Posts tonen met het label bergen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label bergen. Alle posts tonen

woensdag 24 oktober 2018

Reisverslag Canada & VS 2018: dag 18

<-- Vorige dag

Donderdag 2 augustus 2018: Canmore (Banff)

Gisteren werden we enigszins overvallen door de enorme drukte bij Lake Louise en Moraine Lake, twee bekende meren bij Banff National Park. Vandaag hopen we iets rustigere plekken te vinden, bijvoorbeeld bij Cave and Basin en de Vermilion Lakes.

We staan rond half acht op om te douchen. Dit is nog even een uitdaging, want de douche is wat ingewikkelder dan we verwacht hadden met twee verschillende draaiknoppen op elkaar en een ringetje dat je uit de kraan moet trekken. Het lukt ons uiteindelijk om warm water uit de douche te krijgen en dan blijkt het een prima douche te zijn.

Nadat we ons aangekleed hebben, lopen we naar de Subway aan de overkant van het hotel om ontbijt te halen. Onderweg zien we dezelfde schattige konijntjes als gisteravond. We halen een broodje en iets te drinken en gaan dan terug naar de kamer. Na het ontbijt pakken we de spullen en gaan we op weg.

Als eerste rijden we naar het dorpje Banff voor Cave and Basin. Dit is een grot met daarin een geiserbassin en buiten is er ook nog een geiserbassin. Ook kun je er wandelen. Omdat we nog vroeg zijn, is het er nog heel rustig en kunnen we op ons gemak het bassin in de grot bekijken. We vinden het wel heel leuk om zo’n bassin in een grot te zien, zeker met de luchtbelletjes die af en toe boven komen als teken van ondergrondse activiteit.

Het bassin in de grot

Buiten is een ander geiserbassin. Overal wordt gewaarschuwd dat je het water vooral niet aan mag raken, omdat er piepkleine, bedreigde slakjes in zitten. Met heel goed kijken, kunnen we inderdaad de zwarte stipjes van de slakken zien.

Het buitenbassin

De slakjes

We lopen een stukje door het gebouw bij het buitenbassin, waarbij we nog een mooi uitkijkpuntje over de bergen hebben. Ook lopen we de Discovery Trail, een pad dat iets omhoog gaat naar een aantal andere thermische bronnen. Eentje doet ons wat meer aan een moeras denken, bij een ander zien we ook weer heel veel slakjes.

Uitkijken over de bergen

Vanaf de hoogste thermische bron gaan we terug naar beneden. We slaan linksaf, waar ook een pad is. Na een stuk gelopen te hebben, voelen we ons toch een beetje ongemakkelijk. We zijn de enigen die op het pad lopen, het bosgebied links van ons is beschermd gebied waar niemand mag komen en overal staan grote waarschuwingsborden voor beren. Omdat we ook geen bezienswaardigheden tegenkomen, keren we om en gaan we terug naar de auto.

Met de auto rijden we het centrum van het dorpje Banff in. We parkeren de auto en gaan lopend verder door de straatjes met souvenirwinkels en restaurants. Alle straten zijn vernoemd naar dieren die in de omgeving voorkomen. Dit staat ook met een afbeelding aangegeven op de hoek van de straat.

Straatnaambord op de stoep

We bekijken een aantal winkeltjes, die eigenlijk allemaal hetzelfde verkopen, en eten een broodje als lunch bij een klein restaurantje. Dan gaan we terug naar de auto en rijden we richting de Vermilion Lakes. Langs deze meren loopt een weg van iets meer dan vier kilometer, die we eerst helemaal af rijden. Op de terugweg stoppen we een paar keer bij de meren, die niet zo blauw zijn als Lake Louise en Moraine Lake, maar voor ons wel meer op een natuurgebied lijken dan op een toeristische attractie.

Een van de Vermilion Lakes

Na een stop bij het laatste meer gaan we terug naar de snelweg en nemen we de afslag naar Lake Minnewanka. Hier wordt voor het eerst ons toegangsbonnetje gecontroleerd. Via een bergweg rijden we naar boven. Onderweg komen we weinig verkeer tegen, maar op de parkeerplaats bij het meer is het weer erg druk. We weten gelukkig een parkeerplaatsje te vinden en gaan lopend naar het meer.

Vermilion Lakes

Lake Minnewanka blijkt een prachtig uitgestrekt meer te zijn, maar is helaas ook weer heel druk met boten. Er varen kano’s op het meer, kleine motorboten en zelfs boten die complete maaltijden aanbieden. We lopen door naar de zijkant van het meer, waar het iets rustiger is, maar waar we wel weer bedelende eekhoorns zien. Ook valt het ons op dat er overal picknicktafels staan, iets dat we ook niet helemaal bij een beschermd natuurgebied vinden passen.

Lake Minnewanka

We volgen een bospaadje richting Stewart Canyon, een ravijn met een rivier richting Lake Minnewanka. Nadat we wat foto’s gemaakt hebben, gaan we terug naar Lake Minnewanka, waar we even praten met twee rangers. Zij zijn heel positief over de mogelijkheid om dieren te zien en melden dat er zelfs vanochtend nog een beer de weg overgestoken is, maar aangezien ze ondertussen druk zijn met het bestellen van hun friet voor het avondeten via hun walkietalkies, komen ze niet heel geloofwaardig over.

Stewart Canyon

Omdat we wel klaar zijn met de drukte en het toeristische karakter van Lake Minnewanka, gaan we terug naar de auto en beginnen we via een andere route aan de rit terug naar het hotel. Hier zien we toch nog wat wildlife: langs de kant van de weg lopen een paar steenbokken.

Een van de voorbij lopende steenbokken

Via de snelweg gaan we terug naar Canmore, waar we bij een supermarktje alvast ontbijt voor morgenochtend halen. Na nog een ijsje gehaald te hebben, gaan we terug naar het hotel. Daar zitten we op de parkeerplaats voor onze kamer nog even lekker buiten voor we gaan kijken waar we kunnen avondeten. Het wordt Green Chili’s, een Indisch restaurant. Wat we allebei leuk vinden, is dat het eens een keer iets heel anders is dan de normale burger/friet/pizza-maaltijden en bovendien smaakt het nog prima ook.

Na het eten lopen we langs de konijntjes, die weer lekker op het gras zitten, terug naar de kamer. Om te ontspannen, gaan we nog even naar het bubbelbad – het enige zwembad van het hotel. Het is wel een bijzonder bubbelbad, want terwijl je in het water zit, kijk je uit op de bergen.

Als we weer terug zijn bij de kamer houden we de deur lekker open voor wat frisse lucht. Het wordt echter wel erg fris, wat alles te maken heeft met een enorme hoosbui die we prachtig onze kant op kunnen zien komen. We vinden het niet erg: liever nu regen dan morgen, als we weer zo’n zesenhalf uur in de auto mogen zitten richting Kelowna.

De regen die onze kant op komt

Tot morgen!

Lees verder: Dag 19



woensdag 19 september 2018

Reisverslag Canada & VS 2018: dag 8

<-- Vorige dag

Maandag 23 juli 2018: Portland --> Bend

Gisteren hadden we een autovrije dag, maar vandaag mag onze Dodge Charger weer aan het werk: we rijden namelijk van Portland naar Bend, een rit van zo’n honderdvijftig mijl.

Onze dag begint iets voor zevenen na weer een onrustige nacht met een aantal wakkere momenten. We douchen, kleden ons aan en gaan dan naar het restaurant van het hotel voor het ontbijt. Als we er aankomen, staat er al een rijtje met wachtende mensen. Dit wachten is snel te verklaren: de bediening heeft er vanochtend niet echt tempo in zitten…

We wachten een tijdje en worden dan naar een tafeltje gebracht. Koffie en thee krijgen we meteen, wel moeten we weer wachten tot onze bestelling opgenomen wordt. Vandaag kiezen we uit het gratis menu voor Griekse vanilleyoghurt met muesli en fruit. Als we na lang wachten ons ontbijt krijgen, begrijpen we niet waarom het zo lang moest duren: het is een kant-en-klaar bakje yoghurt dat in een schaaltje gezet is, wat muesli in een apart bakje en stukjes fruit in een derde schaaltje. Gelukkig smaakt het allemaal prima.

Als we uitgegeten zijn, noteert de serveerster alleen ons kamernummer (gisteren moesten we de rekening van nul dollar nog ondertekenen) voor we terug kunnen naar onze kamer. Daar pakken we snel de laatste spullen in voor we de auto inladen. We checken uit en zijn dan weer op weg!

De eerste stop vandaag is in Oregon City, een plaatsje op ongeveer vijfentwintig minuten rijden vanaf Portland. Hier willen we de Blue Heron Paper Mill zien, een bekende locatie uit ‘Wie is de Mol?’. Tijdens aflevering 2 moesten de kandidaten over het terrein lopen en opdrachten uitvoeren. Dit ging niet heel succesvol: slechts één opdracht slaagde.

De Blue Heron Paper Mill

Vlakbij de fabriek is nog een brede waterval. Samen met het spiegelgladde water eromheen zorgt dit voor een mooi plaatje.

De waterval bij de fabriek

Nadat we foto’s gemaakt hebben, gaan we terug naar de auto en vervolgen we onze rit weer. We rijden een stukje over dezelfde weg terug en gaan dan de snelweg op. Het is geen spannende weg: de weg gaat rechtdoor en af en toe komen we een dorpje tegen. Hier en daar zien we wat meer akkerland.

In het dorpje Boring stoppen we voor een pauzetje. Ook kopen we er alvast iets voor de lunchpauze. Vervolgens gaan we verder richting de berg Mount Hood, het volgende stoppunt van onze rit. Langzaam merken we dat we weer gaan klimmen. Ook rijden we steeds meer tussen de bomen door in plaats van akkers.

Uiteindelijk komen we bij Government Camp, een dorpje aan de voet van Mount Hood. Hier blijken we al op een hoogte van ruim 1200 meter te zitten. We rijden door het dorpje, dat een echt wintersportdorpje is met lodges en restaurants. Bij een parkeerplaats net buiten het dorpje stoppen we voor wat foto’s.

Mount Hood vanuit Government Camp

Vervolgens gaan we verder richting de top. We navigeren naar Timberline Lodge, een hotel vlakbij de top van de berg. Dit betekent flink klimmen, maar het is geen verre rit. Wel is het druk bij het hotel: de parkeerplaats voor bezoekers is grotendeels vol. Gelukkig is er nog een parkeerplaats aan de zijkant, waar we ons zwarte bakbeest neer kunnen zetten.

Vanaf de parkeerplaats hebben we al een mooi uitzicht op de bergtop. We proberen een stukje verder naar boven te lopen, maar dit is heel zwaar, dus zien we er snel van af. Het oog van mijn vriend valt op een kabelbaan: is dat misschien iets? We gaan kijken en besluiten met de kabelbaan naar boven te gaan.

Nadat we een kaartje gekocht hebben, mogen we klaar gaan staan en in de stoeltjeslift stappen. Het is best een lang ritje, maar ook een mooi ritje: we gaan tot boven de boomgrens en staan dan ineens bij de eeuwige sneeuw.

Voorbij de boomgrens, naar de eeuwige sneeuw

Bovenaan stappen we uit. Hier hebben we een prachtig uitzicht over het dal. Het is een beetje heiig, dus we kunnen niet heel ver kijken, maar het is wel erg indrukwekkend.

Uitzicht over het dal

Ook de berg – of eigenlijk vulkaan, wat Mount Hood werkelijk is – kunnen we goed zien. Op een aantal stukken ligt nog sneeuw en wintersporters maken hier graag gebruik van.

Snowboarders, klaar voor weer een afdaling

Natuurlijk willen we zelf ook even in de sneeuw staan. Het heeft iets bizars: het is hoogzomer en wij staan in de sneeuw! We krijgen zelfs nog een ‘sneeuwdouche’ als een snowboarder iets te laat remt en sneeuw over ons heen strooit.

Midden in de zomer in de sneeuw

We kijken op ons gemak boven rond voor we weer in de stoeltjeslift stappen voor de rit terug naar beneden. Onderweg zien we nog iets lichtbruins tussen de bomen door flitsen, misschien een elk?

Als we weer beneden zijn, lopen we terug naar de auto om onze gekochte lunch te eten. Het is een bijzondere plek om te lunchen, vinden we, zo vlakbij een slapende vulkaan met sneeuw erop. Het heeft iets moois en ook iets rustgevends.

Na onze lunch beginnen we aan de rit terug naar beneden. Vanaf Government Camp brengt een lange weg ons naar beneden tussen de bomen door. Lange tijd zien we niets dat op de bewoonde wereld wijst en ook de radio heeft het grotendeels opgegeven: slechts één zender werkt nog. Dit is ook meteen de gezelligste zender met dramatische muziek en reclame over nierfalen... Als er na al dit drama ineens een tekenfilmliedje komt, schieten we dan ook alle twee hardop in de lach.

Wanneer we uiteindelijk het bos uit komen, zien we ineens meer prairielandschap. De bomen zijn wat kleiner en we zien meer verdord gras. Hier en daar zijn stukken wat rotsachtiger. We rijden door een Indianen reservaat, waar een casino is, en langs een canyon voor we weer bij het akkerland zijn met boerderijen.

Een rotsachtiger landschap onderweg

In het dorpje Madras stoppen we even voor een chauffeurswissel: ik mag ons naar Bend brengen. Dit is nog maar een klein uurtje rijden. We rijden door het plaatsje Redmond, waar het iets drukker met verkeer wordt, en komen daarna bij Bend. Hier is het helemaal drukker met verkeer, maar het hotel ligt gelukkig aan de rechterkant van de weg. Als we het zien, herkennen we het heel snel: dit is het hotel waar de kandidaten van ‘Wie is de Mol?’ ook overnacht hebben!

We checken in en krijgen kamer 108 toegewezen, wat een kamer bij het buitenzwembad is. Net als de Shilo Inns in Portland heeft deze Shilo Inns ook weer een prachtig grote kamer met een groot zitgedeelte en een keuken. We hebben ook een schuifdeur naar een terrasje met uitzicht op het zwembad.

Het zitgedeelte van onze hotelkamer

Omdat het een lange dag geweest is, pakken we snel een beetje uit voor we een duik in het zwembad nemen. Als we weer een beetje bijgekomen zijn, douchen we en kleden we ons om en lopen we nog een rondje door het hotel. Dankzij een filmpje op de site van ‘Wie is de Mol?’ weten we dat kandidaat Jochem van Gelder in kamer 508 overnachtte, wat uiteraard op de foto moet. Ook herkennen we het water achter de kamer als locatie van het gesprek tussen Jochem en Thomas (zie aflevering 7 van ‘Wie is de Mol?’ seizoen 2017).

Kamer 508 van Jochem uit 'Wie is de Mol?'

Bij de receptie vragen we of er nog iets bekend is in het hotel van ‘Wie is de Mol?’. De twee dames achter de receptie hebben echter geen idee waar we het over hebben, al vinden ze het wel leuk om wat filmpjes te zien. Ook zij herkennen ‘hun’ hotel meteen. Ze begrijpen nu ook beter waarom er zo veel Nederlanders deze kant op komen.

Inmiddels is het etenstijd. Er is geen restaurant bij het hotel, dus pakken we de auto en rijden we naar een Italiaans restaurant dat we in het gratis boekje van het hotel zagen staan. Het restaurant heet Olive’s Garden, wat goed klinkt. Het eten blijkt zelfs nog beter te zijn… en heel veel! We kunnen namelijk bij ons hoofdgerecht kiezen uit een kopje soep erbij of een salade. Het kopje soep dat mijn vriend krijgt, is gewoon een beschaafd kopje, terwijl de salade die ik krijg echt een enorme bak sla is met broodsticks. Daarbij krijgen we ook nog eens een vol bord met een combinatie van lasagne/spaghetti/kip (mijn vriend) of met champignons gevulde ravioli met kaassaus. Het is allemaal even heerlijk, maar we krijgen het echt niet allemaal op.

Met zere volle buik doen we nog een paar boodschappen bij de grote Target supermarkt voor we terug gaan naar het hotel. Hier wassen we nog wat kleding en verdiepen we ons in de route voor morgen. We hebben nog een overnachting in Bend, maar we willen morgen wel graag Lava Lands bezoeken en Fort Rock, een grote rots in de woestijn uit aflevering 8 van ‘Wie is de Mol?’. We zijn weer erg benieuwd!

Tot morgen!

Lees verder: Dag 9



vrijdag 14 september 2018

Reisverslag Canada & VS 2018: dag 6

<-- Vorige dag

Zaterdag 21 juli 2018: Seattle --> Portland

Nadat we gisteren de stad Seattle bekeken hebben, gaan we vandaag naar onze tweede grote stad tijdens ons verblijf in de Verenigde Staten: Portland. Onderweg ernaartoe willen we ook nog een stukje natuur zien door een bezoek te brengen aan Mount Rainier National Park.

Ondanks wat herrie van de buren gisterenavond, hebben we redelijk geslapen. We staan rond half zeven op, douchen en ontbijten op de kamer en pakken dan de laatste spullen in. Als we vervolgens de auto ingeladen hebben en uitgecheckt zijn, gaan we op weg richting Portland.

Volgens ons navigatiesysteem is het een uur en veertig minuten rijden naar Mount Rainier National Park. Onderweg zien we veel groen, verder is het gewoon rustig doorrijden. Zodra we bij de ingang van het park komen, verandert dit: er staat al een aardige file voor de toegangspoortjes. We wachten rustig af tot we aan de beurt zijn en na een minuut of tien kunnen we onze jaarpas laten zien en het park in rijden.

Vrij snel na de ingang zien we een parkeerplaatsje. Hier stoppen we even om van het toilet gebruik te maken. Omdat we nog geen zin hebben om meteen weer terug de auto in te gaan, lopen we richting het uitkijkpunt bij de Kautz Creek rivier. Het blijkt een goede keuze: vanaf dit punt is de berg Mount Rainier heel mooi te zien.

Mount Rainier

Een aantal foto’s later vervolgen we onze route door het nationale park. We klimmen langzaam tussen de bossen door, steeds hoger en hoger. Bij Cougar Rock stoppen we voor de tweede keer. Dit blijkt een punt te zijn met een riviertje van smeltwater tussen de keien door met hier en daar afgebroken bomen. Mount Rainier bevindt zich op de achtergrond, maar de top is helaas niet meer zo mooi te zien als eerder bij Kautz Creek.

Cougar Rock

We rijden verder door en stoppen voor de derde keer bij de Narada Falls. Hier is het wat drukker, we moeten wat moeite doen om een parkeerplaats te vinden. Vanaf de parkeerplaats moeten we een pad volgen dat aardig steil naar beneden loopt. Daar hebben we een prachtig uitzicht op de Narada waterval. Als de zon schijnt, kunnen we zelfs aan de voet van de waterval een regenboog zien.

Narada Falls

Als we verschillende foto’s gemaakt hebben, keren we terug naar de auto. We gaan verder richting de top, wat betekent dat we af en toe een mooi uitzicht hebben over het dal. Vlakbij de top is een Visitor Center (een informatiecentrum), maar de parkeerplaats ervan is vol. Een parkmedewerker stuurt ons naar beneden, waar ook nog parkeerruimte moet zijn. We rijden langzaam verder, zoekend naar een plaatsje… tot we ineens weer bij het beginpunt staan zonder ook maar ergens een parkeerplaats gezien te hebben. Werkelijk alles is vol hier. We besluiten daarom om te keren en op een lager punt een parkeerplaats te zoeken.

Iets lager is inderdaad een stopplaats aan de zijkant van de weg. Hier stoppen we in de hoop de top van Mount Rainier nog een keer te zien, maar helaas is het zo bewolkt dat we alleen de lagere gletsjers nog een beetje kunnen zien. We vinden het niet heel erg, aangezien we vanochtend de top al mooi gezien hebben.

Mount Rainier in de bewolking

Met de gletsjers op de achtergrond eten we een broodje, terwijl we genieten van de rust. Na de pauze gaan we rustig terug naar beneden, waar we nog even proberen te kijken bij de Christine Falls. Dit blijkt echter een lange, steile wandeling te zijn, dus gaan we terug naar Kautz Creek voor nog een korte stop. Het valt ons op dat het er nu wel drukker is dan eerder vanochtend.

Wanneer we het park uit gaan (met mij als chauffeur achter het stuur), blijkt nogmaals dat het drukker is dan vanochtend: de file voor de ingang staat nu tot voorbij het eerste dorpje, wat ruim twee kilometer is. Gelukkig is het aan onze kant rustig en kunnen we vlot doorrijden.

In het dorpje Morton stoppen we nog even voor we doorgaan richting Portland. Het eerste stuk gaat grotendeels door een bosachtig landschap, later zien we minder bossen en wordt het landschap wat droger. Het is nog een lange rit, maar er is weinig verkeer, wat het geen vervelende rit maakt.

Uiteindelijk komen we in de buurt van Portland Airport, waar ons hotel staat. Langs de Ikea en via een rare route van ons navigatiesysteem (is één keer links niet makkelijker dan drie keer rechts en een drukke weg over moeten steken?) komen we bij ons hotel, de Shilo Inns. Het is een mooi hotel met een nog mooier kamer: we hebben een slaapgedeelte met twee bedden en daarachter nog een zitgedeelte met een bank, een tafel met stoelen eromheen en een klein keukentje met magnetron en koelkast. Ook zijn er maar liefst drie televisies in de kamer: eentje in het zitgedeelte, eentje in het slaapgedeelte en eentje… in de badkamer…

Onze prachtige kamer

Nadat we wat was gedaan hebben, nemen we nog een duik in het zwembad voor we ons omkleden en op zoek gaan naar een restaurant voor het avondeten. Het wordt een Chinees restaurant op loopafstand, waar we zeer vlot geholpen worden. Vooraf krijgen we een ietwat vage soep qua ingrediënten, maar het hoofdgerecht is prima. Het toetje – een ‘fortune cookie’ – krijgen we meteen erna, inclusief rekening. Alles bij elkaar zijn we uiteindelijk nog geen twintig minuten binnen geweest.

Vanaf het restaurant lopen we nog een klein stukje door de buurt, waarbij er regelmatig vliegtuigen over vliegen. Als we terug zijn bij het hotel, informeren we bij de receptie voor de mogelijkheden om met het openbaar vervoer naar de stad Portland te gaan. Het blijkt makkelijk: we kunnen met een gratis busje naar het vliegveld en vanaf daar met de rode ‘MAX’ lijn, een soort metro. Voor het busje hoeven we niet te reserveren, ook terug niet, want het rijdt standaard om het halfuur.

We bedanken de receptioniste voor de informatie en gaan terug naar onze kamer, waar we nog een tijdje vliegtuigen kijken vanuit het zitgedeelte. 

Overvliegend vliegtuig van Alaska Airlines

Ook bekijken we nog even wat we morgen in de stad willen zien, aangezien we heel benieuwd zijn naar een aantal locaties die we in ‘Wie is de Mol?’ gezien hebben. We hebben er in ieder geval heel veel zin in!

Tot morgen!

Lees verder: Dag 7



donderdag 17 augustus 2017

Reisverslag Sri Lanka 2017: dag 9

Dinsdag 18 juli 2017: Habarana → Dambulla → Kandy

Vandaag is voorlopig even onze laatste reisdag: we rijden van ons hotel in Habarana naar de stad Kandy, waar we drie nachten zullen blijven. Onderweg naar Kandy hebben we nog een aantal stops op het programma staan, waaronder eentje bij de Gouden Tempel van Dambulla.

Vanwege de wind, die nog steeds flink tekeer gaat, zijn we al vroeg wakker. Rond half zeven staan we echt op om te douchen en om daarna te gaan ontbijten. In het restaurant is het nog erg rustig, al wordt het snel drukker: iedereen moet natuurlijk weer op tijd in de bus zitten. Zodra we klaar zijn, gaan wij dan ook meteen naar de receptie om onze rekening te betalen. Nu is er wel gewoon wisselgeld, terwijl het pas half acht ’s ochtends is. Het lijkt er sterk op dat de man van gisteravond geen zin had om wisselgeld te pakken, ook al was het er gewoon.

We gaan terug naar de kamer, pakken de laatste spullen in en checken dan snel uit. Onze spullen gaan een klein busje in, dat de koffers naar onze eigen bus brengt (het pad naar het hotel is te smal voor onze bus). Wij lopen erachter aan, omdat we geen zin hebben om naar een olifant te kijken die met kettingen om zijn nek aan het werk wordt gezet.

Als iedereen in de bus zit, vertrekken we richting Kandy. We zijn nauwelijks onderweg of de buschauffeur moet vol op de rem: in de verte is een olifant te zien.

Een wilde olifant, gezien vanuit de bus

We zijn net weer onderweg als er opeens een gil klinkt. Deze keer is er geen olifant te zien, maar zit er een kakkerlak in de bus… Het duurt even voor de rust is wedergekeerd, maar dan zijn er geen onderbrekingen meer en kunnen we gewoon doorrijden naar Dambulla.

In Dambulla is onze eerste stop bij een markt voor handelaren. In plaats van kraampjes waar je iets kunt kopen, staan er overal mensen en auto’s met diverse soorten fruit en groente. Bananen worden met trossen tegelijk verkocht, aardappels worden in zakken op auto’s geladen en mango’s worden in grote kratten aangeboden. Het is één grote chaos van mensen en vrachtwagens die door elkaar heen lopen en rijden. Om de chaos helemaal compleet te maken, worden er nog berichten omgeroepen die eigenlijk niemand verstaat.

In de chaotische markthal

Nadat we door de overdekte markthal heen gelopen zijn, gaan we terug de bus in. We rijden door richting de Gouden Tempel van Dambulla, maar eerst gaan we koffie drinken. Het restaurant zit in hetzelfde gebouw als de TV- en radio-omroepen en dat gebouw staat… naast een boeddhistische tempel.

Wanneer we ons drinken en koekje op hebben, lopen we naar de tempel. Meteen zijn we onder de indruk, want we zien een prachtig groot Boeddhabeeld gemaakt van goud.

De gouden tempel van Dambulla

We kijken een tijdje rond op het plein voor het museum met het gouden Boeddhabeeld. Er staan veel bakken met bloeiende bloemen, er zijn twee olifantenbeelden en wat hoger zien we standbeelden van boeddhistische monniken die een offer aan Boeddha brengen.

Beelden van offerende monniken

Na het maken van foto’s beginnen we aan de klim naar de echte tempel. De tempels liggen namelijk halverwege een 160 meter hoge rots. Om er te komen, moeten we langs steile trappen en paden naar boven. Een hele klim, maar het uitzicht is erg mooi.

Het uitzicht met in de verte Sigiriya

Zodra we bij de tempels zijn, is er natuurlijk weer het ritueel met schouders en knieën bedekken en schoenen uit. Het valt ons op dat er zelfs videobewaking is hier, maar de gouden Boeddhabeelden kunnen dat natuurlijk verklaren.

De grottempels van Dambulla bestaan uit diverse grotten met daarin Boeddhabeelden. De tempels zijn al in de eerste eeuw voor Christus gebouwd door koning Valagambahu I. Nadat hij zich veertien jaar lang in de grotten schuil had gehouden, liet hij het gebied ombouwen tot een tempelcomplex. Vandaag de dag wordt het druk bezocht door zowel boeddhisten als toeristen en woont er een grote groep apen.

Twee  van de vele apen die in het tempelcomplex wonen

We beginnen ons tempelbezoek bij de eerste grot – de Devaraja Viharaya, wat Tempel van de Heer der Goden betekent. Het is een tempel met een zeer smal pad, omdat de meeste ruimte in beslag genomen wordt door een liggend Boeddhabeeld van veertien meter lang. We moeten in groepjes de tempel in om het te bekijken, zo smal is het pad ervoor.

Een deel van het liggende Boeddhabeeld

Van de eerste grot gaan we naar de tweede – de Maharaja Viharaya, wat Tempel van Grote Koningen betekent. In deze grot zien we opnieuw een grote liggende Boeddha, maar daarnaast ook een heleboel zittende Boeddha’s. Het is bijna niet te tellen hoeveel beelden er staan, zo veel zijn het er. De details in de grot zijn ook prachtig: de beelden zijn zeer gedetailleerd en daarnaast is het plafond ook versierd met patronen en afbeeldingen van Boeddha.

Een aantal van de vele Boeddhabeelden

De derde grot is de Maha Alut Viharaya, wat Grote Nieuwe Tempel betekent. Ook hier zijn veel details te zien, zowel op de beelden als op het plafond. Daarnaast heeft deze grot ook weer een liggende Boeddha. Aan de tenen is te zien of het een slapende Boeddha is of een overleden Boeddha: als de tenen gelijk zijn, stelt het een Boeddha in rust voor (Boeddha sliep slechts twee uur per dag) en als de tenen ongelijk zijn, stelt het beeld een overleden Boeddha voor.

In de Maha Alut Viharaya

Na de derde grot bezoeken we nog de twee laatste kleinere grotten: de Pacchima Viharaya (Westelijke Tempel) en de Devana Alut Viharaya (Tweede Nieuwe Tempel). In de Pacchima Viharaya proberen we zo kort mogelijk te blijven, aangezien de kleine tempel een geluidsalarm heeft bij de ingang om ongewenste dieren buiten te houden. De laatste tempel, de Devana Alut Viharaya, heeft nog een bijzonderheid: vijf Boeddhabeelden zijn van baksteen en stucwerk gemaakt in plaats van van goud, zoals de andere beelden.

In een flink tempo lopen we vervolgens terug naar beneden en gaan we weer naar de bus. Na een kort ritje stoppen we bij een houtbewerkingswinkel. De eigenaar vertelt ons iets over de verschillende houtsoorten waar hij mee werkt en over hoe het hout bewerkt wordt. Dan mogen we door de winkel lopen, waarbij het natuurlijk de bedoeling is dat we iets kopen. Het is allemaal even prachtig, maar ook allemaal even prijzig en bovendien willen we niet het risico lopen dat het hout is dat we niet naar Nederland mee mogen nemen.

Een detail van een handgemaakt houten tafeltje

Voor de winkel wachten we tot iedereen klaar is met winkelen. Een aantal mensen hebben maskers gekocht, die erg bekend zijn op Sri Lanka. Ze hebben ook allemaal een eigen betekenis, net als de olifantenbeeldjes: als de olifant zijn slurf omlaag houdt, biedt het beeld bescherming en als de olifant zijn slurf omhoog houdt, moet het beeld geluk brengen.

Met de bus rijden we vervolgens naar het restaurant waar we gaan lunchen. Het is een mooi restaurant en het eten is prima. Wel hebben we medelijden met een zwerfhondje dat water uit de bak met lotusbloemen drinkt.

Als iedereen klaar is met eten, steken we de weg over naar een kruidentuin. Een jongeman leidt ons rond en vertelt ons over de verschillende dingen die er groeien: onder andere koffie, cacao, vanille, ananas en nootmuskaat. Dan neemt hij ons mee naar een overdekte ruimte, waar we op plastic stoelen moeten gaan zitten die in een grote kring neergezet zijn. Tot onze verbazing krijgen we een compleet document met allerlei producten die er verkocht worden. Onze rondleider begint de producten één voor één toe te lichten met alle voordelen die het product heeft. Als we hem moeten geloven, kunnen we dankzij de producten honderd procent gezond en met zachte huid en zacht haar door het leven gaan.

Cacaoplant in de kruidentuin

Bijna hoofdschuddend luisteren we naar het verhaal. Onze rondleider eist ook complete aandacht, want zodra er gepraat wordt, is het ‘Listen, Sir, Madam’ en wacht hij tot het weer stil is. Het komt op ons heel erg over als een Tupperware-party… maar dan nog een tandje erger.

Uiteindelijk is het verhaal klaar en kunnen we nog een gratis massage krijgen, als we dat willen. Wij slaan beiden over, hier hebben we echt geen zin in. In de winkel, die we uiteraard daarna bezoeken, houden we onze aankoop bij een klein flesje vanille-aroma voor in de taart, meer producten hebben we echt niet nodig!

Voor we de kruidentuin eindelijk verlaten, is er flink wat tijd verstreken. We gaan de bus in en de chauffeur zet de bus in zijn achteruit om de weg op te gaan. Als hij verder wil rijden, wordt hij ineens aangehouden door de politie wegens ‘gevaarlijk rijden’. De reisleider gaat zich er snel mee bemoeien met de mededeling dat hij hogere vrienden heeft bij de politie, die de agent wel even op zijn plaats zullen zetten (of met de mededeling dat de bus vol zit met blanke toeristen…). In ieder geval mag de chauffeur zonder boete verder rijden.

Nu gaan we echt onderweg naar Kandy. Onderweg zien we op een berg nog een Boeddhabeeld dat de plek herdenkt waar 2100 jaar geleden het eerste boeddhistische boek werd geschreven. Vijfhonderd monniken schreven mee aan de zestienhonderd bladzijden. Later zijn er nog meer boeddhistische boeken geschreven.

We rijden door het dorpje Matale, waar het een stuk drukker is. Via een bochtige weg gaan we meer de bergen in, waar we een prachtig uitzicht hebben.

Het uitzicht op de berg

Vervolgens rijden we door diverse kleine dorpjes tot we in de buurt van Kandy komen. Voor het eerst deze vakantie komen we een weg met maar liefst twee banen tegen, wat ook wel nodig is met het drukke verkeer. Het is duidelijk dat we in een grote stad zijn, die rekening houdt met toeristen: zo zien we bijvoorbeeld een KFC restaurant…

De bus stopt bij een winkel voor sanitair. Niet om iets te kopen, maar omdat de bus te groot is om de berg op te gaan. Een klein busje brengt ons via een zeer, zeer steile weg naar ons hotel op de top van de berg. Een ander busje brengt de koffers. Wij krijgen netjes een welkomstdrankje, terwijl we genieten van het prachtige uitzicht. Morgen, als het lichter is (het is al avond nu), willen we er zeker foto’s van maken.

We gaan naar onze kamer, wachten op onze koffers en frissen ons dan een beetje op voor we naar het buffet gaan. Het is een uitstekend buffet met zeer veel keus. Ook hebben ze deze keer wat meer ‘bekende’ keuzes, zoals frietjes en broodjes hamburger. Helemaal opvallend is de verse sinaasappelsap die er te krijgen is. Het smaakt allemaal heerlijk!

Na het eten gaan we vrij snel naar de kamer, aangezien we morgen weer een lange dag hebben. Dan zullen we de bekende Tempel van de Tand bezoeken, de botanische tuin en een show met traditionele dans en muziek.


Tot morgen!

Lees verder: Dag 10 (Kandy)



maandag 19 september 2016

Reisverslag Noord-Amerika 2016: dag 16

Maandag 25 juli 2016: Las Vegas --> Death Valley

Na alle gekte van de afgelopen twee dagen gaan we vandaag weer de rust in: het eindpunt is de woestijn Death Valley, waar we ook zullen overnachten. In totaal leggen we vandaag zo’n 150 mijl af, wat ongeveer tweeënhalf uur rijden is.

Rond zeven uur ’s ochtends staan we op na een redelijk goede nachtrust. We nemen snel een verfrissende douche, kleden ons aan en pakken vast de meeste spullen in. Uiteraard halen we nog een voorraadje ijsblokjes om het water in ieder geval het eerste stukje van de rit nog koel te houden.

Als we rond half negen de auto ingeladen hebben, gaan we het hoofdgebouw van Circus Circus in voor het ontbijt. We komen terecht bij hetzelfde restaurant als gisteren… met deze caissière die nog steeds niet begrijpt dat ik geen vlees bij mijn ontbijt wil. Gelukkig staan mijn medereisgenoten me bij en houden we het allemaal bij een simpel broodje vanochtend.

Tegen half tien zeggen we de chaos van Las Vegas gedag en gaan we op weg naar Death Valley. Iets buiten de stad stoppen we even om te tanken en later nog een keer om geld op te nemen, aangezien de kosten voor het opnemen in Las Vegas belachelijk hoog waren ($7,95 alleen om geld op te mogen nemen…).

Met volle tank en volle portemonnees rijden we verder. Langzaam wordt het landschap bergachtiger en natuurlijk steeds droger. Er is nauwelijks begroeiing meer, alleen hier en daar wat dor gras. Bordjes langs de kant van de weg waarschuwen dat we voorbij het laatste tankstation voor Death Valley komen. We controleren onze benzinetank voor de zekerheid nog een keer en gaan dan het park in.

Onze eerste stop is bij Zabriskie Point, een uitkijkpunt over de bergen van de woestijn. Het is vanaf de parkeerplaats slechts een paar honderd meter lopen, maar heuvelop in de gigantisch droge hitte lopen is alles behalve makkelijk! Het uitzicht boven maakt echter veel goed, want het is werkelijk prachtig.

Uitzicht bij Zabriskie Point

We nemen ruimschoots de tijd voor foto’s, aangezien elke kant er anders uit ziet. Donkere en lichtere kleuren wisselen elkaar heel mooi af met hier en daar strepen gemaakt door de wind.

Prachtige kleuren en strepen in de woestijn

Na een minuut of tien wordt de hitte ons toch te veel en gaan we terug naar de auto. We rijden naar het Visitor Center, dat midden in de woestijn ligt bij Furnace Creek Ranch.

Furnace Creek Ranch

Voor het Visitor Center staat een grote thermometer, die de temperatuur van dat moment in Death Valley aan geeft. Op dit moment is het 122 graden Fahrenheit, oftewel 50 graden Celsius…

Warm? Een beetje maar!

We koelen even af in het Visitor Center, waarna we op zoek gaan naar een lunch. Het restaurant bij Furnace Creek heeft grote borden met patat en hamburgers op de kaart staan, maar daar hebben we eigenlijk niet zo’n trek in. We kiezen uiteindelijk voor een broodje van de General Store (de ‘algemene winkel’) naast het restaurant en eten het buiten in de schaduw op. Hierbij krijgen we gezelschap van verschillende vogels, die onze broodjes wel erg interessant vinden…

Nadat we de vogels ontweken hebben, gaan we terug naar de auto en rijden we naar Badwater: het laagste punt in Death Valley. Hier is het water verdampt en heeft het een grote zoutvlakte achter gelaten.

De zoutvlakte van Badwater

Bij Badwater staat ook een bordje dat aangeeft hoe laag je nu eigenlijk staat: 85,5 meter onder het zeeniveau.

85,5 meter onder zeeniveau

Omdat de hitte het echt niet toestaat, lopen we niet de zoutvlakte op, maar gaan we terug naar de auto. We rijden terug naar Furnace Creek en slaan dan af richting Stovepipe Wells Village, waar we zullen overnachten.

Uitzicht bij Stovepipe Wells Village

Als we aankomen, zijn de kamers nog niet klaar. We mogen van het hotel handdoeken lenen om naar het zwembad te gaan, maar omdat er niet echt een plek is om om te kleden, houden we het bij een verkoelend drankje in de saloon. We hebben ook geluk dat de Wifi even werkt, zodat we iedereen in Nederland gerust kunnen stellen dat we veilig bij het hotel zijn.

De saloon (bar) bij het hotel

Na het drankje kijken we nog even rond in het dorpje, dat bestaat uit een tankstation, General Store en het hotel met souvenirwinkel, saloon (bar) en restaurant. Wanneer we weer terug komen bij de receptie, blijken de kamers inmiddels wel klaar te zijn en kunnen we inchecken. Het zijn simpele kamers, maar het kunnen overnachten in de woestijn maakt het extra leuk.

De General Store bij zonsondergang

We pakken snel een beetje uit, leggen de flessen water in de koelkast en haasten ons dan naar het zwembad. Het is nog niet druk en we vermaken ons prima in het koele water. Bij het zwembad staat een basketbalnetje en er zijn twee ballen, dus al snel is er een echte wedstrijd gaande.

Wanneer het drukker wordt, verlaten we het water om op te drogen. Dit gaat uiteraard heel snel. We lopen terug naar de kamers, waar we nog een paar shirtjes wassen en buiten te drogen leggen. Rond zeven uur gaan we naar het restaurant voor een heerlijke maaltijd met onbeperkt limonade. Er wordt ook water aangeboden, maar in verband met de droogte in het gebied vragen ze je alleen water te nemen als je het echt op wilt drinken.

Met volle maag verlaten we het restaurant. We kijken nog even in de General Store en proberen de Wifi bij de lobby, maar deze werkt helaas niet doordat er te veel mensen het proberen. Tsja, wat moet je dan doen ’s avonds in de woestijn? Zwemmen natuurlijk! We nemen nog even een verfrissende duik en genieten van de nu aangename temperatuur. Als het donker wordt, lopen we rustig naar onze kamers, ondertussen de vele sterren bewonderend.

Er is weinig licht in Death Valley, dus de sterren zijn goed te zien

Op de kamers lezen we nog even in op morgen. Dan gaan we naar een heel ander landschap, namelijk het prachtige Yosemite National Park.


Tot morgen!

Lees verder: Dag 17 (Death Valley --> Yosemite)



vrijdag 9 september 2016

Reisverslag Noord-Amerika 2016: dag 13

Vrijdag 22 juli 2016: Bryce Canyon --> Zion

Na al negen officiële nationale parken bezocht te hebben, staat vandaag nummer 10 op het programma: Zion National Park. De rit is slechts zo’n 90 mijl en de reistijd een kleine twee uur.

Zoals gewoonlijk staan we vroeg op en beginnen we de dag met douchen. Dit is meteen een moment van opletten, want de doucheknop blijkt gespiegeld te zijn: als je de knop op ‘koud’ zet, krijg je gloeiend heet water en bij ‘warm’ komt er koud water uit de kraan…

Als we na wat gepuzzel toch hebben kunnen douchen, kleden we ons aan en lopen we naar de winkel van Ruby’s Inn om ontbijt te kopen. Dit blijkt ook even puzzelen, want $4,95 voor een brood vinden we toch echt te duur!

Uiteindelijk weten we wat betaalbare broodjes te vinden, die we bij de picknickbankjes van het hotel opeten. Dan laden we de auto in en gaan we op weg naar Zion National Park! Eerst moeten we Bryce Canyon nog uit, waarbij we langs het beroemde ‘zout- en pepervaatje’ rijden.

Het 'zout- en pepervaatje'

Ook rijden we onder een boog door die in een rots is ontstaan en waar nu een weg doorheen loopt.

Even bukken!

Via de 89 snelweg rijden we richting Zion. Onderweg zien we heel veel groen, houten gebouwen en af en toe een riviertje. Bij de ingang van Zion wordt het landschap weer roder: Zion National Park staat namelijk bekend om zijn rode wegen. Deze zien we voor het eerst bij het beroemde ‘schaakbord’: een rots waar door de wind lijnen op zijn getekend. Hierdoor lijkt deze berg, genaamd Checkerboard Mesa, op een schaakbord.

Checkerboard Mesa met de rode weg ervoor

We rijden over de Zion-Mount Carmel Highway richting het Visitor Center. Onderweg moeten we door een tunnel en over een weg met heel veel bochten (en met heel veel bedoel ik ook heel veel!). Dan staan we in het dal en kunnen we op zoek naar een parkeerplaats voor de auto.

Via het Visitor Center lopen we naar het opstappunt van de bussen, want ook hier rijdt een gratis shuttlebus door het park. Wij stappen uit bij de Court of the Patriarchs – drie grote bergrotsen die vernoemd zijn naar bekende Amerikanen. Zo wordt de linkerberg Abraham Peak genoemd, vernoemd naar oud-president Abraham Lincoln.

Court of the Patriarchs met links Abraham Peak

Vanaf de Court of the Patriarchs nemen we de bus naar de Weeping Rock. Hier komen we eerst bij een riviertje, waar je lekker kunt pootje baden. In verband met de warmte laten we een deel van ons reisgezelschap hier achter en lopen we met z’n tweeën door naar de Weeping Rock – de huilende rots.

Het meertje waar een deel van ons gezelschap wacht

De wandeling naar de Weeping Rock is niet heel ver, maar gaat wel bergop en natuurlijk telt de hitte mee. Een park ranger aan het begin van het pad controleert dan ook of je wel voldoende water bij je hebt. Dit hebben we uiteraard, dus kunnen we doorlopen en de huilende rots zien. Deze naam komt van het water dat van bovenaf langs de rots omlaag druppelt. Boven de rots is namelijk een bijna afgesloten kloof met stenen die het water dat erin valt niet absorberen. Dit water gaat vervolgens omlaag langs Weeping Rock.

Weeping Rock - de huilende rots

Het is heel bijzonder om het water langs de rots omlaag te zien druppelen. Dankzij het water is het hier ook heerlijk koel, een verademing op zo’n warme dag als vandaag!

Een heel bijzonder gezicht!

Na heel wat foto’s lopen we rustig terug naar beneden. Natuurlijk zoeken wij ook nog even verkoeling in het beekje voor we verder gaan.

Het bewijs: met de voeten in het water!

We spreken af met de rest van ons reisgezelschap dat we straks naar Zion Lodge zullen komen voor de lunch. Eerst willen we graag de Temple of Sinawava nog zien, het laatste punt van de busroute door Zion. Vlak voor de ‘tempel’ zien we nog twee ruziënde eekhoorns, die zich niks aantrekken van het publiek om hen heen.

'Als ik nu achterlangs cirkel, dan kan ik misschien een verrassingsaanval doen...'

De Temple of Sinawava is vernoemd naar een god van de Paiute Indianen, die vroeger in het gebied woonden. Een grote bergtop moet de tempel voorstellen.

De Temple of Sinawava

Vlakbij de ‘tempel’ loopt de rivier, waar met dit warme weer verschillende toeristen een duik in nemen. Het lijkt ons ook heel verleidelijk, maar we weten dat er op ons gewacht wordt en daarom houden we alleen even onze handen in het heerlijk koele water.

Een duik hierin zou heerlijk zijn...

Met de bus gaan we terug naar Zion Lodge, waar we (in de drukte) iets eten. Dan nemen we de bus helemaal terug naar de parkeerplaats en rijden we vanaf daar naar ons hotel. Dit blijkt vlakbij te zijn: Majestic View Lodge kijkt zelfs nog uit op de bergen van Zion.

Het uitzicht bij het hotel

Omdat de temperatuur nog steeds erg hoog is, brengen we snel de koffers naar de kamer en nemen we vervolgens een duik in het zwembad. Terwijl we zwemmen, horen we diverse sirenes en zien we brandweerauto’s voorbij rijden, maar we kunnen er niet achter komen wat er aan de hand is.

We drogen na het zwemmen lekker even op in de zon voor we gaan douchen. Dan lopen we naar de receptie om te vragen of er een pinautomaat is in het hotel. Dit blijkt niet het geval te zijn, maar in het dorpje tussen Zion National Park en het hotel is een bank. Hoe we daar komen? Heel simpel: we nemen de gratis shuttlebus!

Met weer contant geld op zak lopen we nog even naar de supermarkt om wat boodschappen te halen. Dan pakken we de bus terug naar het hotel, omdat we eigenlijk daar willen eten (dat is het makkelijkst). Als we de prijzen echter zien, keren we snel weer om, want die zijn echt belachelijk hoog!

In verband met de bustijden rijden we met de auto naar het dorpje. Na even gezocht te hebben en tien minuten in de rij te hebben gestaan, krijgen we een tafel toegewezen in restaurant Willie’s. Mij valt meteen de poster van de Country Bear Jamboree op, een attractie in Disney World.

De poster van de Country Bear Jamboree

Het eten in het restaurant smaakt prima, het water daarentegen niet – het is net alsof ze het zo uit het zwembad gehaald hebben. Gelukkig zijn de andere drankjes wel prima.

Na het eten rijden we terug naar het hotel, waar we lekker nog even op het balkon buiten zitten en genieten van een prachtige zonsondergang. Ook waarderen we de rust nog even, want die zal morgen afgelopen zijn: dan gaan we naar Las Vegas!

Nog één avondje rust en genieten van de natuur...


Tot morgen!

Lees verder: Dag 14 (Zion --> Las Vegas)