zondag 6 mei 2018

Uit in Nederland: Beekse Bergen


Vrijdag 4 mei 2018

Mijn vriend en ik zijn allebei gek op wilde dieren. Inmiddels hebben we drie safari’s gedaan in het buitenland (Gambia, Sri Lanka en Senegal) en daarmee vier van de vijf dieren van de Big Five gezien (buffel, neushoorn, leeuw, luipaard en olifant). Alleen de leeuw zouden we graag nog in het wild zien. Omdat een safari in Tanzania of Zuid-Afrika er voorlopig niet in zit, kiezen we voor een iets minder wilde bestemming iets dichter bij huis: safaripark Beekse Bergen.

Het safaripark ligt op ongeveer een uur rijden vanaf onze woonplaats. Onderweg kunnen we goed doorrijden en iets over tienen zijn we bij de ingang van het park. Daar is even chaos, want iedereen wil ergens parkeren of meteen met de auto het park door. We krijgen een vaag armgebaar van een parkeerbeambte en vervolgens nog een vage aanwijzing van een andere parkeerbeambte voor we zelf een parkeerplaatsje weten te vinden op de daarvoor afgezette zand- en grindstukken.

Vanaf de parkeerplaats lopen we naar de ingang van de Beekse Bergen. De toegangstickets hebben we al, dus we kunnen zo doorlopen het park in. Als eerste besluiten we de bootsafari te doen, één van de vier safari’s die je in Beekse Bergen kunt doen. De andere drie zijn de wandelsafari, de autosafari en de bussafari. De laatste twee gaan over dezelfde route. Alle vier de safari’s zijn bij je toegangskaartje inbegrepen.

De boot zit al redelijk vol als wij erop stappen, maar we vinden nog een mooi plaatsje aan de achterkant. Niet lang daarna begint de boot te varen. Een gids aan boord vertelt iets over de dieren die we zien en nodigt ons uit om vooral vragen te stellen. Heel spannend is het allemaal nog niet, want de enige dieren die we zien, zijn karpers, eenden en aalscholvers.

Iets verderop verandert dat. We krijgen de eerste ‘wilde’ dieren te zien – antilopen en ringstaartmaki’s. De eilanden waarop ze wonen, zijn natuurlijk van elkaar gescheiden door water, maar ook door hekken. De volgende dieren die we zien, worden zeker op veilige afstand gehouden: het zijn namelijk jachtluipaarden.

De ringstaartmaki's

De boot vaart verder naar een steppegebied met een ander soort antilopen en buffels. De witte neushoorns komen net naar buiten om hen gezelschap te houden.

"Goedemorgen, wij zijn er ook!" 

Aan de overkant van het steppegebied is een eiland met Tibetaanse yaks. Het mannetje is gemakkelijk te herkennen: het is het grootste en ook het luiste dier van de kudde.

Een van de yaks

Van de yaks gaan we naar de gazelles en przewalskipaarden. De gazelles zijn zeer waakzaam, terwijl de paarden rustig hun hooi eten en niet op- of omkijken.

"Wat gebeurt daar allemaal?"

De bootsafari komt nu bij het eindpunt en iedereen moet de boot verlaten. We staan op het Kongoplein, als het ware het einde van het park. Vanaf hier kunnen we via diverse routes terug naar het begin van het park. We besluiten te gaan lopen en beginnen de bordjes ‘Wandelsafari’ te volgen.

De eerste dieren die we nu zien, zijn de nijlpaarden die lui in het zonnetje liggen. Ook de antilopen zijn lui, hoewel papa Antilope nog wel een klein wandelingetje aandurft.

"Even mijn dames in de gaten houden!"

Een bordje waarschuwt ons voor krokodillen over 200 meter. Na ons avontuur in Gambia zijn we niet zo bang voor krokodillen en we lopen dan ook zonder aarzelen het verblijf in. Meteen zien we dat deze krokodillen ietsje groter zijn dan die in Gambia…

Gelukkig veilig achter glas!

We bewonderen de reusachtige krokodillen een tijdje voor we terug naar buiten gaan. Via een vogelvolière komen we opnieuw bij de nijlpaarden uit, die zich niets aantrekken van het vogelgezelschap dat ze hebben gekregen.

Geen interesse voor het vogelgezelschap

Onze volgende stop is het tijgerverblijf. In het eerste verblijf ligt een tijger in het gras, verderop is een open verblijf waar een voederpresentatie gehouden wordt. Een vrouw vertelt kort iets over de tijgers, waarna ze het verblijf verlaat en de tijgers het eten mogen gaan zoeken. Papa Tijger mag daarbij natuurlijk het grootste stuk vlees!

Papa Tijger met zijn stuk vlees

Van de tijgers gaan we door naar de steppe met de neushoorns en de elandantilopen. De laatste groep dieren kennen we nog uit Senegal. De neushoorns hebben we daar helaas niet gezien, maar wel in Gambia. We nemen de tijd om ze te bewonderen, aangezien ze in het wild nauwelijks meer te zien zijn. Van de noordelijke witte neushoorns zijn nog maar twee vrouwtjes over, waarmee ze dus officieel uitgestorven zijn, en van de zuidelijke witte neushoorns zijn er ook nog maar 15.000. Gelukkig houden dierenparken onderling nog fokprogramma’s, zodat de dieren niet helemaal uit zullen sterven.

De witte neushoorns op de steppe

We gaan verder naar het verblijf van de jachtluipaarden. Eentje ligt dichtbij het glas, wat ons gelegenheid geeft het dier van dichtbij te bekijken. We zien nu ook goed de verschillen met het luipaard dat we in Sri Lanka gezien hebben: het jachtluipaard heeft kleine zwarte stippen en een zwarte tekening op het gezicht, terwijl een gewoon luipaard grotere vlekken heeft en geen tekening op het gezicht.

Jachtluipaard vanachter glas

Via de steppe met de zebra’s komen we dan eindelijk bij de dieren die we zo graag wilden zien: de leeuwen. De groep bestaat uit twee mannetjes en drie vrouwtjes, die lui van het zonnetje en de schaduw genieten. Een van de mannetjes wordt wel even actief als er een verzorger komt en laat duidelijk horen dat hij niet van spelletjes houdt…

"Hé, niet met mij sollen!"

We blijven een tijdje bij de leeuwen kijken. Twee vrouwtjes hebben een ligplaatsje gevonden bovenop een oude jeep en genieten daar van het zonnetje. De mannetjes vinden het allemaal wel prima: met dit heerlijke zonnetje mogen we niet te veel activiteit van ze verwachten!

Heerlijk luieren in het zonnetje

Inmiddels zijn we aangekomen bij het safariplein aan het begin van het park. We pauzeren even voor we verder gaan met onze wandelsafari langs verschillende apen, luipaarden, gnoes, herten en de olifanten. Om half twee worden de olifanten gevoerd tijdens een presentatie en krijgen we te horen dat het kleinste olifantje vandaag twee jaar is geworden.

Hiep, hiep... hoera!

Na nog zwijntjes gezien (en geroken!) te hebben, komen we aan bij de grote steppe met de giraffen. Toen ik voor het laatst in de Beekse Bergen was, was er net een babygirafje geboren. Dat girafje is nu alweer een jaar of vijftien en daarmee één van de oudere giraffen van de kudde.

Zou dit het babygirafje van 15 jaar geleden zijn?

We lopen door en volgen een avontuurlijk touwbruggenpad over het verblijf van de beren en otters. Beneden aangekomen zien we de beren van dichtbij en lijken ze een hoog knuffelgehalte te hebben met hun pluizige uiterlijk.

Ah... Je zou hem zo knuffelen!

Vanaf het berenverblijf is het nog maar een klein stukje terug naar het Kongoplein. Ons plan is om vanaf daar de bussafari te doen naar het begin van het park, maar het is zo druk bij de bus (maximaal 43 mensen in een bus die eens in het halfuur gaat) dat we besluiten terug te lopen en de autosafari te doen. Achteraf gezien zijn we blij met die beslissing, want de autosafari blijkt ook erg leuk.

Met je eigen auto rijd je de route door het park, waarbij de dieren soms heel dichtbij komen. We zien een aantal dieren die we al eerder gezien hebben, maar ook herten, struisvogels en kamelen. De jachtluipaarden worden op veilige afstand gehouden, terwijl dieren als antilopen gewoon voor je auto over kunnen steken. Ook de giraffen kunnen dichtbij je auto komen en hier wordt ook voor gewaarschuwd: giraffen houden van auto’s en kunnen het glas aflikken. Dit hebben we eerder op de dag gezien, maar aangezien ze nu net gevoerd zijn, hebben ze geen interesse in onze auto.

Lekker, zo'n auto!

Als we weer bij het begin van het park zijn, houden we nog even een pauze voor we aan de terugreis beginnen. Eerst moeten we het parkeerterrein nog verlaten, waarvoor we een uitrijmunt van €9,50 moeten kopen. We vinden het een vrij hoog bedrag, zeker als je ziet hoe chaotisch het parkeerterrein is.

De chaos houdt nog even aan, want de infrastructuur rondom het park is hier en daar erg onlogisch. Ineens moeten we naar een linkerbaan, dan ga je de snelweg weer op en dan staan er ineens stoplichten midden op de snelweg, omdat de weg een provinciale weg wordt. Wanneer we weer op de snelweg zitten, rijden we al snel de file in, omdat we midden in de avondspits zitten. Na anderhalf uur rijden we pas onze woonplaats in en kunnen we thuis op de bank neerploffen. We merken dat we allebei flink moe zijn, wat ook logisch is: we hebben vandaag zo’n zeven en een halve kilometer gelopen. Wel vinden we het allebei elke stap de moeite waard geweest, want we hebben heel veel moois gezien.


Extra foto's:

Poetsen voor al het bezoek

"Ik loop lekker langs, lekker puh!"

Look Verzopen Kat

"Pas op, ik hou je in de gaten!"

"Mama, blijf nou stilstaan, ik wil drinken!"
"Wel opschieten dan!"

Hert tijdens de autosafari

Kamelen tijdens de autosafari

Jachtluipaarden, niet te verwarren met gewone luipaarden



zaterdag 28 april 2018

Uit in Nederland: Delfzijl - dag 2


Zondag 22 april 2018

Mijn vriend en ik zijn een weekendje weg in het noorden van het land: gisteren hebben we Delfzijl en Appingedam bezocht en vandaag gaan we naar Borger in Drenthe, waar het grootste hunebed van Nederland te zien is.

We hebben overnacht in een hotel in Delfzijl, dat een prima kamer heeft, maar een iets te zacht bed. Het ontbijt maakt echter de matras weer goed: er is keus uit broodjes, verschillende soorten beleg, komkommer, tomaat, yoghurtjes, drankjes en fruit. We krijgen een gebakken eitje aangeboden en er is koffie en thee.

Aan een tafeltje genieten we op ons gemak van het ontbijt, terwijl we ondertussen lezen op de placemat dat de ruimte vroeger als gymlokaal gebruikt werd. Inmiddels is daar niets meer van terug te zien en doet het restaurant ons meer denken aan een soort oude Amerikaanse saloonbar. De service die we krijgen, hadden ze waarschijnlijk alleen niet in het wilde westen: onze eitjes worden netjes aan tafel gebracht en als er nieuwe croissants gebakken zijn, wordt ons vriendelijk gevraagd of wij ook nog een warm croissantje willen.

Na het ontbijt gaan we terug naar de kamer. We pakken rustig onze spullen in, controleren of we niets vergeten zijn en checken uit. De tas gaat achter in de kofferbak, het navigatiesysteem wordt ingesteld en we zijn op weg naar Borger!

De route gaat over dezelfde provinciale weg als waarover we gisteren naar Delfzijl zijn gekomen. We houden de weg aan richting Emmen en zien onderweg veel weilanden. Naarmate we dichter bij Borger komen, zien we ook wat heuvels: de Hondsrug. Het doet ons een klein beetje denken aan onze eigen Utrechtse Heuvelrug.

Zonder problemen weten we in Borger te komen. Het centrum ziet er meteen gezellig uit, maar het is ook duidelijk dat het dorp om het hunebed draait: overal zijn stenen te zien en de cafés zijn ‘Het hunebed’ genaamd.

We volgen de weg naar het hunebedcentrum, dat goed aangegeven staat. De auto parkeren we op de parkeerplaats bij het centrum. Aan de overkant zien we meteen twee mammoeten van een soort stro staan, een teken dat we terug de tijd in gaan.

Een van de mammoeten

Via de indrukwekkende keientuin – de stenen zijn hier door het ijs vanuit Scandinavië gebracht – bereiken we de ingang van het centrum. Hier kopen we onze toegangskaartjes. De eerste stop is een film, die beelden laat zien van de gletsjers van vroeger, de stenen en het trechterbekervolk dat de hunebedden gebouwd heeft. Het is een film met mooie beelden, maar door het ontbreken van tekst en uitleg ook soms iets langdradig.

De keientuin

Na de film gaan we het museum in. Hier is te zien hoe het trechterbekervolk, dat vernoemd is naar de trechterbekers die als overblijfselen van hun tijd gevonden zijn, duizenden jaren geleden leefde. Ook kun je op de computer zelf een hunebed maken en is er een grafkamer van een nagemaakt hunebed te bezoeken. Boven gaat de tentoonstelling vooral over barnsteen.

We verlaten het museum en gaan naar het Oertijdpark. Hier zijn boerderijen nagebouwd uit de steen-, brons- en ijzertijd. Hier en daar zitten acteurs die mensen van vroeger moeten voorstellen.

Een van de nagebouwde boerderijen

Door het park loopt een pad dat als het ware door de geschiedenis slingert. Een onderdeel ervan is het Blotevoetenpad, dat mensen uitdaagt op blote voeten over allerlei verschillende grondmaterialen te lopen. Mijn vriend durft het wel aan en volgt het pad ook dapper tot het eind, al was hij niet zo blij met de steentjes en kiezeltjes onderweg…

Op het Blotevoetenpad...

Een ander deel van het park laat de tent van de rendierjagers zien en een hut van vroeger. Ook door de rust die er om ons heen is, hebben we echt het idee dat we terug de tijd in zijn gegaan.

Woningen van vroeger

Als we weer terug bij de ingang zijn, slaan we rechtsaf naar de expositieruimte. We lopen er even doorheen, maar vinden het niet heel bijzonder. Onze volgende stop is wel heel bijzonder: het grootste hunebed van Nederland.

Een deel van het hunebed


Het hunebed lijkt uit verschillende delen te bestaan, waarschijnlijk door erosie. Allerlei mensen, klein en groot, klimmen op het hunebed, maar wij vinden dit niet heel respectvol. Het hunebed is waarschijnlijk vroeger als grafkamer gebruikt en we vinden het niet gepast om op een graf te lopen.

Wie goed kijkt, ziet links nog net een voet van iemand die op het hunebed geklommen is

We proberen het hunebed met zo min mogelijk mensen op de foto te zetten. Ondertussen praten we over hoe indrukwekkend het is dat mensen dit vroeger zonder moderne hulpmiddelen gebouwd hebben.

In het hunebed

Langzaam lopen we bij het hunebed vandaan richting een bospad. Dit brengt ons terug naar de keientuin. We besluiten eerst even te lunchen en dan terug te komen bij de keien. De lunch gebruiken we op het terras van het restaurant vlakbij het hunebed, waar we allebei heerlijke broodjes geserveerd krijgen. De menukaart is ook aangepast aan het hunebedcentrum met gerechten als ‘Hunebed Highway’ en ‘Keientuin voor Kids’.

Na het zeer smakelijke broodje lopen we nog een rondje door het winkeltje voor we via het hunebed naar de keientuin lopen. We begrijpen dat het centrum voor kinderen niet heel bijzonder is, maar wij vinden het erg indrukwekkend.

De keientuin met rechts het Oertijdpark en op de achtergrond het bezoekerscentrum

We kijken nog even bij de mammoeten aan de overkant van de parkeerplaats voor we aan de rit terug naar Utrecht beginnen. Het eerste stuk is erg rustig, maar zodra we de A28 op gaan, wordt het drukker.

De andere mammoet - van de eerste zijn nog net de slagtanden te zien

Zonder file bereiken we gelukkig de provincie Utrecht, waar we – zelfs op zondag – nog even flink op de rem moeten bij een stuk langzaam rijdend verkeer. Het duurt echter niet lang en na een kleine omweg via de grond waar ons nieuwe huis gebouwd wordt, bereiken we veilig en wel onze woonplaats.

Allebei vinden we het een erg leuk weekend geweest – zowel de dag in Delfzijl en Appingedam als de dag van vandaag met het hunebed. We hebben weer een stukje van Nederland gezien dat we nog niet kenden en eigenlijk vonden we het allebei een geweldige ervaring. Een aantal van de meest bijzondere plekken op de wereld hebben we al gezien, maar na dit weekend weten we meer dan honderd procent zeker dat Nederland ook heel veel moois te bieden heeft.



maandag 23 april 2018

Uit in Nederland: Delfzijl - dag 1


Zaterdag 21 april 2018

Mijn vriend en ik zijn echte wereldreizigers: Afrika, Azië, Amerika – we hebben het allemaal gezien. Maar in Nederland komen we niet verder dan onze eigen provincie Utrecht, Noord-Brabant en een paar dagen Texel. Daarom besluiten we een weekendje weg te gaan in eigen land. De bestemming? Delfzijl in het hoge noorden van het land.

Na de gebruikelijke ‘We-gaan-weg-alles-moet-in-orde-zijn’ ochtendstress vertrekken we richting Delfzijl. De snelweg brengt ons in rustig tempo van Utrecht naar Zwolle en dan door naar Assen. Daar verruilen we de snelweg voor een provinciale weg. Het is nu zeer rustig rijden tussen de weilanden door met af en toe grote industriële bedrijven en natuurlijk de gaswinning.

Uiteindelijk komen we aan in Delfzijl. Dankzij ons navigatiesysteem kunnen we het hotel moeiteloos vinden. We parkeren de auto en gaan het gebouw in. Het hotel bestaat uit een lange, brede gang met aan beide kanten de kamers, 20 in totaal. Na een vlotte incheck krijgen we kamer 3 toegewezen.

De kamer is redelijk groot en vooral erg hoog. Er staat een tweepersoonsbed in, een bureautje, een kast en er hangt een televisie. De badkamer is netjes voorzien van douche, toilet en wasbak. Wat ons meteen opvalt, is dat de tegels van de badkamer erg lijken op de tegels die wij uitgezocht hebben voor de badkamer in ons nieuwe huis. Zou het dezelfde leverancier zijn?

Onze kamer in Hotel aan de Singel

We laten de kamer voor wat deze is en gaan het dorp verkennen. Via een omweg komen we bij het centrum van Delfzijl, dat bestaat uit een winkelstraat met een aantal zijstraatjes. We bekijken een paar winkels op de hoofdwinkelstraat en de winkelstraat erachter voor we richting het strand lopen, dat vlakbij het centrum ligt.

Om bij het strand te komen, kunnen we de weg oversteken en doorlopen, maar we kunnen ook via een brug de weg over. Dit doen we, zodat we uitzicht hebben over de stad en het strand. Links van ons zien we het bekende Eemshotel, dat gebouwd is op palen. Ernaast zijn een aantal gekleurde deuren in een rond gebouw, waarschijnlijk moeten dat kleedhokjes voorstellen.

Het Eemshotel en het strand

Op de trap van het kleedhokjesgebouw eten we de broodjes op die we als lunch meegenomen hadden van huis. Links van ons komt een drietal zitten met een mobiel die luid muziek afspeelt. Een van de mannen begint mee te zingen met de nummers van Adele en Michael Jackson. Helaas heeft hij een verschrikkelijk accent en kan hij ook geen melodie houden, waardoor onze rust eigenlijk nog meer verstoord wordt dan door de luchtsirene die we een paar minuten eerder af hoorden gaan bij het industriegebied in de verte.

Zodra we onze broodjes op hebben, trekken we dan ook onze slippers aan en beginnen we aan onze wandeling over het strand. Het is geen bijzonder strand, zeker niet met de grote bedrijven op de achtergrond, maar het is heerlijk rustig. We komen één man met een hond tegen, maar verder is het strand helemaal verlaten.

Het verlaten strand

In de verte zien we verschillende industriegebieden, waarvan eentje met een grote rookpluim. Het andere gebied, zo ontdekken we later, blijkt al Duitsland te zijn.

Een van de industriegebieden

We lopen een flink stuk over het strand voor we omkeren en teruggaan naar de brug die ons naar het strand bracht. We gaan linksaf op de brug, zodat we een soort stadsmuur kunnen volgen die om Delfzijl heen ligt. Bij de Grote Waterpoort pauzeren we even om onze schoenen aan te trekken en natuurlijk om de poort op de foto te zetten. De poort werd al in 1833 gebouwd, in de jaren 70 gerestaureerd en is nog steeds in gebruik: bij hoog water worden de deuren gesloten om de stad te beschermen.

De Grote Waterpoort

Aan de andere kant van de poort is de jachthaven van Delfzijl. Er liggen wat bootjes aangemeerd en verderop ligt een groot containerschip, maar verder is er niet veel te zien.

Via de stadsmuur lopen we verder. We volgen de muur tot het einde, waar een schuin aflopend pad ons weer naar beneden brengt. Ook hier is een poort, de Kleine Waterpoort. Vroeger was dit een toegangspoort, maar nu zijn de deuren bedoeld om Delfzijl tegen hoogwater te beschermen.

We ontdekken dat we niet heel ver van het hotel vandaan zijn. Onderweg ernaartoe komen we langs een oude molen, die open is voor bezoek. Er is een expositie en bovenin is te zien hoe de molen vroeger gebruikt werd. Het is een echte oude molen met veel gekraak en veel stof. Helemaal bovenin zien we nog iets draaien: later ontdekken we dat de molenaar de wieken naar een zijkant van de molen gedraaid heeft.

Van de molen gaan we naar ons hotel, waar we even op de kamer van de gratis wifi gebruik maken om te kijken wat er in de buurt te doen is. Omdat we er niet heel veel wijzer van worden, verlaten we de kamer en halen we simpelweg een ijsje om in het zonnetje op te eten. Met het plan om een stukje te gaan rijden met de auto lopen we terug richting het hotel. Ineens zien we het VVV en we besluiten meteen binnen te stappen.

In het VVV worden we zeer vriendelijk geholpen. We krijgen advies en mogen foldertjes pakken. De vrouw raadt ons Appingedam aan, een plaatsje vlakbij Delfzijl waar de beroemde hangende keukens zijn. Het lijkt ons leuk en we nemen graag de folders met de plattegronden mee.

We verlaten het VVV en via een speels fonteinenpleintje lopen we naar het hotel om de autosleutel te halen. We stellen het navigatiesysteem in en vertrekken dan naar Appingedam.

Het fonteinpleintje in het centrum van Delfzijl

Het stadje is nog geen tien minuten rijden vanaf Delfzijl. We parkeren de auto en lopen een stukje over de Dijkstraat, de hoofdstraat van het stadje. Als we een bruggetje over het water op gaan, zien we inderdaad de beroemde hangende keukens: delen van huizen die boven het water gebouwd zijn zonder dat er een verdieping onder is.

De hangende keukens van Appingedam


Een paar minuten lopen we over de Dijkstraat voor we teruggaan naar de ijswinkel en daar op het terras aan het water gaan zitten met een drankje. Ondertussen hebben we uitzicht op de gebouwen van de hangende keukens. De schoorsteen van één van de gebouwen wordt met kabels tegengehouden om omvallen te voorkomen en beide gebouwen zijn duidelijk scheef. We vermoeden dat de aardbevingen waarover je de laatste tijd veel hoort er absoluut iets mee te maken hebben…

Na ons drankje lopen we verder over de Dijkstraat. We slaan af naar het kleine katholieke Nicolaaskerkje, dat tegenwoordig een restaurant is, en komen na een stukje lopen uit bij het plein met de Nicolaïkerk, een protestantse kerk.

De Nicolaaskerk

Naast de toren van de kerk is de maan al te zien, wat betekent dat we natuurlijk even onze fotocamera’s erbij pakken. Het hele pleintje spreekt ons verder aan: het is gezellig, er zijn mensen en het zonnetje schijnt er nog heerlijk bij.

Naast de toren is de maan te zien

Vanaf het plein lopen we nog verder, waarbij we ook nieuwbouw zien. Helaas lijken deze gebouwen ook al iets scheef te staan. Het doet ons beiden even nadenken over wat er speelt in Groningen. Onderweg naar Delfzijl zagen we al de tenten van de hongerstaking die gehouden wordt al protest tegen de gaswinning en het langzame afhandelen van de schadeclaims en als we naar de auto lopen, zien we zelfs een gebouw met barstjes erin. We zijn er even stil van, maar tegelijkertijd ook blij dat wij voor ons nieuwe huis gekozen hebben voor een aantal gas besparende maatregelen. We hopen dat meer mensen dat zullen doen, zodat ook toekomstige generaties nog kunnen genieten van de leuke stadjes in Groningen.

Met de auto gaan we terug naar Delfzijl, waar we even op de kamer bijkomen van het vele lopen dat we gedaan hebben voor we naar het restaurant van het hotel gaan. Omdat het zonnetje nog schijnt, nemen we plaats op het terras voor een heerlijke maaltijd. Het toetje eten we echter binnen op, aangezien het toch snel frisser wordt.

Terwijl we genieten van het heerlijke eten valt het ons op dat het alles behalve druk is. Er zitten wat plaatselijke mensen aan een biertje en aan het tafeltje naast ons zit een buitenlands stel dat waarschijnlijk ook in ons hotel verblijft. Ergens vinden we het raar: het is een prachtige zaterdagavond en er is nauwelijks iemand op straat. Is het misschien nog te vroeg?

We besluiten even terug te gaan naar de kamer. Rond een uur of negen kleden we ons warm aan en verlaten we, met onze camera’s, het hotel. Via de winkelstraat lopen we richting het strand. Nu ontdekken we dat de tijd niets met het avondpubliek te maken heeft: de straat is compleet uitgestorven. Bij een supermarkt zien we nog een groepje staan dat net klaar is met werken, maar verder komen we niemand tegen. Uitgaan is duidelijk niet de bezigheid die bovenaan het lijstje van de Delfzijlers staat.

Het strand is al net zo verlaten als het centrum. We zien dat het water zich nog verder weg heeft getrokken dan vanmiddag, waardoor je bijna naar Duitsland lijkt te kunnen lopen. De knipperende lichtjes van de windmolens geven echter aan dat het nog wel een stukje is.

Delfzijl by night

We proberen wat foto’s te maken met behulp van een prullenbak en bankje als statief. Twee keer moeten we even opzij stappen om een auto te ontwijken die van het Eemshotel vandaan komt, waar licht brandt om aan te geven dat er nog wel iets te doen is. Het grootste feest van het dorp lijkt echter in het water naast de dijk gehouden te worden: daar kwaken kikkers er vrolijk op los.

Aangezien we niet verder langs het strand kunnen lopen door een afzetting, keren we om en lopen we terug het centrum in. In de verte horen we wat muziek, waarschijnlijk van de evenementenhal in de haven. Het is, op de kikkers na, het enige levendige in het centrum, al komen we – als we bij de molen stilhouden voor foto’s – nog één iemand tegen.

De molen die we eerder vandaag bezochten

Als we terug zijn op de kamer, praten we nog een tijdje na over onze dag. Het was nooit onze bedoeling geweest om uitgebreid uit te gaan in Delfzijl, maar dat er zo weinig mensen op straat zijn op een zaterdagavond, vinden we echt opvallend. Delfzijl is op zich een leuk stadje en Appingedam zeker ook, maar het ontbreekt gewoon nog aan wat voorzieningen om echt toerisme te trekken. Desalniettemin vonden we het een erg leuke dag.

Morgen zullen we ook nog een dagje genieten van het noorden van ons land: dan willen we een bezoek brengen aan Borger, waar het grootste hunebed van Nederland is.

Tot morgen!



zaterdag 3 februari 2018

Reisverslag Senegal 2017/2018: dag 8 (+ dag 9)

Woensdag 3 januari 2018 (+ donderdag 4 januari 2018)

Het is vandaag alweer onze laatste dag in Senegal. We kunnen nog wel de hele dag van zon en zee genieten, want ons vliegtuig vertrekt pas om vijf over tien vanavond.

Omdat we pas zo laat vliegen, proberen we nog iets uit te slapen. Door de vermoeiende dag van gisteren lukt dit aardig. We vragen ook bij de receptie of we later uit kunnen checken en dit kan: pas om drie uur hoeven we de kamer te verlaten.

We gaan op ons gemak voor de laatste keer ontbijten. Stiekem verheugen we ons op een bakje yoghurt met muesli thuis, want de broodjes met smeerkaas komen ons inmiddels redelijk de neus uit. Toch bewaren we er nog een paar in onze rugzak voor de lunch.

Voor de laatste keer ontbijten met dit uitzicht (foto gemaakt met telefoon)

Na het ontbijt maken we ons klaar voor onze laatste dag aan het strand. Ook pakken we alvast zo veel mogelijk in, zodat we dat straks niet meer hoeven doen. Dan installeren we ons op twee ligbedjes op het strand. We kijken een tijdje naar het water, waar best hoge golven te zien zijn.

De ochtend gaat snel voorbij: we liggen, nemen nog een duik en doen vooral rustig aan. Wel houden we het nieuws vanuit Nederland in de gaten in verband met de storm die daar verwacht wordt. We zijn echter snel gerustgesteld, want als we – nadat we ons gedoucht en omgekleed hebben en met onze ingepakte koffers naar de receptie zijn gegaan om uit te checken – weer kijken, zien we dat het vliegtuig keurig op tijd vertrokken is vanaf Schiphol.

Voor ons breekt nu de tijd van het lange wachten aan. We zitten bij het kinderzwembadje met onze voeten in het water en doen maar een kaartspelletje om de tijd door te komen. 

Wachten bij het kinderzwembadje met een kaartspelletje en foto's maken van de reisknuffels...

Om vijf uur lopen we voor de laatste keer over de stoffige zandstoep naar het centrum om iets te eten. Het enige restaurant dat open is, is de pizzeria, dus eten we daar nog één keer. Het personeel herkent ons en bedient ons erg vriendelijk. Als we afrekenen, geven we daarom iets meer fooi, iets wat de serveerster bijna niet kan geloven.

Voor de laatste keer in het centrum van het dorp (foto gemaakt met telefoon)

We lopen terug naar het hotel en doen nog een laatste spelletje tafeltennis voor we bij de receptie wachten op de bus die ons naar het vliegveld brengt. De bus is keurig op tijd: precies om kwart over zeven stopt hij bij de receptie. De koffers worden op het dak gehesen, we stappen in en gaan op weg naar het vliegveld.

De weg die we rijden, komt ons bekend voor: zo zijn we gisteren ook gereden. Van het landschap genieten is er niet bij: de chauffeur heeft het gaspedaal goed ingedrukt…

Ruim op tijd zijn we op het vliegveld. Zodra we uitgestapt zijn, begint de chaos. Sommige mensen willen al naar binnen, andere mensen lopen een andere kant op en een vervangende reisleider probeert ons bij elkaar te houden. Wij volgen hem rustig naar binnen, waar de chaos redelijk onder controle lijkt. We sluiten aan in de rij voor de eerste koffercontrole, die vrij vlot gaat.

Als we door de controle zijn, kijken we rond: waar moeten we heen? Een vliegveldmedewerker ziet ons kijken en wil weten of we van TUI zijn. Dit bevestigen we, waarop er haastig een balie geopend wordt, zodat we in kunnen checken.

Terwijl we wachten, krijgen we gezelschap van onze reisleidster. Ze vraagt ons nog naar de excursie, waarop we eerlijk antwoorden dat de gids niet veel in het Engels verteld heeft, maar meer alleen in het Frans. Hier is ze een beetje boos over, want dat was immers niet de afspraak. Ze belooft nog met de gids te spreken.

Inmiddels zijn we aan de beurt om in te checken. Hoewel het een nieuw vliegveld is, lijken de computers niet te werken en moeten onze namen handmatig op een lijst opgezocht worden. Gelukkig staan we erop en krijgen we onze boarding pass. Daarmee moeten we door de volgende controle, die ook weer even tijd in beslag neemt. Dan staan we eindelijk in de vertrekhal: een ruimte met een winkel met belastingvrije artikelen, een tijdschriftenwinkeltje en verder alleen wat stoeltjes. Ter vergelijking: de hal van station Utrecht Centraal is groter.

We wachten bij de gate en zien dat ons vliegtuig al aangekomen is. Het is echter niet duidelijk wanneer wij aan boord mogen. Daarom maken we nog maar even gebruik van het toilet (een ouderwets gat in de grond…) en kopen we nog een flesje drinken voor aan boord. Ineens gaan er mensen in de rij bij de gate staan. Blijkbaar is de bedoeling dat we gaan boarden, hoewel er geen omroepbericht is geweest en er ook mensen nog niet door de controle zijn.

Na een chaotisch boardingproces zijn we bij het vliegtuig. Dat zal straks eerst nog naar Banjul in Gambia vliegen, wat betekent dat er nog heel veel mensen aan boord zitten. We moeten nu gewoon een plekje aan boord zoeken, straks krijgen we onze eigen plaatsen.

We nemen plaats op rij 15, precies bij de vleugel. Daarom krijgen we nog wat extra veiligheidsinstructies voor we vertrekken. Bij het vertrek kijken we elkaar even geschrokken aan: er was namelijk een heel raar geluid te horen. Moeten we met dit toestel echt nog helemaal terug naar Amsterdam?

Gelukkig gebeurt er tijdens de vlucht niets, hoewel het een alles behalve plezierige vlucht is: doordat de vliegtijd maar vijfentwintig minuten is, komt het vliegtuig niet goed op hoogte en hebben we veel last van turbulentie.

Eindelijk landen we op de luchthaven van Banjul, waarbij de piloot nog even goed de remmen test. Dan moeten alle passagiers met eindbestemming Banjul uitstappen. Wij moeten blijven zitten, maar krijgen daarna weer te horen dat we toch van boord gaan. Als we uitstappen, krijgen we een plastic overstapkaartje, wat we mee moeten nemen de bus in. De bus brengt ons naar de vertrekhal.

Het plastic overstapkaartje dat we krijgen (foto gemaakt met telefoon)

De vertrekhal komt ons erg bekend voor: dit kennen we nog van twee jaar geleden, toen we in Gambia waren. De hal is nog niets veranderd: het is nog even vol en benauwd als toen en zelfs de stoeltjes blokkeren nog steeds één van de uitgangen.

Rond half twaalf worden de overstappassagiers opgeroepen om naar voren te komen. Onze overstapkaartjes worden ingenomen en er wordt gevraagd of we ons paspoort hebben. Ze kijken er echter niet in, ze willen alleen maar zien dat we een paspoort hebben.

We gaan de bus weer in en worden terug naar het vliegtuig gebracht. Nu kunnen we wel op onze eigen plaatsen zitten. We installeren ons en wachten af. Precies om middernacht vertrekt het vliegtuig bij de gate. We volgen het autootje met zwaailichten naar de start- en landingsbaan. Het vliegtuig moet eerst de hele baan af en draait dan, omdat er maar één start- en landingsbaan is. Dit wisten we nog van de vorige keer.

Dag, Afrika! (foto gemaakt met telefoon)

Na ongeveer tien minuten taxiën, rijdt het autootje met zwaailichten als een gek weg, terwijl het vliegtuig wacht tot de startbaan vrij is. Dan geeft de piloot gas en vertrekken we zonder vreemde geluiden richting Amsterdam.

Vrij snel na het vertrek krijgen we een maaltijd geserveerd. Vervolgens proberen we te slapen, wat bij mij beter lukt dan bij mijn vriend. Ik word wakker als we boven Spanje vliegen en nog tweeënhalf uur te gaan hebben. Buiten zien we lichtjes van steden, waarschijnlijk Madrid. We vliegen door richting Frankrijk, waar we nog een appelkoek als ontbijt krijgen.

Uiteindelijk komen we bij Parijs in de buurt. Hier wordt de daling al een beetje ingezet en dat merken we: de turbulentie wordt een stuk erger. We mogen niet meer lopen, wat een oudere dame die met een stok het vliegtuig in kwam negeert: zij kan toch nog wel even naar het toilet?

Het laatste stuk van de vlucht is één en al turbulentie. Ook maakt het vliegtuig grote bochten boven Amsterdam, omdat de landingsbaan waarschijnlijk nog niet vrij is. Na nog een extra rondje landt de piloot het vliegtuig vrij stevig op de Polderbaan. We taxiën naar gate G02, waarna we eindelijk weer rustig grond onder onze voeten hebben.


Redelijk snel kunnen we het vliegtuig uit. We gaan naar de paspoortcontrole, waar we zo doorheen zijn, en wachten bij de bagageband op onze koffers. Het duurt even, want de koffers uit Banjul zijn eerst uitgeladen, maar dan kunnen wij ook onze bagage van de band halen. We gaan de aankomsthal in en lopen meteen door naar een restaurantje. We hebben namelijk heel erg genoten van het weer en de bijzondere ervaringen in Senegal, maar één ding hebben we toch wel erg gemist en dat is een ouderwets broodje met Hollandse kaas!