Posts tonen met het label steenbok. Alle posts tonen
Posts tonen met het label steenbok. Alle posts tonen

zaterdag 26 januari 2019

Reisverslag Berlijn 2019: dag 4

Vrijdag 4 januari 2019

Vandaag is alweer onze laatste dag in Berlijn. Voor we terug gaan met de trein willen we graag nog een bezoek brengen aan één van de twee dierentuinen van de stad.

We staan rond acht uur op na weer geen beste nacht. Gelukkig kunnen we vannacht weer in ons eigen bedje slapen! We douchen ons, kleden ons aan en gaan dan naar beneden voor het ontbijt. Het aanbod is iets anders (een andere smaak brie, wat andere soorten broodjes), maar nog steeds prima.

Na het ontbijt controleren we uitgebreid onze kamer voor we uitchecken. Omdat het hotel een eindje van het centrum afligt, is de koffer afgeven geen optie: deze nemen we de hele dag mee. Het zal waarschijnlijk wat zwaarder zijn, maar het scheelt ons een heleboel reistijd.

Met de M6-tram reizen we naar Alexanderplatz, waar we overstappen op de S-bahn naar de Zoölogischer Garten. Berlijn heeft twee dierentuinen, eentje in het oostelijke gedeelte van de stad en eentje in het westelijke gedeelte, en wij kiezen voor die in het westen. De dierentuin in het oosten is weliswaar de grootste van Europa, maar die in het westen heeft meer verschillende dieren en bovendien hebben zij als enige dierentuin in Duitsland panda’s.

Vanaf het S-bahnstation is het maar een klein stukje lopen naar de ingang van de dierentuin. We kopen bij de kassa een kaartje, waarbij we dankzij onze Berlin Welcome Card nog korting krijgen ook. Dan lopen we de dierentuin in en zien we gelijk weer een standbeeld van een beer. Deze hebben we op meer plaatsen in de stad gezien, omdat de beer ook in de vlag van Berlijn afgebeeld staat.

Standbeeld van de beer

We lopen de dierentuin verder in en komen bij de neushoorn. Meteen zien we dat de Zoölogischer Garten een echte stadsdierentuin is: de verblijven zijn redelijk klein. Dit zorgt ervoor dat je de dieren makkelijker en dichterbij kan zien, maar we begrijpen heel goed dat dit voor de dieren frustrerend kan zijn.

Close-up van de neushoorn

Van de neushoorn gaan we door naar de tapir en vervolgens naar de steenbokken. Twee steenbokken zijn erg springerig bezig en lijken een beetje te vechten. Dit levert een paar mooie foto’s op.


De 'vechtende' steenbokken



De volgende stop is het nijlpaardenhuis. In het eerste verblijf zit een jonger nijlpaard, dat lijkt te spelen met een toekijkend kind. Het tweede verblijf is van een volwassen nijlpaard, dat mij in de gaten houdt door het lichtje van mijn fototoestel. Als ik begrijp dat hij (zij?) daardoor naar me kijkt, stop ik snel met foto’s maken om het dier niet overstuur te maken.

Ik word in de gaten gehouden...

We verlaten het nijlpaardenhuis en komen bij de kinderboerderij. Omdat we met een koffer sjouwen, gaan we om de beurt naar binnen om de schapen, geitjes, pony’s en konijnen te zien. Dan lopen we de vogelwereld in, waar vogels per werelddeel in kooien bij elkaar zitten. Ook is er een donkere ruimte waar de enige Duitse kiwi zit. We vinden het beestje een beetje zielig overkomen: hij (of zij) loopt alleen maar heen en weer op dezelfde manier en lijkt ook last te hebben van het glas – elke keer als hij omdraait, moet hij zijn hoofd helemaal naar achter trekken om zijn snavel mee te krijgen.

Als we ook in het gedeelte hebben gekeken waar de vogels wat vrijer mogen vliegen, verlaten we de vogelwereld en komen we buiten bij de kooi van de zeearend. Ernaast bevindt zich het verblijf van de hyena’s, die nogal heftig reageren op een voorbij lopende hond. Dit geeft wel aan hoe dicht de dierentuin bij de stad zit.

We komen langs het buitenverblijf van de pinguïns, die met elkaar aan het zwemmen zijn, en zien de indrukwekkende condors met hun enorme vleugels. Bij het zeeleeuwenbasin ertegenover houden we even een lunchpauze voor we onze tocht door de dierentuin vervolgen.

Een van de pinguïns

De volgende dieren die we zien, zijn de koningspinguïns in hun binnenverblijf. Ook zien we de ijsbeer, die elke keer op dezelfde manier heen en weer zwemt. Het lijkt leuk om te bekijken, maar we vinden het ook iets zieligs hebben, doordat hij elke keer precies hetzelfde doet en niet lijkt te weten wat hij anders moet doen.

Schoolslagbaantje nummer 2345...

Van de ijsbeer gaan we naar de otter, die net even uit zijn holletje komt. We lopen door naar de antilopen en de zebra’s, die ons goed in de gaten lijken te houden. Pas na een tijdje lijken ze door te hebben dat we niets doen en gaan ze verder met aan een kerstboom knabbelen.

"Ik zie je wel!"

De Zoölogischer Garten heeft nog een uitbreidingsdeel, dat vlakbij het zebraverblijf is. We kijken even vluchtig, maar omdat het nogal een gedoe is met de koffer, lopen we er geen uitgebreid rondje. In plaats daarvan gaan we naar de panda’s. Meng Meng, de vrouwtjespanda, ligt lui te slapen en ook Jiao Qing, het mannetje, lijkt weinig energie te hebben. Net als we verder willen gaan, wordt Meng Meng wakker en kunnen we haar nog wat leuker op de foto zetten.

Meng Meng

Tegenover het pandaverblijf zit het apenhuis, dat we na de panda’s bezoeken. We bekijken alle verschillende apen en zien hoe de ‘Rafiki’-apen net gevoerd worden. Het is wel duidelijk wie de baas in de groep is: het grootste mannetje mag als eerste pakken!

Als we een rondje hebben gelopen door het hele apenhuis gaan we naar de bizons. Dit doet ons meteen weer terugdenken aan de bizons van afgelopen zomer in Yellowstone. We vinden het beiden echt prachtig beesten!

De bizons

Via Eagle Canyon, waar we verschillende gieren en uilen zien, komen we terug bij de steenbokken. Vanuit de verte bekijken we de olifanten nog even en dan is het tijd om te gaan. We vonden het leuk om zo veel verschillende dieren te zien, maar we denken allebei dat er aan het dierenwelzijn nog wel iets gedaan kan worden.

Een van de uilen

De olifanten

Inmiddels hebben we nog ruim een uur voor onze trein vertrekt. Met de S-bahn reizen we daarom naar Warschauplatz, waar het grootste nog overeind staande stuk van de Berlijnse Muur is. Deze muur is veranderd in een groot kunstwerk, de East Side Gallery, waar graffitikunstenaars een stuk muur gekregen hebben om iets moois van te maken. Sommige delen zijn leuk versierd, maar er zijn ook delen waar echt een betekenis achter zit. Vooral die delen zijn erg indrukwekkend.

De East Side Gallery

We zouden graag nog iets meer van de East Side Gallery zien, maar het is nat, koud en druk en we moeten richting de trein. Met de S-bahn reizen we terug naar Ostbahnhof, waar we nog iets te eten kopen voor in de trein. Dan gaan we naar het perron en komt het vertrek uit Berlijn erg dichtbij.

Klaar voor vertrek!

Precies op tijd, om 16.22, vertrekt de trein. Via Hauptbahnhof en Spandau rijden we de stad uit. Het is rustig in de trein en dat blijft het, ook na een aantal stops. Wel rijden we af en toe iets langzamer, waardoor we wat vertraging oplopen. Rond kwart voor negen zijn we bij Bad Bentheim, de laatste plaats voor de grens met Nederland. Na een stop van ongeveer tien minuten rijden we in volle vaart verder. Hierdoor zijn we keurig op tijd terug op station Amersfoort en is onze vakantie definitief voorbij.

Het was een korte vakantie, maar ook een erg leuke vakantie, waarbij we natuurlijk weer veel gedaan, gezien en vooral gelopen hebben. Voor mijn vriend was het de tweede keer Berlijn, voor mij de eerste keer en hoewel ik niet gek ben op Duits spreken, vind ik de stad – net als mijn vriend – een echte aanrader. Met de trein reis je er heel gemakkelijk en ontspannen naartoe en in de stad zelf is heel veel leuks en bijzonders te zien. We zouden het daarom allebei leuk vinden om nog eens terug te gaan, maar dan wel in een hotel met een iets comfortabeler bed en bij iets warmere temperaturen!



woensdag 24 oktober 2018

Reisverslag Canada & VS 2018: dag 18

<-- Vorige dag

Donderdag 2 augustus 2018: Canmore (Banff)

Gisteren werden we enigszins overvallen door de enorme drukte bij Lake Louise en Moraine Lake, twee bekende meren bij Banff National Park. Vandaag hopen we iets rustigere plekken te vinden, bijvoorbeeld bij Cave and Basin en de Vermilion Lakes.

We staan rond half acht op om te douchen. Dit is nog even een uitdaging, want de douche is wat ingewikkelder dan we verwacht hadden met twee verschillende draaiknoppen op elkaar en een ringetje dat je uit de kraan moet trekken. Het lukt ons uiteindelijk om warm water uit de douche te krijgen en dan blijkt het een prima douche te zijn.

Nadat we ons aangekleed hebben, lopen we naar de Subway aan de overkant van het hotel om ontbijt te halen. Onderweg zien we dezelfde schattige konijntjes als gisteravond. We halen een broodje en iets te drinken en gaan dan terug naar de kamer. Na het ontbijt pakken we de spullen en gaan we op weg.

Als eerste rijden we naar het dorpje Banff voor Cave and Basin. Dit is een grot met daarin een geiserbassin en buiten is er ook nog een geiserbassin. Ook kun je er wandelen. Omdat we nog vroeg zijn, is het er nog heel rustig en kunnen we op ons gemak het bassin in de grot bekijken. We vinden het wel heel leuk om zo’n bassin in een grot te zien, zeker met de luchtbelletjes die af en toe boven komen als teken van ondergrondse activiteit.

Het bassin in de grot

Buiten is een ander geiserbassin. Overal wordt gewaarschuwd dat je het water vooral niet aan mag raken, omdat er piepkleine, bedreigde slakjes in zitten. Met heel goed kijken, kunnen we inderdaad de zwarte stipjes van de slakken zien.

Het buitenbassin

De slakjes

We lopen een stukje door het gebouw bij het buitenbassin, waarbij we nog een mooi uitkijkpuntje over de bergen hebben. Ook lopen we de Discovery Trail, een pad dat iets omhoog gaat naar een aantal andere thermische bronnen. Eentje doet ons wat meer aan een moeras denken, bij een ander zien we ook weer heel veel slakjes.

Uitkijken over de bergen

Vanaf de hoogste thermische bron gaan we terug naar beneden. We slaan linksaf, waar ook een pad is. Na een stuk gelopen te hebben, voelen we ons toch een beetje ongemakkelijk. We zijn de enigen die op het pad lopen, het bosgebied links van ons is beschermd gebied waar niemand mag komen en overal staan grote waarschuwingsborden voor beren. Omdat we ook geen bezienswaardigheden tegenkomen, keren we om en gaan we terug naar de auto.

Met de auto rijden we het centrum van het dorpje Banff in. We parkeren de auto en gaan lopend verder door de straatjes met souvenirwinkels en restaurants. Alle straten zijn vernoemd naar dieren die in de omgeving voorkomen. Dit staat ook met een afbeelding aangegeven op de hoek van de straat.

Straatnaambord op de stoep

We bekijken een aantal winkeltjes, die eigenlijk allemaal hetzelfde verkopen, en eten een broodje als lunch bij een klein restaurantje. Dan gaan we terug naar de auto en rijden we richting de Vermilion Lakes. Langs deze meren loopt een weg van iets meer dan vier kilometer, die we eerst helemaal af rijden. Op de terugweg stoppen we een paar keer bij de meren, die niet zo blauw zijn als Lake Louise en Moraine Lake, maar voor ons wel meer op een natuurgebied lijken dan op een toeristische attractie.

Een van de Vermilion Lakes

Na een stop bij het laatste meer gaan we terug naar de snelweg en nemen we de afslag naar Lake Minnewanka. Hier wordt voor het eerst ons toegangsbonnetje gecontroleerd. Via een bergweg rijden we naar boven. Onderweg komen we weinig verkeer tegen, maar op de parkeerplaats bij het meer is het weer erg druk. We weten gelukkig een parkeerplaatsje te vinden en gaan lopend naar het meer.

Vermilion Lakes

Lake Minnewanka blijkt een prachtig uitgestrekt meer te zijn, maar is helaas ook weer heel druk met boten. Er varen kano’s op het meer, kleine motorboten en zelfs boten die complete maaltijden aanbieden. We lopen door naar de zijkant van het meer, waar het iets rustiger is, maar waar we wel weer bedelende eekhoorns zien. Ook valt het ons op dat er overal picknicktafels staan, iets dat we ook niet helemaal bij een beschermd natuurgebied vinden passen.

Lake Minnewanka

We volgen een bospaadje richting Stewart Canyon, een ravijn met een rivier richting Lake Minnewanka. Nadat we wat foto’s gemaakt hebben, gaan we terug naar Lake Minnewanka, waar we even praten met twee rangers. Zij zijn heel positief over de mogelijkheid om dieren te zien en melden dat er zelfs vanochtend nog een beer de weg overgestoken is, maar aangezien ze ondertussen druk zijn met het bestellen van hun friet voor het avondeten via hun walkietalkies, komen ze niet heel geloofwaardig over.

Stewart Canyon

Omdat we wel klaar zijn met de drukte en het toeristische karakter van Lake Minnewanka, gaan we terug naar de auto en beginnen we via een andere route aan de rit terug naar het hotel. Hier zien we toch nog wat wildlife: langs de kant van de weg lopen een paar steenbokken.

Een van de voorbij lopende steenbokken

Via de snelweg gaan we terug naar Canmore, waar we bij een supermarktje alvast ontbijt voor morgenochtend halen. Na nog een ijsje gehaald te hebben, gaan we terug naar het hotel. Daar zitten we op de parkeerplaats voor onze kamer nog even lekker buiten voor we gaan kijken waar we kunnen avondeten. Het wordt Green Chili’s, een Indisch restaurant. Wat we allebei leuk vinden, is dat het eens een keer iets heel anders is dan de normale burger/friet/pizza-maaltijden en bovendien smaakt het nog prima ook.

Na het eten lopen we langs de konijntjes, die weer lekker op het gras zitten, terug naar de kamer. Om te ontspannen, gaan we nog even naar het bubbelbad – het enige zwembad van het hotel. Het is wel een bijzonder bubbelbad, want terwijl je in het water zit, kijk je uit op de bergen.

Als we weer terug zijn bij de kamer houden we de deur lekker open voor wat frisse lucht. Het wordt echter wel erg fris, wat alles te maken heeft met een enorme hoosbui die we prachtig onze kant op kunnen zien komen. We vinden het niet erg: liever nu regen dan morgen, als we weer zo’n zesenhalf uur in de auto mogen zitten richting Kelowna.

De regen die onze kant op komt

Tot morgen!

Lees verder: Dag 19



vrijdag 12 oktober 2018

Reisverslag Canada & VS 2018: dag 15

<-- Vorige dag

Maandag 30 juli 2018: Missoula --> Pincher Creek

Vandaag is alweer onze laatste dag in de Verenigde Staten. Na een bezoek aan Glacier National Park steken we de grens over en gaan we terug naar Canada.

We staan vroeg op, douchen en kleden ons aan en gaan dan naar beneden voor het ontbijt, want dat is wederom inbegrepen. Het is ook weer een prima ontbijt met keuze uit brood, bagels, muffins, omeletjes, worstjes en yoghurt. Er is ook een mogelijkheid om zelf wafels te bakken. Omdat we deze vakantie nog geen wafels op hebben, besluiten we er eentje te delen. Terwijl we wachten, worden we aangesproken door een Amerikaanse man. Het wordt een gezellig gesprek en als we weggaan, krijgen we zelfs nog een kaart van de staat Montana van hem waarop hij plekken van Glacier National Park heeft omcirkeld die we echt moeten zien.

Na de man bedankt te hebben, gaan we op weg. Het eerste gedeelte van de rit is vervelend: er zijn veel werkzaamheden en een aantal vrachtwagens en auto’s maken het rijden er niet leuker op. We kunnen merken dat we dichter in de buurt van Canada komen, waar de rijstijl wat Europeser is. In de rest van de Verenigde Staten hebben we nooit last gehad van vervelend verkeer, daar rijdt iedereen heel beschaafd en rekening houdend met elkaar.

In het plaatsje Bigfork stoppen we even bij een supermarkt voor een paar laatste boodschappen. Ook wisselen we hier van chauffeur, want ik moet even bijkomen van het vervelende stuk rijden. Als we weer doorrijden, wordt het landschap langzaam wat bergachtiger. Uiteindelijk komen we bij de ingang van Glacier National Park, waar we voor de laatste keer deze vakantie onze jaarpas mogen laten zien. Deze is namelijk niet geldig in Canada.

Met een plattegrond van het park beginnen we aan de rit over de Going-to-the-Sun Road, de hoofdweg van het park. De weg loopt langs Lake McDonald, een heel groot meer. Bij een parkeerplaatsje stoppen we even, zodat we naar het water toe kunnen lopen. Nu zien we pas goed hoe helder het water is. We durven het aan om met onze voeten in het water te gaan, maar verder ook niet: het water is namelijk best koud!

Lake McDonald

Iets verderop stoppen we opnieuw. Vanaf deze stopplek hebben we uitzicht op een riviertje achter de bomen en op de bergtoppen met gletsjers. Heel veel auto’s rijden de plek voorbij, niemand lijkt door te hebben hoe rustgevend de plek is.

Een van de gletsjers van het park (wat er nog van over is)

We blijven een tijdje genieten voor we verder rijden. Onderweg zien we een waterval, waar de weg overheen is gelegd. We passeren Avalanche Creek, een groot stoppunt, waar het heel druk is. We rijden dus door, hoger en hoger de berg op met ook nog een scherpe U-bocht. Iets verderop zien we aan de linkerkant Weeping Wall, een bergwand waar het water langs omlaag loopt, waardoor het net lijkt alsof de berg huilt.

Waterval bij de weg

Weeping Wall

Inmiddels is het uitzicht over het dal heel mooi geworden, omdat we flink hoog zitten. De weg kronkelt zich verder omhoog naar Logan Pass, het hoogste punt van de route. Het is ook het drukste punt: de parkeerplaats bij het Visitor Center is helemaal vol. Langzaam rijden we door en uiteindelijk vinden we anderhalve kilometer verderop een parkeerplaatsje. We besluiten eerst even te lunchen en pakken de spullen uit de kofferbak. Net als we het eerste broodje willen nemen, schiet er een steenbok uit de bosjes. Hij haast zich over de weg en loopt dan rustig langs de berg omhoog. Het is een heel mooi gezicht!

Uitzicht over het dal

De steenbok

Zonder verdere onverwachte gasten eten we onze broodjes op. Dan kijken we nog even bij Lunch Creek, een riviertje dat omlaag stroomt. Ook dit water is prachtig helder en heerlijk koel. In de struiken zit nog een eekhoorntje, maar net als ik een foto wil maken, schiet hij weg, waardoor ik alleen een foto heb van groene struiken…

We kijken nog bij de waterval, die hoort bij het riviertje van Lunch Creek, voor we verder rijden. De weg gaat nu omlaag, wat goed is voor de benzine. Toen we net aan het klimmen waren, liep die namelijk schrikbarend snel terug, maar nu lijkt het erop dat we moeiteloos de uitgang van het park kunnen halen.

De waterval bij Lunch Creek

Als we al een flink stuk gedaald hebben, komen we bij het Saint Mary Lake. Het is een groot meer met prachtig blauw water. Bij een parkeerplaatsje stoppen we even om foto’s te maken. In het meer zien we nog een klein eilandje liggen, verder is het helemaal glad. We vinden het allebei zo mooi dat we grappen dat we Lake Louise (een bekend meer met blauw water in Canada) straks wel over kunnen slaan.

Saint Mary Lake

We moeten nu het park toch echt verlaten. We rijden naar de uitgang en zoeken dan snel een tankstation op. Ook geven we onze laatste Amerikaanse dollars uit aan wat flesjes drinken en een kaart voor we richting de Canadese grens gaan.

Ons navigatiesysteem stuurt ons via de toeristische route. Dit betekent dat we de 17 weg volgen naar de grens, een route die langs Glacier National Park loopt en een stukje door Waterton National Park gaat, de Canadese kant van het park. Omdat het maar een klein stukje is, hoeven we geen toegang te betalen.

Uiteindelijk komen we bij de grens. Er staat een grenspaal en vanaf de paal loopt er een lijn dwars door het bos om aan te geven waar de grens is. We moeten wachten tot we bij de douane mogen komen. Hier wordt ons paspoort gecontroleerd en moeten we enkele vragen beantwoorden. De douanebeambte wordt na het officiële gedeelte iets vriendelijker en kletst nog even met ons over Nederland. Dan krijgen we de paspoorten terug en zijn we weer terug in Canada.

De grens

In eerste instantie verschilt het landschap niet veel met dat van de Verenigde Staten. We rijden door een groen berglandschap, al zien we wel meer boerderijen dan in de VS. Langzaam worden de bergen meer heuvels en verdwijnen de echte bergen naar de achtergrond. Hier en daar zijn grote boerderijen te zien met koeien die grazen in de weilanden ernaast.

Via een industriegebied komen we het dorpje Pincher Creek binnen, waar we twee nachten zullen slapen. Het hotel blijkt naast de Walmart te zitten. We checken in en brengen onze spullen naar kamer 202. Vervolgens gaan we naar het A&W restaurant dat naast het hotel zit, waar ze reclame maken voor een nieuwe vegetarische burger. Die moet ik natuurlijk even uitproberen!

Na het eten, dat prima heeft gesmaakt, lopen we een rondje door de Walmart voor we terug gaan naar het hotel. We besluiten nog even te gaan zwemmen en vermaken ons helemaal prima als blijkt dat het zwembad een waterglijbaan heeft. Op de tijd hoeven we niet echt te letten: morgen blijven we in Pincher Creek, er staat geen rit op het programma. Bovendien hebben we besloten om morgen ook echt even rustig aan te doen voor we aan het laatste deel van onze reis beginnen. Het is namelijk vanaf Pincher Creek nog een kleine 1200 kilometer naar Vancouver, dus we hebben nog wel even te gaan!

Tot morgen!

Lees verder: Dag 16