Posts tonen met het label great smoky mountains. Alle posts tonen
Posts tonen met het label great smoky mountains. Alle posts tonen

maandag 14 oktober 2019

Reisverslag VS 2019: dag 10 - Nashville --> Asheville

Dinsdag 13 augustus 2019

Gisteren zijn we van de muzikale stad Memphis naar een andere muzikale stad gereden: Nashville. Vandaag laten we de steden wat meer achter ons, aangezien we het nationale park de Great Smoky Mountains zullen bezoeken.

Zoals gebruikelijk staan we vroeg op, douchen we en kleden we ons aan. Het ontbijt is vandaag weer inbegrepen, dus gaan we naar beneden. Het is een iets simpeler ontbijt dan de andere dagen, doordat er minder keuze is, maar nog steeds prima.

Na het ontbijt pakken we onze spullen in, checken we uit en beginnen we aan de rit van vandaag. De eerste stop duurt niet lang: de gitaarfabriek van Gibson blijkt in Nashville te zitten en omdat mijn man een grote gitaarfan is, wil hij hier even kijken. Helaas is er weinig te zien, want overal hangen briefjes dat de fabriek alleen toegankelijk is voor geautoriseerd personeel.

De Gibson gitaarfabriek

We maken een paar foto’s en vervolgen dan onze rit. We verlaten Nashville, tanken nog even en beginnen dan aan de bergen. Onderweg krijgen we zo’n flinke regenbui op ons dak dat we een paar minuten besluiten te stoppen. Als de regen iets minder is geworden, rijden we verder. Het weer slaat meteen om: het is ineens weer droog en zonnig.

Opvallende natuur onderweg

Vlak voor de Great Smoky Mountains rijden we door het dorpje Pigeon Forge. Dit heb ik in 2015 ook bezocht. Het is een toeristisch dorp met attracties als Dollywood (het attractiepark van Dolly Parton), omgekeerde huizen en een Titanic museum.

Het Titanic museum

Als we Pigeon Forge uit zijn, zien we meer de echte natuur. We volgen de weg naar het Visitor Center van de Great Smoky Mountains. Omdat er een doorgaande weg dwars door het park aangelegd is, kennen de Great Smoky Mountains geen toegangsprijs. Dit compenseren ze door voor de plattegronden, die normaal gesproken gratis zijn, een klein bedrag te vragen. Wat we mooi vinden, is dat er bij de plattegronden gewoon een doosje staat om het geld in te doen, dit hoeft niet bij de kassa. Overduidelijk hebben de nationale parken zo’n status dat iedereen ook gewoon echt betaalt.

We doen een iets langere stop bij het Visitor Center, zodat we nog iets kunnen eten. Ondertussen houden we de lucht in de gaten, die er zeer dreigend uitziet. Ook horen we gerommel. We zien één flinke flits, maar verder blijft het bij gerommel. We besluiten toch te gaan rijden. Zodra we drie meter gereden hebben, begint het flink te regenen. In een zeer rustig tempo rijden we over de weg. Uitzicht hebben we niet echt, daarvoor regent het te hard.

Iets hoger op de berg is er een stopplaats langs de weg. Vanuit de auto maken we een paar foto’s, al is het uitzicht niet echt spectaculair.

Regen bij de eerste stop

We rijden verder en merken dat het langzaamaan droger wordt. Bij een volgende stop, hoger op de berg, kunnen we zelfs uitstappen voor foto’s. Nu zien we goed waarom de bergen de naam Great Smoky Mountains gekregen hebben: door de regen zijn er wolken ontstaan, die nu prachtig tussen de bergen blijven hangen.

De Great Smoky Mountains

Nog steeds in een rustig tempo rijden we verder naar de top van de berg. Hier is een grote parkeerplaats. Ook staat er het grensbord van de staten Tennessee en North Carolina. Inmiddels schijnt de zon weer volop en lijkt het net alsof het nooit geregend heeft.

Op de grens van Tennessee en North Carolina

We besluiten een stukje te lopen en volgen een onregelmatig stijgend pad tussen de bomen door. Onderweg zien we bomen, struiken, bomen, plantjes en bomen. Een echt mooi uitzicht hebben we dus niet, maar het is wel fijn om even in beweging te zijn.

Even een stukje wandelen!

Na ongeveer twintig minuten gelopen te hebben, keren we weer om, want er verandert weinig in het landschap. We lopen terug naar het begin van het pad en zien dan tussen de bomen nog een paar grote kalkoenen.

Een van de kalkoenen die we zagen

Op de parkeerplaats maken we nog wat foto’s van onze reisknuffels. Een Aziatische vrouw vindt dit blijkbaar ook leuk, want ze zet onze knuffels ook op de foto.

Twee van onze reisknuffels

Als alle knuffels weer in de auto zijn, rijden we naar beneden. Vlak voor het Oconaluftee Visitor Center staat er ineens een enorm grote elk in de berm. We stoppen iets verderop, zodat we het dier vanaf een gepaste afstand kunnen fotograferen. Het beest staat rustig te grazen, maar steekt dan over. Hierbij gaat hij vlak voor een grote auto langs en zien we pas goed hoe groot hij is: zijn gewei komt boven de auto uit.

De elk langs de kant van de weg

We rijden door naar het Visitor Center, waar we nog even stoppen. Dan gaan we het park uit en komen we in het dorpje Cherokee. Hier ben ik in 2015 ook geweest. Toen vond ik in een winkel magneetjes van de staten van Amerika. Na lang zoeken weten we het winkeltje te vinden en kunnen we onze verzameling aanvullen met de staat South Carolina, waar we geen van tweeën eerder geweest zijn.

De souvenirswinkel

Met de magneet op zak leggen we het laatste stukje van de route naar onze eindbestemming Asheville af. Ons hotel is redelijk makkelijk te vinden, maar het spreekt ons niet meteen aan. Het heeft een heel onverzorgd uiterlijk en als we uiteindelijk de trap naar onze kamer op de eerste verdieping hebben gevonden, stinkt het portaal verschrikkelijk. De kamer valt gelukkig mee: die is vrij netjes. De handdoeken hebben wel wat gaatjes en de matras is in plastic ingepakt, maar verder zien we weinig gekke dingen.

Na even overlegd te hebben, besluiten we dat we naar het Mexicaanse restaurant willen dat volgens Google Maps vlakbij is. Google heeft niet gelogen, maar het restaurant ligt wel aan de overkant van de weg en er is geen zebrapad of voetgangerslicht. Een flinke sprint later zijn we veilig aan de overkant.

Bij het Mexicaanse restaurant krijgen we een tafel toegewezen en een menukaart. De maaltijden met vlees lijken prima in orde, maar mijn vegetarische maaltijd is niet echt om over naar huis te schrijven: het zijn twee wraps die alleen gevuld zijn met gesmolten kaas en één wrap is gevuld met bonenprut. Het vult enigszins, maar daar is ook wel alles mee gezegd.

We lopen na het eten nog een klein stukje voor we terug sprinten naar de kant van de weg waar ons hotel is. Met onze neus dicht gaan we snel het trappenportaal door en dan zijn we veilig op onze kamer. Daar wassen we nog een paar kledingstukken en bekijken we uiteraard de route voor morgen. We besluiten nog een stukje natuur mee te pakken door de Blue Ridge Parkway een paar kilometer te rijden en daarna is het op naar de volgende stad: Charleston.

Tot morgen!

Lees verder: Dag 11



dinsdag 9 juni 2015

Reisverslag Noord-Amerika 2015: dag 12

12 mei 2015: Roanoke à Asheville

Volgens ons informatieboekje zal vandaag één van de mooiste ritten worden, omdat we dwars door de bergen gaan rijden. Het is in ieder geval niet de langste rit, want in totaal leggen we vandaag ‘maar’ bijna vierhonderd kilometer af.

Net als gisteren zullen we vandaag om acht uur vertrekken, dus ik kan ’s ochtends rustig aan doen. Het weer lijkt vandaag gelukkig ook beter dan gisteren: het zonnetje schijnt al, hoewel het ’s nachts nog flink geregend heeft.

Na een ontbijt op mijn kamer meld ik me op tijd bij de bus en zoek ik mijn vaste plekje weer op. Onze buschauffeur heeft duidelijk zin om weer te gaan rijden, want al iets voor acht uur vertrekken we bij het hotel.

We rijden als eerste naar de Blue Ridge Parkway, een weg die dwars door de Blue Ridge Mountains loopt. De bergen worden ‘blue’ (blauw) genoemd, omdat ze in de winter – als er sneeuw ligt – een blauwe gloed lijken te hebben. Wij kunnen hier helaas niets van zien, omdat er met de warme temperaturen van deze maand geen sneeuw meer ligt. Bovendien is het erg bewolkt en kunnen we in de bergen regen zien vallen.

Uitzicht op de Blue Ridge Mountains vanuit de bus

Door het slechte weer valt de rit over de Blue Ridge Parkway een beetje tegen. Ik vind het dan ook niet heel erg als we weer over de snelweg gaan rijden. We passeren het plaatsje Wytheville en stoppen uiteindelijk in de buurt van Glade Spring bij een truckstop. Ik koop een beker warme chocolademelk (die overigens heerlijk smaakt!) en loop dan een rondje over de parkeerplaats in de hoop nog wat kentekenplaten te zien van staten die ik deze vakantie nog niet gezien heb. Helaas zie ik alleen maar staten die ik al gezien heb, maar ja: ik mis dan ook nog maar twaalf staten op mijn lijstje.

Als we weer verder gaan, krijgen we in de bus een korte film te zien over de Trail of Tears, omdat we vanmiddag naar een Indianengebied gaan. De Trail of Tears was een verplichte verhuizing van de Cherokee Indianen in 1838: ze werden van hun land verdreven en gedwongen te lopen naar een nieuw gebied, een tocht van 1200 mijl. Exacte cijfers zijn er niet, maar er zouden zo’n vierduizend Cherokee Indianen gestorven zijn tijdens deze tocht.

De film die we kijken over de Trail of Tears is erg interessant en informatief. Ik ben dan ook al benieuwd naar wat we vanmiddag te zien zullen krijgen. Zo ver is het echter nog niet. We steken eerst de staatsgrens over en rijden een stuk door Tennessee. We volgen de 81 snelweg, die overgaat in de 40. Onderweg zie ik een bord met een afslag voor Davy Crockett Ranch, wat me meteen doet denken aan het bungalowpark bij Disneyland Parijs.

Iets voor half één zien we het eerste bord dat ons welkom heet in de Great Smoky Mountains, een berggebied op de grens van de staten Tennessee en North Carolina. In dit berggebied zijn (volgens de informatiefolder die we krijgen) meer boomsoorten dan in heel Europa, vijftienhonderd verschillende soorten bloemen, meer dan tweehonderd soorten vogels en zestig verschillende zoogdieren. We krijgen helaas nog niet veel tijd om dit te zien, want we rijden eerst naar het dorpje Pigeon Force.

Pigeon Force is het dorpje waar Dolly Parton geboren is. Het lijkt een lief klein dorpje, maar de hoofdstraat waar wij rijden, is één en al toerisme. Er zijn souvenirwinkels en restaurants, maar vooral heel bizarre attracties, zoals een huis dat ondersteboven gebouwd is.

Het ondersteboven gebouwde huis in Pigeon Force

Langs dezelfde weg blijkt ook een Titanic museum te zijn gebouwd, compleet met de Titanic en ijsberg ernaast. Helaas stoppen we niet om het te bekijken.

Titanic museum

We rijden langs nog meer bizarre attracties, een bord voor Dollywood (een themapark in de handen van Dolly Parton) en stoppen dan bij een buffetrestaurant om te lunchen. Het is een ‘All you can eat’ restaurant, oftewel: je mag zoveel eten als je wilt. Voor mij als vegetariër is dat altijd iets minder makkelijk dan het klinkt, aangezien veel gerechten altijd vlees bevatten. De saladebar heeft gelukkig wel veel keuzemogelijkheden voor mij en een vriendelijke kok verzekert me ervan dat de loempia’s ook vegetarisch zijn.

Met een volle maag stap ik dan ook weer de bus in. We rijden terug naar de Great Smoky Mountains en volgen de 441 weg door de bergen. Het wordt een prachtige rit met veel bergen, bomen en af en toe kleine beekjes.

Dit soort beekjes zag je veel

We stoppen bij het Newfound Gap punt op 1538 meter hoogte. Dit is ook de grens van de staten Tennessee en North Carolina.

Newfound Gap: de staatsgrens van Tennessee en North Carolina

We krijgen ruimschoots de tijd om rond te kijken en te genieten van het prachtige uitzicht. Het weer is gelukkig nu helder, zodat we kilometers ver kunnen kijken en overal bergen en bossen zien.

Prachtig uitzicht vanaf Newfound Gap

Na de fotostop vervolgen we onze tocht door de Great Smoky Mountains door de staat North Carolina. De natuur blijft prachtig, ook al rijden we nu iets lager. Ik probeer nog wat foto’s te maken vanuit de bus, maar dit is erg lastig en levert helaas geen scherpe plaatjes op.

Onze volgende stop is bij het Oconaluftee Visitor Center aan het begin van het Cherokee Indianen reservaat. Dit bezoekerscentrum ligt vlakbij de Oconaluftee rivier.

De Oconaluftee rivier

Bij het bezoekerscentrum bevindt zich ook het Mountain Farm Museum, een openluchtmuseum waar een boerendorpje is nagebouwd. Je kunt er rondlopen en zien hoe de mensen vroeger leefden. In één van de gebouwen is ook iemand aanwezig die laat zien hoe de hoefsmid vroeger werkte.

Het Mountain Farm Museum

Vanaf het Oconaluftee Visitor Center rijden we verder naar Cherokee, het Indianendorpje. Als we daar stoppen, vind ik dat je het eigenlijk geen dorpje kunt noemen: het zijn alleen maar restaurants en winkeltjes waar Indianenspullen verkocht worden. Onze reisleidster had ons al gewaarschuwd hiervoor, maar ik had stiekem toch gehoopt op nog iets informatiefs.

Het Cherokee 'dorpje'

Uiteindelijk rijden we door op weg naar onze eindbestemming van vandaag: Asheville. We volgen de 19 snelweg, rijden nog een klein stukje over de Blue Ridge Parkway en gaan dan door op de 40 snelweg. Het blijkt nog een lange rit vanaf Cherokee, eigenlijk te lang. Als we dan ook nog een stop maken bij het plaatsje Biltmore om te eten en pas om half acht opgehaald zullen worden, besluit ik om gewoon in de bus te blijven zitten. De stop is namelijk omdat het hotel erg afgelegen ligt en er geen restaurant in het hotel is. Ik ben echter goed voorbereid en weet dat er vlakbij een Subway broodjeswinkel zit.

Het hotel in Asheville waar we overnachten

Dankzij mijn ‘huiswerk’ ben ik niet al te laat bij het hotel. Ik breng mijn koffer naar mijn kamer, haal een broodje bij de Subway en geniet vervolgens van het hotelzwembad. Een ander voordeel van niet meegaan naar Biltmore is namelijk dat ik lange tijd het hele zwembad voor mezelf heb.

Als de rest van de reizigers bij het hotel aankomt en het wat drukker wordt, ga ik terug naar mijn kamer om lekker uit te rusten na de toch weer lange dag. Helaas werkt het Internet heel slecht, dus ga ik nog een halfuurtje in de hotellobby zitten om alle reisverslagen bij te werken en mailtjes naar het thuisfront te versturen. Ook bereid ik me voor op morgen, want dan gaan we een muzikale dag tegemoet: we gaan naar Nashville, de hoofdstad van de countrymuziek.
 
Tot morgen!

 

Lees verder: Dag 13 (Asheville --> Nashville)