Posts tonen met het label prachtig. Alle posts tonen
Posts tonen met het label prachtig. Alle posts tonen

vrijdag 9 september 2016

Reisverslag Noord-Amerika 2016: dag 13

Vrijdag 22 juli 2016: Bryce Canyon --> Zion

Na al negen officiële nationale parken bezocht te hebben, staat vandaag nummer 10 op het programma: Zion National Park. De rit is slechts zo’n 90 mijl en de reistijd een kleine twee uur.

Zoals gewoonlijk staan we vroeg op en beginnen we de dag met douchen. Dit is meteen een moment van opletten, want de doucheknop blijkt gespiegeld te zijn: als je de knop op ‘koud’ zet, krijg je gloeiend heet water en bij ‘warm’ komt er koud water uit de kraan…

Als we na wat gepuzzel toch hebben kunnen douchen, kleden we ons aan en lopen we naar de winkel van Ruby’s Inn om ontbijt te kopen. Dit blijkt ook even puzzelen, want $4,95 voor een brood vinden we toch echt te duur!

Uiteindelijk weten we wat betaalbare broodjes te vinden, die we bij de picknickbankjes van het hotel opeten. Dan laden we de auto in en gaan we op weg naar Zion National Park! Eerst moeten we Bryce Canyon nog uit, waarbij we langs het beroemde ‘zout- en pepervaatje’ rijden.

Het 'zout- en pepervaatje'

Ook rijden we onder een boog door die in een rots is ontstaan en waar nu een weg doorheen loopt.

Even bukken!

Via de 89 snelweg rijden we richting Zion. Onderweg zien we heel veel groen, houten gebouwen en af en toe een riviertje. Bij de ingang van Zion wordt het landschap weer roder: Zion National Park staat namelijk bekend om zijn rode wegen. Deze zien we voor het eerst bij het beroemde ‘schaakbord’: een rots waar door de wind lijnen op zijn getekend. Hierdoor lijkt deze berg, genaamd Checkerboard Mesa, op een schaakbord.

Checkerboard Mesa met de rode weg ervoor

We rijden over de Zion-Mount Carmel Highway richting het Visitor Center. Onderweg moeten we door een tunnel en over een weg met heel veel bochten (en met heel veel bedoel ik ook heel veel!). Dan staan we in het dal en kunnen we op zoek naar een parkeerplaats voor de auto.

Via het Visitor Center lopen we naar het opstappunt van de bussen, want ook hier rijdt een gratis shuttlebus door het park. Wij stappen uit bij de Court of the Patriarchs – drie grote bergrotsen die vernoemd zijn naar bekende Amerikanen. Zo wordt de linkerberg Abraham Peak genoemd, vernoemd naar oud-president Abraham Lincoln.

Court of the Patriarchs met links Abraham Peak

Vanaf de Court of the Patriarchs nemen we de bus naar de Weeping Rock. Hier komen we eerst bij een riviertje, waar je lekker kunt pootje baden. In verband met de warmte laten we een deel van ons reisgezelschap hier achter en lopen we met z’n tweeën door naar de Weeping Rock – de huilende rots.

Het meertje waar een deel van ons gezelschap wacht

De wandeling naar de Weeping Rock is niet heel ver, maar gaat wel bergop en natuurlijk telt de hitte mee. Een park ranger aan het begin van het pad controleert dan ook of je wel voldoende water bij je hebt. Dit hebben we uiteraard, dus kunnen we doorlopen en de huilende rots zien. Deze naam komt van het water dat van bovenaf langs de rots omlaag druppelt. Boven de rots is namelijk een bijna afgesloten kloof met stenen die het water dat erin valt niet absorberen. Dit water gaat vervolgens omlaag langs Weeping Rock.

Weeping Rock - de huilende rots

Het is heel bijzonder om het water langs de rots omlaag te zien druppelen. Dankzij het water is het hier ook heerlijk koel, een verademing op zo’n warme dag als vandaag!

Een heel bijzonder gezicht!

Na heel wat foto’s lopen we rustig terug naar beneden. Natuurlijk zoeken wij ook nog even verkoeling in het beekje voor we verder gaan.

Het bewijs: met de voeten in het water!

We spreken af met de rest van ons reisgezelschap dat we straks naar Zion Lodge zullen komen voor de lunch. Eerst willen we graag de Temple of Sinawava nog zien, het laatste punt van de busroute door Zion. Vlak voor de ‘tempel’ zien we nog twee ruziënde eekhoorns, die zich niks aantrekken van het publiek om hen heen.

'Als ik nu achterlangs cirkel, dan kan ik misschien een verrassingsaanval doen...'

De Temple of Sinawava is vernoemd naar een god van de Paiute Indianen, die vroeger in het gebied woonden. Een grote bergtop moet de tempel voorstellen.

De Temple of Sinawava

Vlakbij de ‘tempel’ loopt de rivier, waar met dit warme weer verschillende toeristen een duik in nemen. Het lijkt ons ook heel verleidelijk, maar we weten dat er op ons gewacht wordt en daarom houden we alleen even onze handen in het heerlijk koele water.

Een duik hierin zou heerlijk zijn...

Met de bus gaan we terug naar Zion Lodge, waar we (in de drukte) iets eten. Dan nemen we de bus helemaal terug naar de parkeerplaats en rijden we vanaf daar naar ons hotel. Dit blijkt vlakbij te zijn: Majestic View Lodge kijkt zelfs nog uit op de bergen van Zion.

Het uitzicht bij het hotel

Omdat de temperatuur nog steeds erg hoog is, brengen we snel de koffers naar de kamer en nemen we vervolgens een duik in het zwembad. Terwijl we zwemmen, horen we diverse sirenes en zien we brandweerauto’s voorbij rijden, maar we kunnen er niet achter komen wat er aan de hand is.

We drogen na het zwemmen lekker even op in de zon voor we gaan douchen. Dan lopen we naar de receptie om te vragen of er een pinautomaat is in het hotel. Dit blijkt niet het geval te zijn, maar in het dorpje tussen Zion National Park en het hotel is een bank. Hoe we daar komen? Heel simpel: we nemen de gratis shuttlebus!

Met weer contant geld op zak lopen we nog even naar de supermarkt om wat boodschappen te halen. Dan pakken we de bus terug naar het hotel, omdat we eigenlijk daar willen eten (dat is het makkelijkst). Als we de prijzen echter zien, keren we snel weer om, want die zijn echt belachelijk hoog!

In verband met de bustijden rijden we met de auto naar het dorpje. Na even gezocht te hebben en tien minuten in de rij te hebben gestaan, krijgen we een tafel toegewezen in restaurant Willie’s. Mij valt meteen de poster van de Country Bear Jamboree op, een attractie in Disney World.

De poster van de Country Bear Jamboree

Het eten in het restaurant smaakt prima, het water daarentegen niet – het is net alsof ze het zo uit het zwembad gehaald hebben. Gelukkig zijn de andere drankjes wel prima.

Na het eten rijden we terug naar het hotel, waar we lekker nog even op het balkon buiten zitten en genieten van een prachtige zonsondergang. Ook waarderen we de rust nog even, want die zal morgen afgelopen zijn: dan gaan we naar Las Vegas!

Nog één avondje rust en genieten van de natuur...


Tot morgen!

Lees verder: Dag 14 (Zion --> Las Vegas)



dinsdag 9 juni 2015

Reisverslag Noord-Amerika 2015: dag 12

12 mei 2015: Roanoke à Asheville

Volgens ons informatieboekje zal vandaag één van de mooiste ritten worden, omdat we dwars door de bergen gaan rijden. Het is in ieder geval niet de langste rit, want in totaal leggen we vandaag ‘maar’ bijna vierhonderd kilometer af.

Net als gisteren zullen we vandaag om acht uur vertrekken, dus ik kan ’s ochtends rustig aan doen. Het weer lijkt vandaag gelukkig ook beter dan gisteren: het zonnetje schijnt al, hoewel het ’s nachts nog flink geregend heeft.

Na een ontbijt op mijn kamer meld ik me op tijd bij de bus en zoek ik mijn vaste plekje weer op. Onze buschauffeur heeft duidelijk zin om weer te gaan rijden, want al iets voor acht uur vertrekken we bij het hotel.

We rijden als eerste naar de Blue Ridge Parkway, een weg die dwars door de Blue Ridge Mountains loopt. De bergen worden ‘blue’ (blauw) genoemd, omdat ze in de winter – als er sneeuw ligt – een blauwe gloed lijken te hebben. Wij kunnen hier helaas niets van zien, omdat er met de warme temperaturen van deze maand geen sneeuw meer ligt. Bovendien is het erg bewolkt en kunnen we in de bergen regen zien vallen.

Uitzicht op de Blue Ridge Mountains vanuit de bus

Door het slechte weer valt de rit over de Blue Ridge Parkway een beetje tegen. Ik vind het dan ook niet heel erg als we weer over de snelweg gaan rijden. We passeren het plaatsje Wytheville en stoppen uiteindelijk in de buurt van Glade Spring bij een truckstop. Ik koop een beker warme chocolademelk (die overigens heerlijk smaakt!) en loop dan een rondje over de parkeerplaats in de hoop nog wat kentekenplaten te zien van staten die ik deze vakantie nog niet gezien heb. Helaas zie ik alleen maar staten die ik al gezien heb, maar ja: ik mis dan ook nog maar twaalf staten op mijn lijstje.

Als we weer verder gaan, krijgen we in de bus een korte film te zien over de Trail of Tears, omdat we vanmiddag naar een Indianengebied gaan. De Trail of Tears was een verplichte verhuizing van de Cherokee Indianen in 1838: ze werden van hun land verdreven en gedwongen te lopen naar een nieuw gebied, een tocht van 1200 mijl. Exacte cijfers zijn er niet, maar er zouden zo’n vierduizend Cherokee Indianen gestorven zijn tijdens deze tocht.

De film die we kijken over de Trail of Tears is erg interessant en informatief. Ik ben dan ook al benieuwd naar wat we vanmiddag te zien zullen krijgen. Zo ver is het echter nog niet. We steken eerst de staatsgrens over en rijden een stuk door Tennessee. We volgen de 81 snelweg, die overgaat in de 40. Onderweg zie ik een bord met een afslag voor Davy Crockett Ranch, wat me meteen doet denken aan het bungalowpark bij Disneyland Parijs.

Iets voor half één zien we het eerste bord dat ons welkom heet in de Great Smoky Mountains, een berggebied op de grens van de staten Tennessee en North Carolina. In dit berggebied zijn (volgens de informatiefolder die we krijgen) meer boomsoorten dan in heel Europa, vijftienhonderd verschillende soorten bloemen, meer dan tweehonderd soorten vogels en zestig verschillende zoogdieren. We krijgen helaas nog niet veel tijd om dit te zien, want we rijden eerst naar het dorpje Pigeon Force.

Pigeon Force is het dorpje waar Dolly Parton geboren is. Het lijkt een lief klein dorpje, maar de hoofdstraat waar wij rijden, is één en al toerisme. Er zijn souvenirwinkels en restaurants, maar vooral heel bizarre attracties, zoals een huis dat ondersteboven gebouwd is.

Het ondersteboven gebouwde huis in Pigeon Force

Langs dezelfde weg blijkt ook een Titanic museum te zijn gebouwd, compleet met de Titanic en ijsberg ernaast. Helaas stoppen we niet om het te bekijken.

Titanic museum

We rijden langs nog meer bizarre attracties, een bord voor Dollywood (een themapark in de handen van Dolly Parton) en stoppen dan bij een buffetrestaurant om te lunchen. Het is een ‘All you can eat’ restaurant, oftewel: je mag zoveel eten als je wilt. Voor mij als vegetariër is dat altijd iets minder makkelijk dan het klinkt, aangezien veel gerechten altijd vlees bevatten. De saladebar heeft gelukkig wel veel keuzemogelijkheden voor mij en een vriendelijke kok verzekert me ervan dat de loempia’s ook vegetarisch zijn.

Met een volle maag stap ik dan ook weer de bus in. We rijden terug naar de Great Smoky Mountains en volgen de 441 weg door de bergen. Het wordt een prachtige rit met veel bergen, bomen en af en toe kleine beekjes.

Dit soort beekjes zag je veel

We stoppen bij het Newfound Gap punt op 1538 meter hoogte. Dit is ook de grens van de staten Tennessee en North Carolina.

Newfound Gap: de staatsgrens van Tennessee en North Carolina

We krijgen ruimschoots de tijd om rond te kijken en te genieten van het prachtige uitzicht. Het weer is gelukkig nu helder, zodat we kilometers ver kunnen kijken en overal bergen en bossen zien.

Prachtig uitzicht vanaf Newfound Gap

Na de fotostop vervolgen we onze tocht door de Great Smoky Mountains door de staat North Carolina. De natuur blijft prachtig, ook al rijden we nu iets lager. Ik probeer nog wat foto’s te maken vanuit de bus, maar dit is erg lastig en levert helaas geen scherpe plaatjes op.

Onze volgende stop is bij het Oconaluftee Visitor Center aan het begin van het Cherokee Indianen reservaat. Dit bezoekerscentrum ligt vlakbij de Oconaluftee rivier.

De Oconaluftee rivier

Bij het bezoekerscentrum bevindt zich ook het Mountain Farm Museum, een openluchtmuseum waar een boerendorpje is nagebouwd. Je kunt er rondlopen en zien hoe de mensen vroeger leefden. In één van de gebouwen is ook iemand aanwezig die laat zien hoe de hoefsmid vroeger werkte.

Het Mountain Farm Museum

Vanaf het Oconaluftee Visitor Center rijden we verder naar Cherokee, het Indianendorpje. Als we daar stoppen, vind ik dat je het eigenlijk geen dorpje kunt noemen: het zijn alleen maar restaurants en winkeltjes waar Indianenspullen verkocht worden. Onze reisleidster had ons al gewaarschuwd hiervoor, maar ik had stiekem toch gehoopt op nog iets informatiefs.

Het Cherokee 'dorpje'

Uiteindelijk rijden we door op weg naar onze eindbestemming van vandaag: Asheville. We volgen de 19 snelweg, rijden nog een klein stukje over de Blue Ridge Parkway en gaan dan door op de 40 snelweg. Het blijkt nog een lange rit vanaf Cherokee, eigenlijk te lang. Als we dan ook nog een stop maken bij het plaatsje Biltmore om te eten en pas om half acht opgehaald zullen worden, besluit ik om gewoon in de bus te blijven zitten. De stop is namelijk omdat het hotel erg afgelegen ligt en er geen restaurant in het hotel is. Ik ben echter goed voorbereid en weet dat er vlakbij een Subway broodjeswinkel zit.

Het hotel in Asheville waar we overnachten

Dankzij mijn ‘huiswerk’ ben ik niet al te laat bij het hotel. Ik breng mijn koffer naar mijn kamer, haal een broodje bij de Subway en geniet vervolgens van het hotelzwembad. Een ander voordeel van niet meegaan naar Biltmore is namelijk dat ik lange tijd het hele zwembad voor mezelf heb.

Als de rest van de reizigers bij het hotel aankomt en het wat drukker wordt, ga ik terug naar mijn kamer om lekker uit te rusten na de toch weer lange dag. Helaas werkt het Internet heel slecht, dus ga ik nog een halfuurtje in de hotellobby zitten om alle reisverslagen bij te werken en mailtjes naar het thuisfront te versturen. Ook bereid ik me voor op morgen, want dan gaan we een muzikale dag tegemoet: we gaan naar Nashville, de hoofdstad van de countrymuziek.
 
Tot morgen!

 

Lees verder: Dag 13 (Asheville --> Nashville)