Posts tonen met het label natuurpark. Alle posts tonen
Posts tonen met het label natuurpark. Alle posts tonen

vrijdag 18 oktober 2019

Reisverslag VS 2019: dag 11 - Asheville --> Charleston

Woensdag 14 augustus 2019

Gisteren hebben we het nationale park Great Smoky Mountains bezocht. Vandaag zullen we nog een stukje natuur zien langs de Blue Ridge Parkway voor we naar de stad Charleston rijden.

We staan iets later op dan anders, douchen en kleden ons aan. Dan pakken we de koffers in, laden we de auto vol en checken we snel uit. Aan de overkant van het hotel halen we bij de Subway een ontbijt voor we naar de Blue Ridge Parkway rijden.

De Blue Ridge Parkway is een snelweg met enkele stops erlangs. De eerste stop is de French Broad Overlook, waar we veel bomen zien en in de verte een rivier. De andere kant van de weg laat steen zien, want de Blue Ridge Parkway loopt dwars door en om de bergen.


French Broad Overlook



De tweede stop langs de weg is Walnut Cove, waar we opnieuw een mooi uitzicht hebben over de bergen. Bij de derde stop, Sleeping Gap, lopen we een stukje door het bos. Het is fijn om even te kunnen lopen, maar helaas worden we niet getrakteerd op een prachtig uitzicht.

Walnut Cove

We gaan terug naar de auto en rijden naar de volgende stop: Chestnut Cove. Deze stop doet ons een beetje denken aan de Oostenrijkse bergen. Van de stops vinden we deze tot nu toe het mooist.

Chestnut Cove

Na Chestnut rijden we nog één stop verder, naar Bad Fork. Ook dit is weer een mooie stop. Verder gaan is in verband met de tijd helaas geen optie, dus keren we de auto en volgen we dezelfde route terug naar het begin van de Blue Ridge Parkway. We rijden verder naar beneden en komen langs de rivier die we vanaf French Broad Overlook ook konden zien.

Bad Fork

Onze weg gaat verder richting Hendersonville, waar we bij de Walmart wat boodschappen doen en van chauffeur wisselen. De route gaat nu over de snelweg, wat weinig spectaculaire beelden oplevert. We kunnen ook goed doorrijden, behalve bij de hoofdstad van South Carolina, Columbia. Zodra we de stad uit zijn, is het weer rustiger op de weg. De temperatuur loopt intussen flink op en uiteindelijk tikken we zelfs de 106 Fahrenheit aan, wat omgerekend 41 graden Celsius is…

Het is niet koud buiten...

Als we de stad Charleston naderen, is de temperatuur nog weinig omlaag gegaan. Wel merken we aan het weer dat het erg warm is: er barst een flinke onweersbui los. Daarbij komen we ook nog eens in een lange file terecht. Hier balen we eigenlijk van, want we willen graag nog een plantagehuis bezoeken. Zullen we dat gaan redden?

Met gemiddeld tien kilometer per uur rijden we verder. Pas als we de afslag naar Boone Hall Plantation, het plantagehuis dat we willen bezoeken, hebben genomen, kunnen we sneller rijden. Niet heel veel, want het is een hobbelige, zanderige weg. Rond kwart voor zes komen we bij het huis aan, dat tot half zeven open is. Snel parkeren we de auto en melden we ons aan voor de laatste rondleiding om zes uur. De paar minuten die we nog hebben, gebruiken we om de oprijlaan te fotograferen, die vaak in reisboeken geplaatst wordt. De bomen – zo wordt ons later verteld – zijn bijzonder door het wortelsysteem dat ze hebben: de wortels zijn met elkaar verbonden, zodat zwakkere bomen water en voedsel kunnen krijgen van sterkere bomen. Ook staan de bomen hierdoor steviger. Van alle bomen die er ooit gestaan hebben, zijn er slechts twee verloren gegaan: eentje door orkaan Hugo en eentje door bliksem. Er wordt gedacht dat de oudste boom er al 400 tot 500 jaar staat.

De veel gefotografeerde oprijlaan van Boone Hall Plantation

We kijken ook nog even snel bij de voormalige slavenhuisjes. Vroeger werkten er veel slaven op Boone Hall, die in de huisjes woonden. Het werden luxe huisjes genoemd, omdat er stenen muren waren en er een raam was. Aan de buitenkant van één van de huisjes zien we een baksteen met nog vingerafdrukken van een kind erop. In het tv-programma 3 op Reis was dit ook te zien.

Huisjes waar de slaven vroeger woonden

De baksteen met vingerafdruk

Als het bijna zes uur is, melden we ons bij het huis voor de rondleiding. Een jonge dame in een ouderwetse jurk komt naar buiten en vertelt ons dat we alleen de benedenverdieping zullen bekijken, omdat de bovenverdieping nog gebruikt wordt door de eigenaren. Ook is het in het huis niet toegestaan om foto’s te maken. Dan neemt ze ons mee naar de bibliotheek van het huis. In plaats van glas voor de boekenkasten is er gaas gebruikt. Dit, zo vertelt ze, is omdat glas voor condens kan zorgen en het de boeken kan beschadigen. Charleston heeft namelijk een heel vochtig klimaat, iets wat we zelf ook al gemerkt hadden.

Boone Hall Plantation

In de bibliotheek horen we ook het verhaal achter Boone Hall: John Boone was de tweede zoon in de familie en had dus weinig kans op een goede erfenis. Daarom verliet hij Engeland en verhuisde hij naar Barbados. Op dat eiland hoorde hij over de plannen van de Engelse koning Charles: hij wilde in de nieuwe wereld (de Verenigde Staten) Engelse kolonies starten. Eén van de stukken land waar dat moest gebeuren, was het huidige Charleston. In de tijd van John Boone heette het nog Charlestown (Charles’ dorp), wat later Charleston werd.

John verhuisde naar Charleston, waar hij het goed had. Uiteindelijk besloot hij te trouwen. Tijdens een picknick leerde hij zijn buurmeisje Elizabeth kennen. Hij danste met haar, waarbij hij – zo is het verhaal dat verteld wordt – haar enkels zag. In die tijd (rond 1681) betekende het als man zien van de enkels van een vrouw dat je haar onmiddellijk ten huwelijk moest vragen. John deed dit en Elizabeth zei ‘ja’.

Na het huwelijk liet John de eerste versie van Boone Hall Plantation bouwen: een groot boerderijhuis. Dit eerste huis werd verwoest door een brand. Een tweede huis werd getroffen door een hevige storm, maar het derde huis bleef uiteindelijk staan. Het huis ging na Johns overlijden naar zijn zoons. Tot 1811 bleef het huis eigendom van een familielid Boone, maar daarna werd het verkocht aan de Duitse broers Horlbeck. Zij namen meer slaven aan en lieten hen katoen en indigo plukken. In de wintermaanden, als er niets te plukken viel, moesten de slaven bakstenen maken. Mislukte bakstenen werden gebruikt om de slavenhuisjes te bouwen.

De Duitse broers hadden een goed leven… tot de katoenoogst mislukte. Gelukkig hadden ze ook nog pecannotenbomen, maar door een hevige storm bleven er slechts 500 van de oorspronkelijk 15.000 bomen staan. De broers besloten te vertrekken en het huis kwam leeg te staan. In 1935 kocht de Canadese familie Stone Boone Hall Plantation. Ze braken het huis dat er stond af, maar gebruikten wel delen om een nieuw huis te bouwen. Dat is het huis dat er nu nog steeds staat.

In 1955 werd Boone Hall Plantation gekocht door de McRae familie, die nog steeds eigenaar van het huis en de grond is. Dochter Elizabeth, die 13 jaar was toen de familie naar het huis verhuisde, was uiteindelijk één van de eerste gidsen toen het huis open ging voor bezoekers. Inmiddels staat Boone Hall Plantation op de lijst van Afro-Amerikaanse historische plaatsen in South Carolina.

De rondleiding door het huis gaat van de bibliotheek naar de enorme hal met een losstaande trap. Ook zien we de prachtige eetkamer, de patio en rookkamer met een trap naar de wijnkelder. Aan de muur hangt een boodschappenlijstje van vroeger, waarbij het eerste ‘artikel’ een negermeisje is. Ook deze trieste lijst hadden wij gezien in 3 op Reis.

In de laatste ruimte zijn ook nog foto’s te zien van de films die in en rondom het huis zijn opgenomen. Eén daarvan is The Notebook, een film die wij speciaal voor onze vakantie nog gekeken hebben. We vinden het leuk om het huis uit de film te zien, maar de geschiedenis vinden we nog veel interessanter.

Een laatste blik op Boone Hall Plantation

Intussen is het buiten iets droger geworden. We maken nog een paar foto’s en gaan dan terug naar de auto. Gelukkig is het verkeer ook iets rustiger geworden en kunnen we zonder al te veel problemen naar ons hotel rijden. Het is een hoog, rond hotel aan de rivier. We krijgen kamer 701 toegewezen, waar we snel onze spullen naartoe brengen voor we naar het restaurant van het hotel gaan om te eten. Het bevindt zich op de bovenste verdieping van het hotel, zodat we tijdens een prima maaltijd kunnen genieten van het uitzicht.

Na het eten willen we eigenlijk nog even zwemmen, maar het zwembad blijkt al dicht te zijn – waarschijnlijk vanwege de onweersbui van eerder die middag. We gaan dus maar terug naar de kamer, waar we even de route voor morgen bekijken. Dan hebben we weer een druk programma met onder andere de prachtige Angel Oak boom en een boottocht waarbij we dolfijnen zouden kunnen zien.

Tot morgen!

Lees verder: Dag 12



maandag 14 oktober 2019

Reisverslag VS 2019: dag 10 - Nashville --> Asheville

Dinsdag 13 augustus 2019

Gisteren zijn we van de muzikale stad Memphis naar een andere muzikale stad gereden: Nashville. Vandaag laten we de steden wat meer achter ons, aangezien we het nationale park de Great Smoky Mountains zullen bezoeken.

Zoals gebruikelijk staan we vroeg op, douchen we en kleden we ons aan. Het ontbijt is vandaag weer inbegrepen, dus gaan we naar beneden. Het is een iets simpeler ontbijt dan de andere dagen, doordat er minder keuze is, maar nog steeds prima.

Na het ontbijt pakken we onze spullen in, checken we uit en beginnen we aan de rit van vandaag. De eerste stop duurt niet lang: de gitaarfabriek van Gibson blijkt in Nashville te zitten en omdat mijn man een grote gitaarfan is, wil hij hier even kijken. Helaas is er weinig te zien, want overal hangen briefjes dat de fabriek alleen toegankelijk is voor geautoriseerd personeel.

De Gibson gitaarfabriek

We maken een paar foto’s en vervolgen dan onze rit. We verlaten Nashville, tanken nog even en beginnen dan aan de bergen. Onderweg krijgen we zo’n flinke regenbui op ons dak dat we een paar minuten besluiten te stoppen. Als de regen iets minder is geworden, rijden we verder. Het weer slaat meteen om: het is ineens weer droog en zonnig.

Opvallende natuur onderweg

Vlak voor de Great Smoky Mountains rijden we door het dorpje Pigeon Forge. Dit heb ik in 2015 ook bezocht. Het is een toeristisch dorp met attracties als Dollywood (het attractiepark van Dolly Parton), omgekeerde huizen en een Titanic museum.

Het Titanic museum

Als we Pigeon Forge uit zijn, zien we meer de echte natuur. We volgen de weg naar het Visitor Center van de Great Smoky Mountains. Omdat er een doorgaande weg dwars door het park aangelegd is, kennen de Great Smoky Mountains geen toegangsprijs. Dit compenseren ze door voor de plattegronden, die normaal gesproken gratis zijn, een klein bedrag te vragen. Wat we mooi vinden, is dat er bij de plattegronden gewoon een doosje staat om het geld in te doen, dit hoeft niet bij de kassa. Overduidelijk hebben de nationale parken zo’n status dat iedereen ook gewoon echt betaalt.

We doen een iets langere stop bij het Visitor Center, zodat we nog iets kunnen eten. Ondertussen houden we de lucht in de gaten, die er zeer dreigend uitziet. Ook horen we gerommel. We zien één flinke flits, maar verder blijft het bij gerommel. We besluiten toch te gaan rijden. Zodra we drie meter gereden hebben, begint het flink te regenen. In een zeer rustig tempo rijden we over de weg. Uitzicht hebben we niet echt, daarvoor regent het te hard.

Iets hoger op de berg is er een stopplaats langs de weg. Vanuit de auto maken we een paar foto’s, al is het uitzicht niet echt spectaculair.

Regen bij de eerste stop

We rijden verder en merken dat het langzaamaan droger wordt. Bij een volgende stop, hoger op de berg, kunnen we zelfs uitstappen voor foto’s. Nu zien we goed waarom de bergen de naam Great Smoky Mountains gekregen hebben: door de regen zijn er wolken ontstaan, die nu prachtig tussen de bergen blijven hangen.

De Great Smoky Mountains

Nog steeds in een rustig tempo rijden we verder naar de top van de berg. Hier is een grote parkeerplaats. Ook staat er het grensbord van de staten Tennessee en North Carolina. Inmiddels schijnt de zon weer volop en lijkt het net alsof het nooit geregend heeft.

Op de grens van Tennessee en North Carolina

We besluiten een stukje te lopen en volgen een onregelmatig stijgend pad tussen de bomen door. Onderweg zien we bomen, struiken, bomen, plantjes en bomen. Een echt mooi uitzicht hebben we dus niet, maar het is wel fijn om even in beweging te zijn.

Even een stukje wandelen!

Na ongeveer twintig minuten gelopen te hebben, keren we weer om, want er verandert weinig in het landschap. We lopen terug naar het begin van het pad en zien dan tussen de bomen nog een paar grote kalkoenen.

Een van de kalkoenen die we zagen

Op de parkeerplaats maken we nog wat foto’s van onze reisknuffels. Een Aziatische vrouw vindt dit blijkbaar ook leuk, want ze zet onze knuffels ook op de foto.

Twee van onze reisknuffels

Als alle knuffels weer in de auto zijn, rijden we naar beneden. Vlak voor het Oconaluftee Visitor Center staat er ineens een enorm grote elk in de berm. We stoppen iets verderop, zodat we het dier vanaf een gepaste afstand kunnen fotograferen. Het beest staat rustig te grazen, maar steekt dan over. Hierbij gaat hij vlak voor een grote auto langs en zien we pas goed hoe groot hij is: zijn gewei komt boven de auto uit.

De elk langs de kant van de weg

We rijden door naar het Visitor Center, waar we nog even stoppen. Dan gaan we het park uit en komen we in het dorpje Cherokee. Hier ben ik in 2015 ook geweest. Toen vond ik in een winkel magneetjes van de staten van Amerika. Na lang zoeken weten we het winkeltje te vinden en kunnen we onze verzameling aanvullen met de staat South Carolina, waar we geen van tweeën eerder geweest zijn.

De souvenirswinkel

Met de magneet op zak leggen we het laatste stukje van de route naar onze eindbestemming Asheville af. Ons hotel is redelijk makkelijk te vinden, maar het spreekt ons niet meteen aan. Het heeft een heel onverzorgd uiterlijk en als we uiteindelijk de trap naar onze kamer op de eerste verdieping hebben gevonden, stinkt het portaal verschrikkelijk. De kamer valt gelukkig mee: die is vrij netjes. De handdoeken hebben wel wat gaatjes en de matras is in plastic ingepakt, maar verder zien we weinig gekke dingen.

Na even overlegd te hebben, besluiten we dat we naar het Mexicaanse restaurant willen dat volgens Google Maps vlakbij is. Google heeft niet gelogen, maar het restaurant ligt wel aan de overkant van de weg en er is geen zebrapad of voetgangerslicht. Een flinke sprint later zijn we veilig aan de overkant.

Bij het Mexicaanse restaurant krijgen we een tafel toegewezen en een menukaart. De maaltijden met vlees lijken prima in orde, maar mijn vegetarische maaltijd is niet echt om over naar huis te schrijven: het zijn twee wraps die alleen gevuld zijn met gesmolten kaas en één wrap is gevuld met bonenprut. Het vult enigszins, maar daar is ook wel alles mee gezegd.

We lopen na het eten nog een klein stukje voor we terug sprinten naar de kant van de weg waar ons hotel is. Met onze neus dicht gaan we snel het trappenportaal door en dan zijn we veilig op onze kamer. Daar wassen we nog een paar kledingstukken en bekijken we uiteraard de route voor morgen. We besluiten nog een stukje natuur mee te pakken door de Blue Ridge Parkway een paar kilometer te rijden en daarna is het op naar de volgende stad: Charleston.

Tot morgen!

Lees verder: Dag 11



vrijdag 15 januari 2016

Reisverslag Gambia 2015: dag 5 - deel 2

We laten de neushoorn achter ons, die samen met een groep zwijntjes rustig verder loopt door het park, en vervolgen onze weg.

Dag, meneer de Neushoorn!

Iets verderop op een open plek zien we een aantal aapjes zitten. Het is lastig om een foto van ze te maken, want ze zijn erg schuw en springen weg zodra er iets te dicht in hun buurt komt.


Een van de schuwe aapjes blijft iets langer zitten

We rijden verder over de hobbelige zandweggetjes, waarbij we uit moeten kijken dat de takken van de struiken langs de weg ons niet raken. Tussen de struiken zien we regelmatig grote termietenheuvels.

Drie termietenheuvels vlakbij elkaar

Iedereen kijkt intussen om zich heen. Is er nog een dier te zien? Het blijft een tijdje rustig, maar uiteindelijk hebben we geluk: we zien giraffen in de verte! De chauffeur stuurt de truck tussen alle struiken en bomen door om dichter bij de giraffen in de buurt te komen. De dieren trekken zich hier niets van aan: ze blijven rustig dooreten van de blaadjes van de bomen en kijken op hun gemak om zich heen.

Een van de giraffen

De groep giraffen bestaat uit een aantal volwassen dieren en een paar kleintjes. Een van de kleintjes is elf maanden, een ander is pas vier maanden oud. Voor de zekerheid blijven ze dichtbij mama in de buurt!

Twee kleintjes dichtbij mama

Na heel veel foto’s gemaakt te hebben, rijden we weer terug naar het zandweggetje om onze rit door het park te vervolgen. Terwijl wij omrijden, kiezen de giraffen de kortste weg en komen we ze verderop nogmaals tegen.

Nogmaals de giraffen

De rest van de rit verloopt rustig. We zien wat mooie vogels vliegen, maar die laten zich niet fotograferen: daar zijn ze te snel voor. Wel kunnen we nog wat zebrafoto’s maken, want vlak voor de uitgang van het park komen we er nog twee tegen.

Een van de twee zebra's

Eentje staat er langs de weg, de ander heeft zich in de struiken verstopt en lijkt wat schuwer. Als we te lang stil blijven staan, gaat hij/zij er dan ook vandoor, gevolgd door de ander.

De verstopte zebra

We laten het natuurgedeelte van het park achter ons en keren met de truck terug naar het restaurant. Iedereen is nog vol van de safari van net, wat een geluk dat we zo veel dieren gezien hebben! Met moeite keren we met onze gedachten terug naar het restaurant, waar ons gevraagd wordt wat we willen drinken. Daarna is het wachten op de pizza’s, die afgebakken worden in de steenoven achter de balie.

Ik heb het geluk dat mijn vegetarische pizza als eerste klaar is. Het is op zich geen heel bijzondere pizza (kaas, tomatensaus en een paar stukjes champignon en olijf), maar hij smaakt uitstekend! De Fanta die ik erbij krijg, smaakt minder goed: ik heb het idee dat ze iets zijn uitgeschoten met chemische smaakstoffen…

We krijgen ruim de tijd om te lunchen, nog even rond te kijken en om nog één keer gebruik te maken van de schone, fatsoenlijke toiletten voor we de bus weer in moeten. Tijd om aan de terugreis te beginnen!

Nog één keer rondkijken...

Precies om twee uur rijden we weg bij het park. Het is ongeveer een kwartiertje rijden naar de grensovergang. Daar parkeert de chauffeur de bus en gaat de gids weer met onze paspoorten naar het grensgebouw. De chauffeur jaagt eerst nog wat verkopers weg bij het busje voor hij de gids naar binnen volgt.

Wachten bij de grensovergang

De verkopers wachten even tot hij uit het zicht verdwenen is voor ze terugkomen naar het busje. Een van de meisjes spreekt een Zweedse man uit ons gezelschap aan: hij had vanochtend beloofd dat hij bananen van haar zou kopen als we terug zouden komen bij de grens. Nu is hij echter niet van plan iets te kopen. Het meisje blijft aandringen, waarop de man het gordijntje voor het raampje van de bus dichttrekt. Hier trekt het meisje zich weinig van aan: ze loopt gewoon naar de andere kant van de bus. De man is echter ineens erg geïnteresseerd in alles aan zijn linkerkant en weigert het meisje aan te kijken.

Uiteindelijk geeft het meisje het maar op. Een paar andere verkopers proberen het nog, maar het valt ons op dat het rustiger is dan vanochtend. Dit kan ook te maken hebben met het tijdstip: toen we stopten bij de grens, werd er net opgeroepen om te komen bidden. We hebben dan ook verschillende mannen gezien die hun voeten en handen wasten en nu zien we een hele groep binnen in een gebouw staan dat op een moskee lijkt. Een vrouw bidt buiten voor het gebouw, omdat het volgens het geloof niet toe is gestaan dat vrouwen en mannen bidden in dezelfde ruimte.

Misschien mede doordat het tijd is om te bidden, verloopt de grenspassage vlot: na nog geen kwartier kunnen we verder rijden. Het gaat onderweg ook vlot, waardoor we na slechts een halfuur al bij de haven van Barra zijn.

De haven van Barra

Hier begint de chaos opnieuw. Het busje wordt geparkeerd, waarna we ons een weg moeten banen door mensen, dieren en auto’s. Wel zien we in de verte de veerboot al aankomen. We zullen dus niet zo lang hoeven te wachten als vanochtend. De gids koopt snel de kaartjes en laat ze bij de ingang zien. Terwijl we even moeten wachten, lijkt een straatschoffie achter me instructie te krijgen van een man. Ik stop snel mijn telefoon vanuit mijn broekzak in mijn rugzak, want het lijkt erop dat het kind een zakkenrollertje is!

Voor het kind iemand anders heeft kunnen beroven, mogen we doorlopen richting de boot. We moeten nog wel even wachten tussen de auto’s die in de rij staan om straks aan boord te gaan, wat ons gelegenheid geeft nog even van het toilet gebruik te maken. Voor de mensen die de toiletten langs de Franse snelweg kennen met de gaten in de grond: die zijn brandschoon vergeleken met deze toiletten!

Rond kwart over drie mogen we aan boord. We zoeken weer een plekje op het bovendek en kijken toe hoe de boot geladen wordt. Hierbij wordt er flink gepuzzeld met de auto’s. Die auto een centimeter naar links, die een centimeter naar rechts… Ja, dan kan daar nog een auto tussen!

Even puzzelen...

De boot wordt steeds voller en voller, maar er blijven goederen aan boord gebracht worden. De laatste auto lukt helaas niet meer, hoe er ook gepuzzeld wordt. Dan mogen de lokale passagiers aan boord. Weer rennend alsof hun leven ervan afhangt, stormen ze op de boot af. Ik overdrijf niet als ik zeg dat er misschien wel duizend man aan boord is uiteindelijk.

Kan er nog eentje bij aan boord?

Op de boot trekt niemand zich ook iets van de rest aan. Een vrouw gaat op haar gemak borstvoeding geven, een andere vrouw verschoont op het dek de luier van haar baby. Ondertussen lopen de verkopers weer rond met bananen, noten en nephorloges. Door de drukte is het echter lastig verkopen, waarop ze samen een plekje onder de trap zoeken en gezellig samen wat bananen en noten eten.

Na ongeveer een halfuur varen, zijn we bij de haven van Banjul. Vanzelfsprekend duurt het even voor we van boord kunnen. We kunnen gelukkig wel snel doorlopen naar de bus, die net buiten de haven staat te wachten. Het valt ons op dat de haven beveiligd wordt door hoge muren met prikkeldraad erop. We zien nu ook dat, hoewel er in Banjul duidelijk armoede is, de armoede in Barra veel erger is.

Een straat in Banjul

De armoedige straten van Banjul worden af en toe afgewisseld met mooie gebouwen, zoals het gerechtsgebouw, en monumenten voor de president van het land. Deze overheidsgebouwen en monumenten zijn goed onderhouden en zien er prachtig verzorgd uit.

Arch 22, een monument voor de president

Via Kotu en Kololi rijden we terug langs de hotels om iedereen terug te brengen. Onderweg geeft onze gids ons nog uitleg over de bijnaam van Gambia, de ‘Smiling Coast of Africa’ (de lachende kust van Afrika). Als je naar de wereldkaart kijkt, lijkt West-Afrika op een gezicht. De rivier de Gambia en het land eromheen stellen de lachende mond van het gezicht voor, vandaar de Smiling Coast of Africa. Ook vertelt hij dat Kerstmis hier Christmus genoemd wordt (in plaats van Christmas) vanwege de moslims die ook Kerstmis vieren: moslims zijn in het Engels muslims, vandaar Christmus.

Met deze informatie probeert onze gids blijkbaar zijn fooi nog iets op te krikken, zich misschien realiserend dat hij niet de beste gids geweest is vandaag. Het verbaast ons dan ook niet dat veel mensen uitstappen zonder iets te geven. Uit beleefdheid geven wij nog een klein bedrag als we bij ons hotel zijn, al gunnen we het grootste gedeelte van het geld aan de chauffeur, die prima gereden heeft.

We lopen eerst naar onze kamer, waar we doodmoe op ons bed neerploffen. We rusten even uit voor we gaan douchen, hopend dat we nu wel water hebben. Gelukkig is dat het geval en kunnen we ons heerlijk opfrissen.

Rond zeven uur gaan we naar het restaurant voor een drankje en het avondeten. De live muziek van vanavond bestaat uit een groep Afrikaanse danseressen en muzikanten, die op traditionele wijze muziek maken en erbij dansen.

Na het eten blijven we nog even op het terras zitten, maar erg lang houden we het niet vol. Het is een bijzondere, indrukwekkende dag geweest met veel ervaringen die we niet snel zullen vergeten. Nu is het echter hoog tijd om te gaan slapen en bij te komen!


Tot morgen!

Lees verder: Dag 6



donderdag 27 augustus 2015

Reisverslag Curaçao 2015: dag 6

20 juli 2015

Na de heerlijk ontspannen dag van gisteren willen we vandaag graag wat meer avontuur opzoeken door een bezoek te brengen aan het Christoffelpark.

De dag begint zoals gewoonlijk met rond kwart voor vijf wakker worden. Een paar uur later staan we op en gaan we richting de receptie om alvast even te informeren naar de mogelijkheden voor autohuur. In het hotel zit namelijk een balie van een autoverhuurmaatschappij. We krijgen netjes wat informatie en besluiten er even over na te denken.

Als we ontbeten hebben, waarbij de serveerster van koffie erg onbeleefd deed door ons compleet te negeren toen wij nog een tweede kopje koffie wilden, gaan we terug naar de kamer om de prijzen van de autohuur te overleggen. We besluiten de auto vandaag te huren en gaan terug naar de balie. Hier moeten we een tijdje wachten, omdat er niemand is. Als er eindelijk twee dames van het bedrijf arriveren, moeten we nog langer wachten, aangezien ze eerst hun telefoongesprek op hun mobiele telefoon af moeten handelen (en duidelijk geen gesprek met een klant!)…

Wanneer de dames uitgebeld zijn, regelen we onze autohuur voor één dag. We krijgen een champagnekleurige Kia Picanto toegewezen met automaat. Ik mag als eerste de chauffeur zijn en na even wennen, rijden we richting Westpunt.

Het rijden op Curaçao blijkt niet moeilijk te zijn en ook de automaat went snel. We volgen rustig de bordjes richting Westpunt en zien uiteindelijk het Christoffelpark aangegeven staan. Op de parkeerplaats tegenover de ingang stoppen we om toegangskaartjes te kopen en even te poseren met Fluffy de hagedis.

Poseren met Fluffy

Met de toegangskaartjes op zak steken we met de auto de weg over. Na even wat problemen met de slagboom rijden we het park in. Het landschap wordt al snel ruig en heuvelachtig met heel veel cactussen. Het doet ons daardoor een beetje denken aan het landschap van Arizona in de Verenigde Staten.

In het Christoffelpark

Doordat het landschap zo heuvelachtig is, is het rijden ook een uitdaging. Regelmatig is niet te zien hoe de weg loopt en er zijn flinke afdalingen gevolgd door enorme klimmetjes. We zijn dan ook blij dat we af en toe even kunnen stoppen om rond te kijken.

In het park zijn veel cactussen en hagedisjes

Hoe verder we de route door het park volgen, hoe ruiger en kaler het landschap wordt. De cactussen nemen toe in hoeveelheid… en in lengte!

Een iets groter cactusje...

We rijden verder door het park en stoppen als het ineens flink begint te regenen. De hele dag is het al wat somber en regenachtig, maar dit keer krijgen we een echt flinke bui op ons dak. Gelukkig zitten we droog in ons huurautootje!

Af en toe regent het flink

Als de bui voorbij is, rijden we weer verder richting de Christoffelberg. Vlakbij de berg krijgen we opnieuw met een buitje te maken, wat bijzondere foto’s oplevert.

De Christoffelberg in de mist van de regen

Vooral door het minder goede weer rijden we een flink stuk door zonder te stoppen. Pas bij de oude kolenmijn stappen we even uit de auto. Het laatste stuk moeten we lopen, dan zijn we bij de oude mijn.

De oude kolenmijn

Na een paar foto’s gemaakt te hebben, lopen we terug naar de auto en rijden we het laatste gedeelte van de route door het park. De heuvels zijn inmiddels minder erg dan in het begin, al hebben we nog steeds momenten dat we niet zien waar de weg heen gaat.

En hoe nu verder rijden?

We komen uiteindelijk terug bij het winkeltje waar we de kaartjes hebben gekocht en ontdekken ertegenover een restaurantje. Er is maar liefst één ober (in korte broek en op slippers) en één dame die in de keuken voor het eten zorgt. De tosti’s die we besteld hebben, zijn echter prima en we hebben mooi uitzicht op verschillende vogels. Wel moeten we even opschuiven, omdat het weer begint te regenen en we net niet helemaal onder het dak zaten.

Een van de vogels bij het restaurantje

Zodra we uitgegeten zijn, rekenen we af en stappen we weer in de auto. We rijden verder richting Westpunt, dat goed aangegeven staat op de borden. Alleen het bordje ‘Welkom bij Westpunt’ ontbreekt, waardoor we twijfelen of we er wel of niet zijn. Voor de zekerheid stoppen we toch maar even om wat foto’s te maken.

Westpunt?

Vanaf de fotostop rijden we verder op zoek naar de vuurtoren van Westpunt. Helaas is deze niet te bereiken, omdat de weg nogal wat ‘gaatjes’ heeft – zoals een beveiliger van een hotel ons vertelt. We rijden daarom door naar het strand Groot Knip.

Het strand Groot Knip

Bij het strand parkeren we en zoeken we snel een plekje voor onze handdoeken. Dan gaan we met onze snorkelsets het water in. Al voor we onze duikbrillen op hebben, zien we dat er veel vis zit. We duiken snel onder en komen de ene na de andere school vissen tegen.

Een van de vele scholen vis

Na dit prachtige snorkelavontuur keren we terug naar het hotel. We frissen ons even op en lopen dan naar het Plaza Hotel in Punda. Hier zit een Italiaans restaurant vlakbij, waar we besluiten te eten. De menukaart is zeer uitgebreid, het personeel is uiterst vriendelijk en de sfeer is goed. Wel besluiten we niet te kiezen voor een tafeltje aan het water, aangezien de zee nogal wild is en er af en toe hoge golven zijn…

Een heerlijke maaltijd later lopen we terug richting het hotel. Bij de brug moeten we even wachten, omdat er een cruiseschip voorbij vaart.

De Emmabrug in het donker, net nadat het cruiseschip voorbij is gevaren

Via het Johnny Vrutaal stadion, waar een groep jongeren aan het trainen is voor een honkbalwedstrijd, lopen we vervolgens door naar het hotel. Het is vandaag weer een mooie, maar vooral ook avontuurlijke dag geweest. Morgen willen we het weer wat rustiger aan doen en gewoon lekker naar het strand gaan.


Tot morgen!

Lees verder: Dag 7 (Pirate Bay & Willemstad)