Posts tonen met het label victoria. Alle posts tonen
Posts tonen met het label victoria. Alle posts tonen

vrijdag 7 september 2018

Reisverslag Canada & VS 2018: dag 4

<-- Vorige dag

Donderdag 19 juli 2018: Victoria --> Seattle

Onze reis is drie dagen geleden begonnen in Canada, maar vandaag gaan we de overstap maken naar de Verenigde Staten: we steken met de veerboot over naar Port Angeles en reizen vervolgens verder naar Seattle, een afstand van zo’n driehonderd kilometer.

Op naar de VS!

Tot vier uur slapen we allebei redelijk deze nacht, daarna zijn het korte slaapjes tot de wekker van half zeven. Terwijl we opstaan, zetten we de televisie aan om nog iets mee te krijgen van de Tour de France, waarbij we zien dat de Nederlander Steven Kruijswijk voorop ligt.

Als we aangekleed zijn, verlaten we de kamer voor het ontbijt. Bij het openen van de deur blijkt er een plaatselijke krant neergelegd te zijn als extra service. We leggen hem netjes in de kamer en gaan dan naar het restaurantje voor het ontbijt, dat inbegrepen is. Er is keuze uit brood, muffins, bagels, zoete broodjes, wafels, roerei en yoghurt en natuurlijk zijn er warme en koude drankjes. Op de bar staat nog een schaal met fruit, maar dat is van mindere kwaliteit dan de rest van het ontbijt.

Met nog twee muffins in de tas voor onderweg gaan we terug naar de kamer om de laatste spullen in te pakken. Als we alles gecontroleerd hebben, zetten we met spijt de spannende Touretappe uit en gaan we naar beneden om uit te checken en de auto in te laden. Dit gaat allebei vlot en dan zijn we op weg naar de haven.

Ondanks de vele verkeerslichten onderweg zijn we snel bij de haven. De veerboot naar Port Angeles vertrekt om half elf, maar iedereen moet er uiterlijk negen uur zijn in verband met de douanecontrole. Dit houdt in dat iedereen zich bij de ingang meldt en vervolgens in een rij ingedeeld wordt om te wachten. Wij moeten in rij 6 wachten tot negen uur en intussen een formulier met gegevens invullen.

Wachten in de rij voor de douane

Iets over negenen komt de ‘blauwe brigade’ aanlopen: een groep douanecontroleurs die de rijen auto voor auto af zullen gaan. We wachten rustig af tot de controleur bij onze auto is en laten dan ons paspoort en het ingevulde formulier zien. Vervolgens wordt ons verteld dat we ons beiden moeten melden bij het douanekantoor aan het begin van de rijen.

We sluiten de auto af en gaan met al onze papieren naar het kantoor. Hier moeten we in de rij wachten, want iedereen wordt één voor één naar binnen geroepen. Als niet-Amerikanen moeten wij binnen ons paspoort afgeven en buiten wachten tot we omgeroepen worden. We staan er niet alleen, want er blijkt nog een Nederlandse familie te zijn die de grens over gaat vandaag.

Tijdens het wachten kletsen we over de verschillende reizen die we maken, terwijl ondertussen de rij wachtende mensen korter en korter wordt. Uiteindelijk worden we terug naar binnen geroepen. Omdat we van tevoren keurig ESTA’s aangevraagd hebben (toestemming om de Verenigde Staten binnen te komen), moeten alleen onze vingerafdrukken nog genomen worden en onze foto’s. Ook moeten we per persoon nog zes dollar extra douanekosten betalen. Als ons eerste verblijfadres in de VS ingevoerd is, krijgen we stempels in ons paspoort en een papiertje dat eruit gehaald moet worden als we de VS weer verlaten.

Met onze gestempelde paspoorten keren we terug naar de auto. Inmiddels is de boot aangekomen en niet lang nadat we in de auto zijn gaan zitten, mogen we al aan boord. We moeten onze auto op het autodek achter een grote camper parkeren en dan de auto verlaten. Via de trap gaan we naar het bovendek, dat een stuk groter is dan het dek van de veerboot van gisteren. We lopen door naar het buitendek, waar we nog een mooi uitzicht over het centrum van Victoria hebben.

Uitzicht vanaf de boot

Ruim na half elf begint de boot te bewegen. We draaien eerst en zetten dan koers richting Port Angeles. Omdat het aan dek heel fris is, gaan we naar binnen, waar we op de stoeltjes van het observatiedek plaatsnemen. Hier hebben we uitzicht over het water en de bergen van het Olympic National Park in de verte. Opeens wordt er geroepen en blijkt er een walvis naast de boot te zien te zijn. Zou dit dezelfde bultrugwalvis van gisteren zijn? Aan de andere kant zouden ook nog orka’s zwemmen, maar helaas zien we die zelf niet.

Uitzicht onderweg

Na een vaart van zo’n anderhalf uur komen we aan bij Port Angeles in de staat Washington. We hebben geluk, want onze rij mag al snel gaan rijden en van boord. Uiteraard kunnen we niet zomaar doorrijden – we moeten eerst nog wat vragen beantwoorden bij een poortje – maar dan rijden we toch echt Port Angeles in de Verenigde Staten in.

Onze eerste indruk is dat het plaatsje echt een grensplaatsje is zonder verdere bijzonderheden. Mede door het bewolkte weer ziet het er wat grauw en armoedig uit. We concentreren ons echter op een tankstation en een winkel om iets te eten te halen voor we echt aan de rit op de Amerikaanse wegen beginnen. Voor we naar Seattle rijden, willen we namelijk eerst nog Olympic National Park bezoeken.

De rit ernaartoe is gemakkelijk, want de ingang van het park ligt maar net buiten het stadje. Zoals bij elk Amerikaans nationaal park begint ons bezoek bij het Visitor Center, het informatiecentrum. Hier kopen we een America the Beautiful Pass: een jaarpas die geldig is voor alle Amerikaanse nationale parken. Dit is namelijk voordeliger dan overal losse toegang betalen.

Met een kaart van het park gaan we het park in. We hebben maar kort de tijd, dus beperken we ons bezoek tot het rijden naar de Hurricane Ridge, het uitzichtpunt bovenop de berg. De weg erheen is lange tijd afgesloten wegens werkzaamheden, maar vandaag is de weg gedeeltelijk open. Dit betekent dat er een flink stuk maar één baan open is. We moeten even wachten, maar kunnen dan in kolonne over een deels geasfalteerde en deels grindweg verder.

Uiteindelijk komen we bij het einde van de werkzaamheden en wordt de weg weer gewoon tweebaans. We rijden door tussen de bomen en het groen, waardoor we ons een beetje in het regenwoud wanen. Hoe hoger we komen, hoe meer wolken we tegenkomen en af en toe moeten we ook echt door de bewolking rijden. Mijn vriend maakt zich een beetje zorgen: zullen we boven wel iets zien met al die bewolking? Ik heb echter een camerabeeld gezien in het Visitor Center, waarbij de Hurricane Ridge zonnig en helder is.

Onderweg in Olympic National Park (foto gemaakt met telefoon)

Het camerabeeld blijkt gelijk te hebben: ineens zitten we boven de bewolking en is de lucht helderblauw met een stralende zon. Voor ons zien we de enorme bergen die de Hurricane Ridge vormen.

Deel van de Hurricane Ridge met links de bewolking waar we doorheen gereden zijn

We parkeren de auto en beginnen met het maken van foto’s van het prachtige landschap. Er zijn diepe groene dalen en hoge bergtoppen met sneeuw met daartussen bergruggen met groene bomen. We vinden het allebei heel mooi!

Hurricane Ridge

Vanaf de parkeerplaats lopen we een stukje, waarbij we ineens een elk (een soort hert) zien. Het dier staat rustig te grazen en trekt zich weinig aan van de toeristen om hem heen.

Een elk langs de kant van de weg

We lopen langs de elk het pad omhoog op, zodat we uitzicht hebben over de achterkant van het gebergte. ‘Uitzicht’ is misschien een groot woord, aangezien deze kant heel bewolkt is. Bij helder weer zou je het water moeten kunnen zien waar we vanochtend over gevaren hebben, maar nu zien we alleen een paar bergtopjes.

Uitzicht aan de achterkant

Vanaf het uitzichtpunt lopen we nog een stukje door het bos, waarbij we opnieuw een elk tegenkomen en twee stukken bevroren sneeuw. Onze korte wandeling eindigt bij het Visitor Center van de Hurricane Ridge, waar aan de achterkant een uitkijkterras is. Hier staan ook informatieborden over de bergen. Er wordt onder andere verteld dat door de klimaatverandering de gletsjer op één van de bergen de laatste jaren ernstig kleiner is geworden.

Opnieuw een elk

Gletsjers van de Hurricane Ridge

We kijken nog even verder naar de informatieborden buiten en ook in het Visitor Center voor we aan de rit terug naar beneden beginnen. Het is geen spannende rit: we kunnen goed doorrijden en we hebben weinig last van de wegwerkzaamheden. Wel zien we nog twee keer een elk.

Beneden stoppen we nog even bij het Visitor Center, waarbij we de eerste souvenir van de vakantie kopen: een knuffel in de vorm van een zeearend.

Onze eerste souvenirknuffel

Na nog een sanitaire stop gaan we richting Seattle, een rit van zo’n drie uur. We rijden eerst terug naar Port Angeles en verlaten dan het dorp. We passeren nog een paar andere dorpen voor we echt op de snelweg rijden. De uitdaging voor ons hierbij is het omrekenen van de snelheden: de auto heeft alleen een snelheidsmeter in kilometers, terwijl alles hier in mijlen aangegeven staat. Gelukkig heb ik mijn leerlingen op school het afgelopen jaar de tafel van 16 geleerd!

Over de snelweg kunnen we goed doorrijden. Onderweg zien we veel bos met hoge bomen. In het dorpje Port Orchard stoppen we even voor we onze weg weer vervolgen. Er zijn twee manieren om bij Seattle te komen: met een veerboot over varen of om het water heen rijden. Wij kiezen voor de laatste manier en houden richting Tacoma in. Hier moeten we wel een tolbrug over, maar dit is makkelijker dan weer met een veerboot over. Bovendien komen we nu aan de zuidkant van de stad uit, waar ons hotel zit. Als we met de veerboot waren gegaan, hadden we heel Seattle nog door moeten rijden.

In de verte zien we inmiddels Mount Rainier, een hoge bergtop met eeuwige sneeuw. Met de berg op de achtergrond rijden we naar Renton, een voorstadje van Seattle. Hier zit ons hotel. Na het inchecken krijgen we kamer 142 in de zuidvleugel toegewezen. We pakken een beetje uit, wassen een paar kledingstukken en gaan dan op zoek naar een restaurant om te eten. Het wordt Applebee’s, een restaurant waar mijn vriend goede ervaringen mee heeft. Helaas blijkt dit restaurant anders dan het restaurant dat hij kende en is de keuze vrij beperkt en niet heel gezond.

Als we gegeten hebben, lopen we nog even naar de Walmart, die vlakbij het hotel zit. We lopen een rondje, kopen nog een paar kleine dingen en gaan dan terug naar het hotel. Hier bereiden we ons alvast een beetje voor op morgen, want dan willen we in ieder geval de bekende toren Space Needle op om van het uitzicht over Seattle te genieten.

Tot morgen!

Lees verder: Dag 5



dinsdag 4 september 2018

Reisverslag Canada & VS 2018: dag 3

<-- Vorige dag

Woensdag 18 juli 2018: Vancouver --> Victoria

Vandaag hebben we onze eerste echt reisdag: we gaan van Vancouver naar het plaatsje Victoria op Vancouver Island, een reis van ongeveer honderd kilometer.

Net als gisteren zijn we vroeg wakker. We hebben opnieuw onrustig geslapen, dit keer ook doordat er vaak mensen voorbij onze kamer liepen en we veel vliegtuigen over hoorden vliegen. Een douche maakt ons een beetje wakker, samen met het ontbijt van onze laatste broodjes en natuurlijk de gratis muffin van de receptie.

Na het ontbijt pakken we onze spullen in, controleren we de kamer en laden we de auto in. Dit gaat moeiteloos: beide koffers passen makkelijk samen met onze gekochte koelbox van piepschuim in de achterbak. We checken uit en vertrekken richting Victoria. Volgens het navigatiesysteem is er vertraging onderweg, wat ons een beetje zenuwachtig maakt: we hebben namelijk een reservering voor de veerboot en die willen we niet missen.

Gelukkig valt de vertraging mee en zijn we na een niet al te lange rit bij de haven van Tsawwassen. Hiervandaan vertrekt de veerboot naar Swartz Bay op Vancouver Island. We zijn er zo ruim op tijd dat we al met de boot van negen uur mee mogen in plaats van met de boot van tien uur die we gereserveerd hadden. Alle auto’s moeten in verschillende rijen wachten tot ze aan boord gaan en wij krijgen rij 40 toegewezen, een rij in het midden.

In de rij voor de boot (foto gemaakt met telefoon)

Een voor één gaan de rijen aan boord, waarbij wij op een klein blauw paadje moeten parkeren, vlakbij de lift naar het dek. We nemen echter sportief de trap en gaan naar het buitendek. Hier is het al redelijk druk. We zoeken een plaatsje op een bankje vlakbij een tafel waar iemand boeken en platen aan het uitstallen is. Via een headset kondigt ze aan dat ze over een kwartiertje een presentatie zal geven over de natuur in de baai.

Wij zijn klaar voor vertrek!

De boot vertrekt iets over negenen richting Vancouver Island. Het is een rustige vaart met een fris windje, maar de zon zorgt voor warmte. We blijven op het dek en luisteren naar de presentatie. Er wordt iets verteld over rietgras, dat veel in de baai voorkomt, over vissen en over afval in het water. Daarna mogen we, als we dat willen, nog vragen stellen of de boeken bekijken. We bladeren een boek door met dieren die in het gebied voorkomen en zien daarbij een plaatje van orka’s, die we hopen later vandaag te zien. Nu zien we helaas nog geen orka’s of walvissen, maar wel cirkelt er een roofvogel verderop door de lucht.

Onderweg op de boot

Om ons stappendoel van vandaag te halen, lopen we nog een rondje over het dek, maar eigenlijk is het alleen op het achterdek aangenaam. We blijven er tot we terug naar de auto moeten, wat na een kleine anderhalf uur is. In de auto moeten we nog heel even wachten voor we van boord mogen, maar dit duurt niet heel lang.

De route naar Victoria vanaf Swartz Bay blijkt vervolgens erg makkelijk: het is één rechte weg die we moeten volgen. Ons hotel ligt ook nog eens aan deze weg. Helaas kunnen we nog niet op de kamer, maar we mogen wel de koffers afgeven.

Omdat we allebei wel een beetje trek hebben, lopen we eerst naar het winkelcentrum naast het hotel om iets te eten voor we met de auto naar het centrum rijden. Dankzij de plattegrond die we in het hotel gekregen hebben, kunnen we zonder navigatiesysteem een parkeergarage vinden. De garage staat goed vol, maar op de bovenste verdieping is nog een plaatsje.

Vanaf de parkeergarage lopen we het centrum in. Victoria heeft een gezellige uitstraling, vinden we, maar ook iets armoedigs met gebouwen die dringend een likje verf of een beetje opknappen nodig hebben. Het is ook duidelijk een toeristenstad, want we komen heel veel souvenirwinkeltjes tegen.

We lopen naar Wharf Street en komen onderweg een prachtige muurschildering van orka’s tegen. Hopelijk gaan we ze vanmiddag in het echt zien! We zien de haven van onze boot al, maar omdat het nog te vroeg is, lopen we verder het centrum in.

De orka muurschildering

In het centrum zien we een aantal grote gebouwen: een stadhuis dat ons aan het stadhuis van Belfast doet denken en enkele hotels. Deze zijn rondom de haven gebouwd, waar met bloemen de woorden ‘Welcome to Victoria’ zijn gemaakt. In de haven zelf is het druk met bootjes en watervliegtuigen.

De haven van Victoria

Van de straat gaan we naar de stoep rondom het water, waar we opnieuw souvenirwinkeltjes en –kraampjes tegenkomen. Ook staat er een prachtig mozaïekbeeld van een orka.

Het orkabeeld

We lopen een stukje langs de kraampjes en het water in de hoop bij Fisherman’s Wharf te komen. Hier zouden, volgens de receptioniste van het hotel, zeehonden te zien moeten zijn. Onderweg zien we het ene na het andere watervliegtuigje opstijgen en landen. Ook zien we de bordjes richting Fisherman’s Wharf, waarbij de afstand maar niet kleiner lijkt te worden. Uiteindelijk geven we het op en gaan we terug naar de haven voor onze boottocht.

Bij het kleine kantoortje voor het vertrekpunt melden we ons. We moeten uiteraard een papier ondertekenen om aan te geven dat we de risico’s van de boottocht kennen en dan is het wachten tot onze boot vertrekt. We varen vandaag op de BC Nova met Gordon als kapitein.

De BC Nova

Iets voor half drie komt de kapitein naar de boot toe. We moeten allemaal een pak aan, omdat het onderweg erg koud kan worden. De pakken zijn niet helemaal op maat, waardoor ik het idee heb dat ik nu al verzuip. En smelt, want met de temperatuur van bijna dertig graden in de haven lijkt het pak nog erg overbodig.

Samen met nog zeven anderen gaan we aan boord van de boot: een grotendeels open bootje met een klein overdekt gedeelte. De kapitein vertelt nog iets over veiligheid aan boord en over de te verwachten reis voor we echt vertrekken. Heel rustig verlaten we de haven, maar hoe verder we van de haven vandaan gaan, hoe sneller we gaan varen. Gordon blijkt echter een goede kapitein: hij kan de golven en klappen op het water redelijk ontwijken en weet de echte waterschade tot één grote golf te beperken.

Nadat we een tijdje over open water gevaren hebben, remt de kapitein ineens af. We turen in de verte en zien dan ineens de staartvin van een walvis. Gordon weet meteen dat het een humpback whale is (een bultrugwalvis) en dat ze gaat duiken. We wachten rustig af en na een paar keer het spuitwater gezien hebben, zien we echt de rug van de walvis niet ver van onze boot.

De bultrugwalvis

Mijn vriend en ik vinden dit al heel bijzonder, maar Gordon wil graag door, want de orka’s wachten op ons! We varen verder richting North Pender Island, één van de Gulf eilanden vlakbij de grens met de Verenigde Staten. En daar zien we dan echt waar we op gehoopt hadden: orka’s!

Het eerste groepje orka's

Het eerste groepje zien we in de verte zwemmen, een groepje van drie vrouwtjes. Heel rustig dobberen we iets dichterbij en dan zien we nog een tweede groepje. Hier zit ook een mannetje bij, die duidelijk te herkennen is aan zijn enorme rugvin. Volgens kapitein Gordon heet het mannetje ‘Mike’.

Orka J-26, Mike. Om de orka's te steunen, hebben wij deze orka geadopteerd via The Whale Museum

Terwijl we kijken naar de prachtige dieren vertelt onze kapitein meer over de orka’s. De orka’s die we zien, horen bij J-pod, groep J (deze groep is in juli / augustus 2018 ook in het nieuws geweest, omdat een moederorka haar dode kalf heel lang met zich mee droeg). Het zijn Southern Resident Killer Whales, een groep orka’s die bedreigd wordt. Dit komt door een gebrek aan eten in het gebied, door vervuiling in het water en door de toenemende scheepvaart.

Naast Mike zwemt een klein orkaatje, waarvan we denken dat het J50 is, Scarlet. Ook zij is in het nieuws geweest, omdat ze ziek zou zijn en er geprobeerd wordt haar medicijnen te geven. Dit is nog nooit eerder gedaan bij wilde orka's.

Als we kijken naar de orka’s kunnen we ons moeilijk voorstellen hoe kwetsbaar deze dieren zijn. Ze zien er zo sterk en machtig uit, alsof niets hen kwaad kan doen. De vele bootjes die inmiddels in het gebied zijn, bewijzen het tegendeel. De orka’s hebben onze hulp nodig, maar wel door op veilige afstand te blijven. Kapitein Gordon doet dit ook heel respectvol.

Uiteindelijk moeten we dan toch terug richting de haven. In het begin zijn we stil, nog zeer onder de indruk van het zien van de absoluut prachtige orka’s. Door het toenemende slechte weer (veel wind en hoge golven) neemt het geluid echter weer wat toe, met name door de boot. We maken flinke klappen op het water en de kapitein stopt zelfs even om ons een adempauze te geven voor we aan de – volgens hem – tien ergste minuten van ons leven beginnen. Volgens ons is het echter veel langer dan tien minuten… of lijkt dat maar zo door het flinke geklap op de golven?

Pas als we in de buurt van de haven van Victoria komen, wordt het rustiger. Eenmaal terug in de haven verklapt de kapitein dat als het weer nog iets slechter was geworden, we niet meer verder hadden mogen varen. Nu we weer vaste grond onder de voeten hebben, kunnen we er wel om lachen en de gedachten aan de orka’s maken ook veel goed.

Nog een klein beetje wiebelend gaan we terug naar de parkeergarage. We betalen keurig en gaan dan naar de vijfde verdieping, waar onze auto geparkeerd staat. Tot onze verbazing blijkt de deur naar buiten op slot. We proberen een verdieping lager naar buiten te gaan, maar ook hier blijkt verdieping vijf afgesloten met een hek. Een beetje geschrokken gaan we terug naar beneden, waar gelukkig een beveiliger zit. Hij snapt het al meteen: we staan op de vijfde verdieping geparkeerd, die alleen open is tot vier uur. Daarna kan je er alleen uit met zijn sleutel.

Opgelucht stappen we in onze auto en kunnen we alsnog terug naar het hotel. We checken snel in en krijgen kamer 456 toegewezen in de zijtoren van het hotel. Daar pakken we een paar kleine dingen uit voor we wat gaan eten in Redd’s Pub, het restaurant van het hotel. Het is een gezellig restaurant met een groot scherm waarop we nog iets kunnen zien van de Tour de France. Ook smaakt het eten werkelijk heerlijk. Een prima afsluiting van een fantastische dag!

Na het eten gaan we terug naar onze kamer, waar we allebei even douchen om het zoute zeewater van ons af te wassen. Daarna kijken we nog even naar de route voor morgen, die ook zeker bijzonder zal zijn: we gaan namelijk met de veerboot de overstap naar de Verenigde Staten maken.

Tot morgen!

Lees verder: Dag 4