beginnen elk jaar in februari vrijwillig aan deze klus, die voor de volle maan van de maand mei klaar moet zijn.

Als we helemaal rondom de dagoba gelopen hebben, mogen we terug naar het pad en onze schoenen weer aan doen. Dat voelt wel iets beter dan op onze sokken op de hete tegels! We lopen het pad af richting de bus, waarbij we onderweg ineens een koe tegen komen. Koeien worden op Sri Lanka niet gedood voor vlees, maar mogen gewoon rondlopen. Hindoes zien koeien zelfs als heilig dier.

Even terug in Nederland? (Foto gemaakt met telefoon)

Aan het einde van het pad is de parkeerplaats, waar onze bus wacht. Als we zitten, zien we hoe buiten een man een vrouw probeert aan te vallen. De vrouw laat dit echter niet op zich zitten, maar pakt een bezem en slaat de man terug. Wat er precies aan de hand is, weten we niet, maar gelukkig komt er een bewaker om het tweetal uit elkaar te sturen.

Nog napratend over het voorval rijden we naar onze koffiestop van vandaag. Dit keer zijn er plastic stoelen in een kring geplaatst op een veld, wat een soort picknickeffect geeft. Onze reisleider neemt netjes onze bestelling op en zorgt er uiteraard voor dat er koekjes zijn. Om ons heen staan wat andere mensen, die duidelijk verkoopwaar hebben. Zodra we klaar zijn met drinken, komen ze op ons af met kaarten, sieraden en beeldjes. Onze reisleider verzekert ons dat het goed en goedkoop is om te kopen, maar wij besluiten toch even over te slaan.

Na de koffiestop en de opdringerige verkopers vervolgen we ons culturele programma met een bezoek aan een maansteen. Dit is een halfronde steen met daarop vijf ringen, die belangrijk zijn voor het boeddhisme. De buitenste ring stelt vuur voor, de tweede ring beschermende dieren (olifant, paard, leeuw, stier), de derde ring water, de vierde ring ganzen (zij kunnen als enige diersoort melk van water scheiden en melk is belangrijk om te leven) en als laatste een halve lotusbloem.

De maansteen

Naast de maansteen is een ruïne van een oud paleiscomplex. We maken even wat foto’s van de bewakerstenen die nog mooi bewaard zijn gebleven en gaan dan terug de bus in. Met de bus rijden we langs de Tweelingvijvers, twee enorme baden die vroeger door monniken gebruikt werden. Het ene bad was bedoeld voor jonge monniken (tot ongeveer veertig jaar), het andere voor de oudere, aangezien zij minder spetterden dan de jonge monniken en anders last zouden kunnen hebben van het spel van de jonge monniken.

De Tweelingvijvers (Foto gemaakt met telefoon)

We rijden nog door naar de Abhayagiri-stoepa, die nog groter is dan de Ruwanweliseya: deze stoepa is maar liefst 70 meter hoog. Zeer indrukwekkend dus, maar doordat de Ruwanweliseya helemaal wit geschilderd was, vinden we die misschien nog wel iets indrukwekkender lijken.

Abhayagiri stoepa

Als iedereen foto’s heeft gemaakt bij de Abhayagiri-stoepa gaan we terug de bus in en beginnen we aan de rit terug naar het hotel. Er wordt nog een stop gemaakt in de hoofdstraat van Anuradhapura, waar liefhebbers uit kunnen stappen om te winkelen en met een tuktuk (een plaatselijke taxi) terug kunnen naar het hotel. Wij besluiten dit over te slaan en gaan gelijk mee naar het hotel. Daar blijkt onze kamer nog niet schoongemaakt te zijn, dus lunchen we eerst op het terras van het hotel-restaurant. Terwijl we genieten van een soort tosti met frietjes komt iemand van het personeel langs met onze kamersleutel, wat betekent dat we ons na de lunch snel om kunnen kleden en kunnen gaan genieten van een verkoelende duik.

Tot een uur of half zeven blijven we bij het zwembad, waarna we ons opfrissen en ons naar het restaurant begeven voor het diner. Het buffet is iets anders dan gisteren, maar er is nog steeds genoeg keuze. Wat wel fijn is: er is vanavond geen muziek, wat voor een zeer rustige maaltijd zorgt.

Na het eten gaan we vrij snel terug naar onze kamer. Morgen hebben we weer een langere rit voor de boeg: dan gaan we naar Trincomalee aan de oostkust van het eiland.


Tot morgen!

Lees verder: Dag 5 (Anuradhapura --> Trincomalee)