Posts tonen met het label asheville. Alle posts tonen
Posts tonen met het label asheville. Alle posts tonen

vrijdag 18 oktober 2019

Reisverslag VS 2019: dag 11 - Asheville --> Charleston

Woensdag 14 augustus 2019

Gisteren hebben we het nationale park Great Smoky Mountains bezocht. Vandaag zullen we nog een stukje natuur zien langs de Blue Ridge Parkway voor we naar de stad Charleston rijden.

We staan iets later op dan anders, douchen en kleden ons aan. Dan pakken we de koffers in, laden we de auto vol en checken we snel uit. Aan de overkant van het hotel halen we bij de Subway een ontbijt voor we naar de Blue Ridge Parkway rijden.

De Blue Ridge Parkway is een snelweg met enkele stops erlangs. De eerste stop is de French Broad Overlook, waar we veel bomen zien en in de verte een rivier. De andere kant van de weg laat steen zien, want de Blue Ridge Parkway loopt dwars door en om de bergen.


French Broad Overlook



De tweede stop langs de weg is Walnut Cove, waar we opnieuw een mooi uitzicht hebben over de bergen. Bij de derde stop, Sleeping Gap, lopen we een stukje door het bos. Het is fijn om even te kunnen lopen, maar helaas worden we niet getrakteerd op een prachtig uitzicht.

Walnut Cove

We gaan terug naar de auto en rijden naar de volgende stop: Chestnut Cove. Deze stop doet ons een beetje denken aan de Oostenrijkse bergen. Van de stops vinden we deze tot nu toe het mooist.

Chestnut Cove

Na Chestnut rijden we nog één stop verder, naar Bad Fork. Ook dit is weer een mooie stop. Verder gaan is in verband met de tijd helaas geen optie, dus keren we de auto en volgen we dezelfde route terug naar het begin van de Blue Ridge Parkway. We rijden verder naar beneden en komen langs de rivier die we vanaf French Broad Overlook ook konden zien.

Bad Fork

Onze weg gaat verder richting Hendersonville, waar we bij de Walmart wat boodschappen doen en van chauffeur wisselen. De route gaat nu over de snelweg, wat weinig spectaculaire beelden oplevert. We kunnen ook goed doorrijden, behalve bij de hoofdstad van South Carolina, Columbia. Zodra we de stad uit zijn, is het weer rustiger op de weg. De temperatuur loopt intussen flink op en uiteindelijk tikken we zelfs de 106 Fahrenheit aan, wat omgerekend 41 graden Celsius is…

Het is niet koud buiten...

Als we de stad Charleston naderen, is de temperatuur nog weinig omlaag gegaan. Wel merken we aan het weer dat het erg warm is: er barst een flinke onweersbui los. Daarbij komen we ook nog eens in een lange file terecht. Hier balen we eigenlijk van, want we willen graag nog een plantagehuis bezoeken. Zullen we dat gaan redden?

Met gemiddeld tien kilometer per uur rijden we verder. Pas als we de afslag naar Boone Hall Plantation, het plantagehuis dat we willen bezoeken, hebben genomen, kunnen we sneller rijden. Niet heel veel, want het is een hobbelige, zanderige weg. Rond kwart voor zes komen we bij het huis aan, dat tot half zeven open is. Snel parkeren we de auto en melden we ons aan voor de laatste rondleiding om zes uur. De paar minuten die we nog hebben, gebruiken we om de oprijlaan te fotograferen, die vaak in reisboeken geplaatst wordt. De bomen – zo wordt ons later verteld – zijn bijzonder door het wortelsysteem dat ze hebben: de wortels zijn met elkaar verbonden, zodat zwakkere bomen water en voedsel kunnen krijgen van sterkere bomen. Ook staan de bomen hierdoor steviger. Van alle bomen die er ooit gestaan hebben, zijn er slechts twee verloren gegaan: eentje door orkaan Hugo en eentje door bliksem. Er wordt gedacht dat de oudste boom er al 400 tot 500 jaar staat.

De veel gefotografeerde oprijlaan van Boone Hall Plantation

We kijken ook nog even snel bij de voormalige slavenhuisjes. Vroeger werkten er veel slaven op Boone Hall, die in de huisjes woonden. Het werden luxe huisjes genoemd, omdat er stenen muren waren en er een raam was. Aan de buitenkant van één van de huisjes zien we een baksteen met nog vingerafdrukken van een kind erop. In het tv-programma 3 op Reis was dit ook te zien.

Huisjes waar de slaven vroeger woonden

De baksteen met vingerafdruk

Als het bijna zes uur is, melden we ons bij het huis voor de rondleiding. Een jonge dame in een ouderwetse jurk komt naar buiten en vertelt ons dat we alleen de benedenverdieping zullen bekijken, omdat de bovenverdieping nog gebruikt wordt door de eigenaren. Ook is het in het huis niet toegestaan om foto’s te maken. Dan neemt ze ons mee naar de bibliotheek van het huis. In plaats van glas voor de boekenkasten is er gaas gebruikt. Dit, zo vertelt ze, is omdat glas voor condens kan zorgen en het de boeken kan beschadigen. Charleston heeft namelijk een heel vochtig klimaat, iets wat we zelf ook al gemerkt hadden.

Boone Hall Plantation

In de bibliotheek horen we ook het verhaal achter Boone Hall: John Boone was de tweede zoon in de familie en had dus weinig kans op een goede erfenis. Daarom verliet hij Engeland en verhuisde hij naar Barbados. Op dat eiland hoorde hij over de plannen van de Engelse koning Charles: hij wilde in de nieuwe wereld (de Verenigde Staten) Engelse kolonies starten. Eén van de stukken land waar dat moest gebeuren, was het huidige Charleston. In de tijd van John Boone heette het nog Charlestown (Charles’ dorp), wat later Charleston werd.

John verhuisde naar Charleston, waar hij het goed had. Uiteindelijk besloot hij te trouwen. Tijdens een picknick leerde hij zijn buurmeisje Elizabeth kennen. Hij danste met haar, waarbij hij – zo is het verhaal dat verteld wordt – haar enkels zag. In die tijd (rond 1681) betekende het als man zien van de enkels van een vrouw dat je haar onmiddellijk ten huwelijk moest vragen. John deed dit en Elizabeth zei ‘ja’.

Na het huwelijk liet John de eerste versie van Boone Hall Plantation bouwen: een groot boerderijhuis. Dit eerste huis werd verwoest door een brand. Een tweede huis werd getroffen door een hevige storm, maar het derde huis bleef uiteindelijk staan. Het huis ging na Johns overlijden naar zijn zoons. Tot 1811 bleef het huis eigendom van een familielid Boone, maar daarna werd het verkocht aan de Duitse broers Horlbeck. Zij namen meer slaven aan en lieten hen katoen en indigo plukken. In de wintermaanden, als er niets te plukken viel, moesten de slaven bakstenen maken. Mislukte bakstenen werden gebruikt om de slavenhuisjes te bouwen.

De Duitse broers hadden een goed leven… tot de katoenoogst mislukte. Gelukkig hadden ze ook nog pecannotenbomen, maar door een hevige storm bleven er slechts 500 van de oorspronkelijk 15.000 bomen staan. De broers besloten te vertrekken en het huis kwam leeg te staan. In 1935 kocht de Canadese familie Stone Boone Hall Plantation. Ze braken het huis dat er stond af, maar gebruikten wel delen om een nieuw huis te bouwen. Dat is het huis dat er nu nog steeds staat.

In 1955 werd Boone Hall Plantation gekocht door de McRae familie, die nog steeds eigenaar van het huis en de grond is. Dochter Elizabeth, die 13 jaar was toen de familie naar het huis verhuisde, was uiteindelijk één van de eerste gidsen toen het huis open ging voor bezoekers. Inmiddels staat Boone Hall Plantation op de lijst van Afro-Amerikaanse historische plaatsen in South Carolina.

De rondleiding door het huis gaat van de bibliotheek naar de enorme hal met een losstaande trap. Ook zien we de prachtige eetkamer, de patio en rookkamer met een trap naar de wijnkelder. Aan de muur hangt een boodschappenlijstje van vroeger, waarbij het eerste ‘artikel’ een negermeisje is. Ook deze trieste lijst hadden wij gezien in 3 op Reis.

In de laatste ruimte zijn ook nog foto’s te zien van de films die in en rondom het huis zijn opgenomen. Eén daarvan is The Notebook, een film die wij speciaal voor onze vakantie nog gekeken hebben. We vinden het leuk om het huis uit de film te zien, maar de geschiedenis vinden we nog veel interessanter.

Een laatste blik op Boone Hall Plantation

Intussen is het buiten iets droger geworden. We maken nog een paar foto’s en gaan dan terug naar de auto. Gelukkig is het verkeer ook iets rustiger geworden en kunnen we zonder al te veel problemen naar ons hotel rijden. Het is een hoog, rond hotel aan de rivier. We krijgen kamer 701 toegewezen, waar we snel onze spullen naartoe brengen voor we naar het restaurant van het hotel gaan om te eten. Het bevindt zich op de bovenste verdieping van het hotel, zodat we tijdens een prima maaltijd kunnen genieten van het uitzicht.

Na het eten willen we eigenlijk nog even zwemmen, maar het zwembad blijkt al dicht te zijn – waarschijnlijk vanwege de onweersbui van eerder die middag. We gaan dus maar terug naar de kamer, waar we even de route voor morgen bekijken. Dan hebben we weer een druk programma met onder andere de prachtige Angel Oak boom en een boottocht waarbij we dolfijnen zouden kunnen zien.

Tot morgen!

Lees verder: Dag 12



maandag 14 oktober 2019

Reisverslag VS 2019: dag 10 - Nashville --> Asheville

Dinsdag 13 augustus 2019

Gisteren zijn we van de muzikale stad Memphis naar een andere muzikale stad gereden: Nashville. Vandaag laten we de steden wat meer achter ons, aangezien we het nationale park de Great Smoky Mountains zullen bezoeken.

Zoals gebruikelijk staan we vroeg op, douchen we en kleden we ons aan. Het ontbijt is vandaag weer inbegrepen, dus gaan we naar beneden. Het is een iets simpeler ontbijt dan de andere dagen, doordat er minder keuze is, maar nog steeds prima.

Na het ontbijt pakken we onze spullen in, checken we uit en beginnen we aan de rit van vandaag. De eerste stop duurt niet lang: de gitaarfabriek van Gibson blijkt in Nashville te zitten en omdat mijn man een grote gitaarfan is, wil hij hier even kijken. Helaas is er weinig te zien, want overal hangen briefjes dat de fabriek alleen toegankelijk is voor geautoriseerd personeel.

De Gibson gitaarfabriek

We maken een paar foto’s en vervolgen dan onze rit. We verlaten Nashville, tanken nog even en beginnen dan aan de bergen. Onderweg krijgen we zo’n flinke regenbui op ons dak dat we een paar minuten besluiten te stoppen. Als de regen iets minder is geworden, rijden we verder. Het weer slaat meteen om: het is ineens weer droog en zonnig.

Opvallende natuur onderweg

Vlak voor de Great Smoky Mountains rijden we door het dorpje Pigeon Forge. Dit heb ik in 2015 ook bezocht. Het is een toeristisch dorp met attracties als Dollywood (het attractiepark van Dolly Parton), omgekeerde huizen en een Titanic museum.

Het Titanic museum

Als we Pigeon Forge uit zijn, zien we meer de echte natuur. We volgen de weg naar het Visitor Center van de Great Smoky Mountains. Omdat er een doorgaande weg dwars door het park aangelegd is, kennen de Great Smoky Mountains geen toegangsprijs. Dit compenseren ze door voor de plattegronden, die normaal gesproken gratis zijn, een klein bedrag te vragen. Wat we mooi vinden, is dat er bij de plattegronden gewoon een doosje staat om het geld in te doen, dit hoeft niet bij de kassa. Overduidelijk hebben de nationale parken zo’n status dat iedereen ook gewoon echt betaalt.

We doen een iets langere stop bij het Visitor Center, zodat we nog iets kunnen eten. Ondertussen houden we de lucht in de gaten, die er zeer dreigend uitziet. Ook horen we gerommel. We zien één flinke flits, maar verder blijft het bij gerommel. We besluiten toch te gaan rijden. Zodra we drie meter gereden hebben, begint het flink te regenen. In een zeer rustig tempo rijden we over de weg. Uitzicht hebben we niet echt, daarvoor regent het te hard.

Iets hoger op de berg is er een stopplaats langs de weg. Vanuit de auto maken we een paar foto’s, al is het uitzicht niet echt spectaculair.

Regen bij de eerste stop

We rijden verder en merken dat het langzaamaan droger wordt. Bij een volgende stop, hoger op de berg, kunnen we zelfs uitstappen voor foto’s. Nu zien we goed waarom de bergen de naam Great Smoky Mountains gekregen hebben: door de regen zijn er wolken ontstaan, die nu prachtig tussen de bergen blijven hangen.

De Great Smoky Mountains

Nog steeds in een rustig tempo rijden we verder naar de top van de berg. Hier is een grote parkeerplaats. Ook staat er het grensbord van de staten Tennessee en North Carolina. Inmiddels schijnt de zon weer volop en lijkt het net alsof het nooit geregend heeft.

Op de grens van Tennessee en North Carolina

We besluiten een stukje te lopen en volgen een onregelmatig stijgend pad tussen de bomen door. Onderweg zien we bomen, struiken, bomen, plantjes en bomen. Een echt mooi uitzicht hebben we dus niet, maar het is wel fijn om even in beweging te zijn.

Even een stukje wandelen!

Na ongeveer twintig minuten gelopen te hebben, keren we weer om, want er verandert weinig in het landschap. We lopen terug naar het begin van het pad en zien dan tussen de bomen nog een paar grote kalkoenen.

Een van de kalkoenen die we zagen

Op de parkeerplaats maken we nog wat foto’s van onze reisknuffels. Een Aziatische vrouw vindt dit blijkbaar ook leuk, want ze zet onze knuffels ook op de foto.

Twee van onze reisknuffels

Als alle knuffels weer in de auto zijn, rijden we naar beneden. Vlak voor het Oconaluftee Visitor Center staat er ineens een enorm grote elk in de berm. We stoppen iets verderop, zodat we het dier vanaf een gepaste afstand kunnen fotograferen. Het beest staat rustig te grazen, maar steekt dan over. Hierbij gaat hij vlak voor een grote auto langs en zien we pas goed hoe groot hij is: zijn gewei komt boven de auto uit.

De elk langs de kant van de weg

We rijden door naar het Visitor Center, waar we nog even stoppen. Dan gaan we het park uit en komen we in het dorpje Cherokee. Hier ben ik in 2015 ook geweest. Toen vond ik in een winkel magneetjes van de staten van Amerika. Na lang zoeken weten we het winkeltje te vinden en kunnen we onze verzameling aanvullen met de staat South Carolina, waar we geen van tweeën eerder geweest zijn.

De souvenirswinkel

Met de magneet op zak leggen we het laatste stukje van de route naar onze eindbestemming Asheville af. Ons hotel is redelijk makkelijk te vinden, maar het spreekt ons niet meteen aan. Het heeft een heel onverzorgd uiterlijk en als we uiteindelijk de trap naar onze kamer op de eerste verdieping hebben gevonden, stinkt het portaal verschrikkelijk. De kamer valt gelukkig mee: die is vrij netjes. De handdoeken hebben wel wat gaatjes en de matras is in plastic ingepakt, maar verder zien we weinig gekke dingen.

Na even overlegd te hebben, besluiten we dat we naar het Mexicaanse restaurant willen dat volgens Google Maps vlakbij is. Google heeft niet gelogen, maar het restaurant ligt wel aan de overkant van de weg en er is geen zebrapad of voetgangerslicht. Een flinke sprint later zijn we veilig aan de overkant.

Bij het Mexicaanse restaurant krijgen we een tafel toegewezen en een menukaart. De maaltijden met vlees lijken prima in orde, maar mijn vegetarische maaltijd is niet echt om over naar huis te schrijven: het zijn twee wraps die alleen gevuld zijn met gesmolten kaas en één wrap is gevuld met bonenprut. Het vult enigszins, maar daar is ook wel alles mee gezegd.

We lopen na het eten nog een klein stukje voor we terug sprinten naar de kant van de weg waar ons hotel is. Met onze neus dicht gaan we snel het trappenportaal door en dan zijn we veilig op onze kamer. Daar wassen we nog een paar kledingstukken en bekijken we uiteraard de route voor morgen. We besluiten nog een stukje natuur mee te pakken door de Blue Ridge Parkway een paar kilometer te rijden en daarna is het op naar de volgende stad: Charleston.

Tot morgen!

Lees verder: Dag 11



woensdag 10 juni 2015

Reisverslag Noord-Amerika 2015: dag 13

13 mei 2015: Asheville à Nashville

Vandaag belooft een muzikale dag te worden, want we rijden van Asheville naar Nashville, de hoofdstad van de countrymuziek!

De dag begint met een ontbijt in het hotel, dat deze keer inclusief is. Na het ontbijt pak ik mijn koffer weer in en meld ik me bij onze bus voor een rit van ongeveer 415 kilometer. We vertrekken weer om acht uur en rijden over de 40 snelweg terug richting de Great Smoky Mountains. We gaan nog een stukje door de bergen, waarbij we over sommige rotsen netten zien, die waarschijnlijk zijn bedoeld om vallende stenen tegen te houden.

Als we de bergen weer uit zijn, vervolgen we onze weg over de 40 snelweg in de richting van Knoxville, wat betekent dat we de staat North Carolina alweer achter ons laten. We rijden nu opnieuw door Tennessee, de staat die vooral bekend is geworden door de muziek. Zo wordt de hoofdstad Nashville ook wel de hoofdstad van de countrymuziek genoemd en heeft de staat natuurlijk de stad Memphis waar artiesten als Elvis Presley en Johnny Cash muziek opnamen.

Knoxville, de op twee na grootste stad van Tennessee, is wat minder muzikaal. De stad heeft een lange geschiedenis en was vroeger zelfs nog hoofdstad van Tennessee. We krijgen helaas geen tijd om de stad te bekijken, we zien alleen vanuit de bus de Sunsphere: een toren van meer dan tachtig meter hoog met een gouden bal.
De Sunsphere toren van Knoxville, gezien vanuit de bus

We rijden door en maken rond kwart over tien een korte stop bij een benzinepomp. Als we daarna weer gaan rijden, mogen we onze klokken een uur terug zetten: we zijn van de Eastern Time Zone (zes uur vroeger dan in Nederland) naar de Central Time Zone gegaan. Dit betekent dat het bij ons nu zeven uur vroeger is dan in Nederland.

Op ongeveer een uur rijden van Nashville maken we onze tweede stop van de dag bij een Visitor Center. Daar krijgen we onder andere een plattegrond van de stad, omdat we straks alleen rond mogen lopen.

Na de stop komen we steeds dichter in de buurt van de op één na grootste stad van Tennessee (Memphis is de grootste stad). Onze reisleidster vertelt ons nog wat interessante feitjes over Nashville, zoals dat het de stad is met de eerste openbare school waar ook mensen met een donkere huidskleur naartoe mochten en dat het de stad is waar Oprah Winfrey is opgegroeid.

Iets na half één zien we in de verte eindelijk de skyline van Nashville. We rijden eerst een rondje door de stad, waarbij we verschillende opnamestudio’s zien.
De skyline van Nashville vanuit de bus
Bij de RCA Studio B maken we een stop. In deze studio werden talloze hits opgenomen en de studio staat dan ook bekend als geboorteplaats van de Nashville sound, het typische geluid dat een mix is van country, popmuziek en rock ‘n roll.

RCA Studio B

In de RCA Studio B nam Elvis Presley onder andere zijn hit It’s now or never op. Ook Roy Orbison nam er een drietal hits op. Naast de studio staan daarom twee grote gitaren als soort van herinnering.
Elvis-gitaar bij de RCA Studio B
Na de stop bij de studio gaan we verder naar het Tennessee Centennial Park. Dit is een park waar in 1897 een grote expositie gehouden werd. Speciaal voor de expositie liet de stad een kopie van het Parthenon in Griekenland bouwen.
De kopie van het Parthenon in het Tennessee Centennial Park

De buschauffeur, die vaker in Nashville geweest is, wil ons graag nog het Capitool van Nashville laten zien, maar helaas is de weg afgesloten vanwege wegwerkzaamheden. Daarom worden we naar het centrum van de stad gebracht, waar we heel ruim de tijd krijgen (tot vier uur) om rond te lopen. Dat het de stad van de country is wordt mij al heel snel duidelijk als ik zelfs een prullenbak met cowboylaarzen zie…
Zelfs de prullenbakken zijn country!

Omdat het al half twee geweest is, ga ik eerst op zoek naar iets te eten. Ik vind een restaurantje dat ook vegetarische broodjes op de kaart heeft staan en gratis WiFi aanbiedt. Dit laatste verbaast me, aangezien het een heel klein restaurantje is.

Nadat ik gegeten heb, ga ik de stad verkennen. Ik ben er al snel achter dat het centrum uit één straat met countrywinkels, -restaurants en –bars bestaat, de rest van de stad is niet veel anders dan andere steden. Op deze hoofdstraat, Broadway, hoor je overal countrymuziek, want elk restaurant en elke bar heeft live muziek. Ook zie je overal straatmuzikanten.
Broadway, de hoofdstraat van Nashville

Ik loop Broadway af, passeer het Hard Rock Café en kom uiteindelijk bij de Cumberland River. Vlakbij de brug over deze rivier wordt gebouwd aan een nieuwe achtbaan. Het begin ziet er al goed uit!

Cumberland River met de achtbaan in aanbouw

Ik ga vervolgens op zoek naar het Music City Walk of Fame Park, maar helaas wordt er gewerkt en is het park niet open. Daarom steek ik de straat over en kom ik uit bij het Country Music Hall of Fame & Museum. 

De ingang van het Country Music Hall of Fame & Museum

Nadat ik het moderne Music City Center gezien heb, kom ik langs de Bridgestone Arena, een arena midden in de stad met een capaciteit van twintigduizend.
De Bridgestone Arena midden in de stad

Ik kom uiteindelijk weer uit op Broadway en loop nog even binnen bij het Nashville Visitor Center. Vanaf daar loop ik langzaam Broadway af, waarbij ik een straatgitaarspeler tegenkom met een kat in zijn armen. Als dierenliefhebster vraag ik of ik het beest mag aaien, wat zonder problemen mag. Het blijkt dat de eigenaar met de kat aandacht probeert te vragen voor het beschermen van dieren. Het geld dat hij krijgt (aaien is gratis, maar voor een foto vraagt hij geld), doneert hij dan ook aan de dierenbescherming. Hoewel ik geen foto maak, geef ik toch wat geld, erop vertrouwend dat het ook inderdaad bij de dierenbescherming terecht komt.

Aangezien het inmiddels half vier is, begin ik langzaam terug te lopen richting de plaats waar we door de bus opgehaald zullen worden. Onderweg passeer ik een ouderwets snoepwinkeltje en ik kan het niet laten om mezelf voor één keer te trakteren op een ijsje. Terwijl ik wacht op de bus, eet ik mijn ijsje heerlijk in het zonnetje op. Ik word meteen aangesproken door een wachtende taxichauffeur, die vertelt dat hij zijn kleinkinderen altijd trakteert op ijs. Ik merk op dat hij dan waarschijnlijk hun favoriete opa is, waarop hij reageert met: “Alleen als ik trakteer!”
Op Broadway zit dit ouderwetse snoepwinkeltje met erg lekker ijs!

Niet lang daarna word ik opgehaald door de bus en vertrekken we richting het hotel. Ons hotel ligt ten noordoosten van het centrum van de stad, in de wijk Music Valley Village. Het blijkt een mooi hotel te zijn met zwembad, dus ik weet al meteen wat ik ga doen! Terwijl een groot deel van de groep zich klaarmaakt voor de avondexcursie trek ik rustig baantjes in het verder lege zwembad en geniet ik lekker buiten van het laatste beetje zon.

Ons hotel ligt in de wijk Music Valley Village

Op aanraden van onze reisleidster ga ik later op de avond kijken bij een restaurant in de buurt van het hotel, de Cracker Barrel. Volgens haar kun je er namelijk erg lekker eten. Ik vind het ook inderdaad een erg leuk restaurant, gezellig ingericht, maar helaas bestaat de menukaart alleen uit vlees- en visgerechten. Wel is de aardbeienlimonade heel erg lekker!
Het Cracker Barrel restaurant

Na het eten ga ik terug naar mijn kamer. Ik verstuur nog even wat mailtjes en foto’s naar het thuisfront en bereid me voor op morgen: dan gaan we naar Memphis en zullen we een bezoek brengen aan Graceland, het huis van Elvis Presley.

Tot morgen!

Lees verder: Dag 14 (Nashville --> Memphis)


dinsdag 9 juni 2015

Reisverslag Noord-Amerika 2015: dag 12

12 mei 2015: Roanoke à Asheville

Volgens ons informatieboekje zal vandaag één van de mooiste ritten worden, omdat we dwars door de bergen gaan rijden. Het is in ieder geval niet de langste rit, want in totaal leggen we vandaag ‘maar’ bijna vierhonderd kilometer af.

Net als gisteren zullen we vandaag om acht uur vertrekken, dus ik kan ’s ochtends rustig aan doen. Het weer lijkt vandaag gelukkig ook beter dan gisteren: het zonnetje schijnt al, hoewel het ’s nachts nog flink geregend heeft.

Na een ontbijt op mijn kamer meld ik me op tijd bij de bus en zoek ik mijn vaste plekje weer op. Onze buschauffeur heeft duidelijk zin om weer te gaan rijden, want al iets voor acht uur vertrekken we bij het hotel.

We rijden als eerste naar de Blue Ridge Parkway, een weg die dwars door de Blue Ridge Mountains loopt. De bergen worden ‘blue’ (blauw) genoemd, omdat ze in de winter – als er sneeuw ligt – een blauwe gloed lijken te hebben. Wij kunnen hier helaas niets van zien, omdat er met de warme temperaturen van deze maand geen sneeuw meer ligt. Bovendien is het erg bewolkt en kunnen we in de bergen regen zien vallen.

Uitzicht op de Blue Ridge Mountains vanuit de bus

Door het slechte weer valt de rit over de Blue Ridge Parkway een beetje tegen. Ik vind het dan ook niet heel erg als we weer over de snelweg gaan rijden. We passeren het plaatsje Wytheville en stoppen uiteindelijk in de buurt van Glade Spring bij een truckstop. Ik koop een beker warme chocolademelk (die overigens heerlijk smaakt!) en loop dan een rondje over de parkeerplaats in de hoop nog wat kentekenplaten te zien van staten die ik deze vakantie nog niet gezien heb. Helaas zie ik alleen maar staten die ik al gezien heb, maar ja: ik mis dan ook nog maar twaalf staten op mijn lijstje.

Als we weer verder gaan, krijgen we in de bus een korte film te zien over de Trail of Tears, omdat we vanmiddag naar een Indianengebied gaan. De Trail of Tears was een verplichte verhuizing van de Cherokee Indianen in 1838: ze werden van hun land verdreven en gedwongen te lopen naar een nieuw gebied, een tocht van 1200 mijl. Exacte cijfers zijn er niet, maar er zouden zo’n vierduizend Cherokee Indianen gestorven zijn tijdens deze tocht.

De film die we kijken over de Trail of Tears is erg interessant en informatief. Ik ben dan ook al benieuwd naar wat we vanmiddag te zien zullen krijgen. Zo ver is het echter nog niet. We steken eerst de staatsgrens over en rijden een stuk door Tennessee. We volgen de 81 snelweg, die overgaat in de 40. Onderweg zie ik een bord met een afslag voor Davy Crockett Ranch, wat me meteen doet denken aan het bungalowpark bij Disneyland Parijs.

Iets voor half één zien we het eerste bord dat ons welkom heet in de Great Smoky Mountains, een berggebied op de grens van de staten Tennessee en North Carolina. In dit berggebied zijn (volgens de informatiefolder die we krijgen) meer boomsoorten dan in heel Europa, vijftienhonderd verschillende soorten bloemen, meer dan tweehonderd soorten vogels en zestig verschillende zoogdieren. We krijgen helaas nog niet veel tijd om dit te zien, want we rijden eerst naar het dorpje Pigeon Force.

Pigeon Force is het dorpje waar Dolly Parton geboren is. Het lijkt een lief klein dorpje, maar de hoofdstraat waar wij rijden, is één en al toerisme. Er zijn souvenirwinkels en restaurants, maar vooral heel bizarre attracties, zoals een huis dat ondersteboven gebouwd is.

Het ondersteboven gebouwde huis in Pigeon Force

Langs dezelfde weg blijkt ook een Titanic museum te zijn gebouwd, compleet met de Titanic en ijsberg ernaast. Helaas stoppen we niet om het te bekijken.

Titanic museum

We rijden langs nog meer bizarre attracties, een bord voor Dollywood (een themapark in de handen van Dolly Parton) en stoppen dan bij een buffetrestaurant om te lunchen. Het is een ‘All you can eat’ restaurant, oftewel: je mag zoveel eten als je wilt. Voor mij als vegetariër is dat altijd iets minder makkelijk dan het klinkt, aangezien veel gerechten altijd vlees bevatten. De saladebar heeft gelukkig wel veel keuzemogelijkheden voor mij en een vriendelijke kok verzekert me ervan dat de loempia’s ook vegetarisch zijn.

Met een volle maag stap ik dan ook weer de bus in. We rijden terug naar de Great Smoky Mountains en volgen de 441 weg door de bergen. Het wordt een prachtige rit met veel bergen, bomen en af en toe kleine beekjes.

Dit soort beekjes zag je veel

We stoppen bij het Newfound Gap punt op 1538 meter hoogte. Dit is ook de grens van de staten Tennessee en North Carolina.

Newfound Gap: de staatsgrens van Tennessee en North Carolina

We krijgen ruimschoots de tijd om rond te kijken en te genieten van het prachtige uitzicht. Het weer is gelukkig nu helder, zodat we kilometers ver kunnen kijken en overal bergen en bossen zien.

Prachtig uitzicht vanaf Newfound Gap

Na de fotostop vervolgen we onze tocht door de Great Smoky Mountains door de staat North Carolina. De natuur blijft prachtig, ook al rijden we nu iets lager. Ik probeer nog wat foto’s te maken vanuit de bus, maar dit is erg lastig en levert helaas geen scherpe plaatjes op.

Onze volgende stop is bij het Oconaluftee Visitor Center aan het begin van het Cherokee Indianen reservaat. Dit bezoekerscentrum ligt vlakbij de Oconaluftee rivier.

De Oconaluftee rivier

Bij het bezoekerscentrum bevindt zich ook het Mountain Farm Museum, een openluchtmuseum waar een boerendorpje is nagebouwd. Je kunt er rondlopen en zien hoe de mensen vroeger leefden. In één van de gebouwen is ook iemand aanwezig die laat zien hoe de hoefsmid vroeger werkte.

Het Mountain Farm Museum

Vanaf het Oconaluftee Visitor Center rijden we verder naar Cherokee, het Indianendorpje. Als we daar stoppen, vind ik dat je het eigenlijk geen dorpje kunt noemen: het zijn alleen maar restaurants en winkeltjes waar Indianenspullen verkocht worden. Onze reisleidster had ons al gewaarschuwd hiervoor, maar ik had stiekem toch gehoopt op nog iets informatiefs.

Het Cherokee 'dorpje'

Uiteindelijk rijden we door op weg naar onze eindbestemming van vandaag: Asheville. We volgen de 19 snelweg, rijden nog een klein stukje over de Blue Ridge Parkway en gaan dan door op de 40 snelweg. Het blijkt nog een lange rit vanaf Cherokee, eigenlijk te lang. Als we dan ook nog een stop maken bij het plaatsje Biltmore om te eten en pas om half acht opgehaald zullen worden, besluit ik om gewoon in de bus te blijven zitten. De stop is namelijk omdat het hotel erg afgelegen ligt en er geen restaurant in het hotel is. Ik ben echter goed voorbereid en weet dat er vlakbij een Subway broodjeswinkel zit.

Het hotel in Asheville waar we overnachten

Dankzij mijn ‘huiswerk’ ben ik niet al te laat bij het hotel. Ik breng mijn koffer naar mijn kamer, haal een broodje bij de Subway en geniet vervolgens van het hotelzwembad. Een ander voordeel van niet meegaan naar Biltmore is namelijk dat ik lange tijd het hele zwembad voor mezelf heb.

Als de rest van de reizigers bij het hotel aankomt en het wat drukker wordt, ga ik terug naar mijn kamer om lekker uit te rusten na de toch weer lange dag. Helaas werkt het Internet heel slecht, dus ga ik nog een halfuurtje in de hotellobby zitten om alle reisverslagen bij te werken en mailtjes naar het thuisfront te versturen. Ook bereid ik me voor op morgen, want dan gaan we een muzikale dag tegemoet: we gaan naar Nashville, de hoofdstad van de countrymuziek.
 
Tot morgen!

 

Lees verder: Dag 13 (Asheville --> Nashville)