Posts tonen met het label apenpark. Alle posts tonen
Posts tonen met het label apenpark. Alle posts tonen

zondag 10 november 2024

Uit in Nederland: Apenheul

Zondag 10 november 2024
 
In ons gezin zijn we alle drie echte dierenliefhebbers. We weten dat dierentuinen altijd een discussiepunt zijn, maar toch vinden we het leuk om ze te bezoeken en alle bijzondere dieren te zien. Vandaag richten we ons op één soort: de apen. We bezoeken namelijk de Apenheul in Apeldoorn.
 
Dankzij ons abonnement op Dierenpark Amersfoort hebben we nog korting op de toegangstickets. De code is precies tot vandaag geldig, omdat vandaag ook de laatste dag is dat het park open is. Dit zal te maken hebben met het weer, denken we: als het kouder wordt, zijn de apen minder vaak buiten.
 
We rijden met de auto naar Apeldoorn en parkeren op de aangegeven parkeerplaats. Vanaf daar is het nog een stuk lopen door een mooi park met onderweg informatieve borden naar de ingang. Daar worden onze tickets gecontroleerd en kunnen we een aapvrije tas pakken, aangezien er meerdere gebieden in het park zijn waar de apen los rondlopen.
 
Voorbij de ingang komen we al in het eerste gebied, waar de doodshoofdaapjes en de baardsaki’s wonen. De doodshoofdaapjes zien we meteen: die klimmen, klauteren en springen in het rond. Met een beetje speuren ontdekken we ook nog een baardsaki en een wolaap.

"Welkom bij de Apenheul!"
 
In het volgende gebied wonen de rode titi’s en nog een aantal apensoorten die we niet kunnen vinden. Achter glas zien we nog wel wat aapjes, die het te koud vinden om naar buiten te gaan.

Een gouden leeuwaapje blijft lekker binnen
 
Als we doorlopen, komen we bij het gebied van de bonobo’s, de apen die het meest op de mens lijken. Er zijn er een paar buiten, maar er is ook nog een groep binnen, verdeeld over twee delen van hun binnenverblijf. Ons zoontje vindt het vlooien wat ze bij elkaar doen erg schattig, al kijkt hij ook geïnteresseerd naar de ballen met voedsel erin, waar de apen mee spelen.

De bonobo's in hun binnenverblijf
 
Het volgende gebied is het Madagaskargebied. De naam zegt het al: hier wonen de apen die oorspronkelijk op Madagaskar leven, zoals de ringstaartmaki’s en de rode vari’s. Toevallig is er een voederpresentatie als wij er zijn, zodat we heel veel ringstaartmaki’s van dichtbij kunnen bekijken. Er komt ook nog één zwartwitte vari even langs, waarna ook de rode vari komt. Hij reageert nogal chagrijnig op de zwartwitte vari door hem te krabben, waarop de zwartwitte vari maar verhuist…

Etenstijd!

"Hé, wegwezen, jij!"
 
Terwijl de verzorgster nog wat verder praat over de ringstaartmaki’s, besluiten wij om door te lopen. We komen bij een restaurant uit met daarnaast een speeltuin, ‘Het huis van Naaap’. Naaap is getekende aap die kinderen uitdaagt om hem na te apen, want dat vindt hij het allerleukst. Als je zeven opdracht na-aapt, mag je vakjes open krassen op de speurkaart en vind je een woord. Als je dat woord invult op de website van de Apenheul, kun je nog een prijs winnen.

Een van de speeltuinen in het park
 
Nadat we op het terras van het restaurant onze meegebrachte boterhammen op hebben gegeten aangezien het hier veilig is (in de gebieden waar apen los lopen mag je uiteraard niet eten), gaan we verder. We komen in het gebied van de orang-oetans, maar die vinden het te koud om buiten te zijn. Binnen zijn ze wel te bewonderen. Een van hen kan echter niet zo goed lezen: overal hangen bordjes ‘Niet op de ramen kloppen’, maar hij klopt toch echt op het raam van het verblijf naast hem!

Eh, orang-oetan? Op het bordje staat dat je niet op de ramen mag kloppen...
 
Onderweg naar het binnenverblijf kwamen we ook nog een spelletje tegen van de Naaap-opdrachten. Je moet proberen om met een ijzeren staafje een balletje van boven naar beneden in het gaatje te krijgen. Orang-oetans krijgen dit soort puzzels ook, vermeldt het informatiebord, en kunnen het binnen een minuut oplossen.

Even een echt apenspelletje spelen
 
We lopen verder en komen uit bij het gebied waar de berberapen wonen. Dit stukje van het park is slechts een paar uur per dag open. De berberapen zijn goed te zien: er zit een groepje buiten en eentje heeft zich afgezonderd met een tak.

Deze berberaap zoekt even de rust op
 
Tegenover de ingang van het berberapengebied wonen de leeuwenstaartmaki’s. Zij hebben meer dan genoeg ruimte om te klimmen en kijken vanuit de bomen op ons neer.

We worden in de gaten gehouden...
 
Als we verder gaan, komen we bij het eiland van de gorilla’s. Met moeite zien we het mannetje zitten, bijna verstopt achter een struik.

Als je goed kijkt, zie je een zwarte vlek... Dat is dus het gorillamannetje...
 
In het volgende losloopgebied kunnen we rode brulapen en keizertamarins tegenkomen. De rode brulapen zien we al snel: ze zitten gezellig samen in één van de huisjes.

De rode brulapen in hun huisje
 
Door het gebied loopt een avonturenroute, die niet met een kinderwagen toegankelijk is vanwege trappen. We parkeren onze kinderwagen dus en beginnen aan de route. Al vrij snel zien we een klein aapje, net iets groter dan een eekhoorn, met een lange snor: de keizertamarin. We zijn meteen verliefd: wat een schattig aapje!

Onze nieuwe liefde: de keizertamarin!
 
Via verschillende klimroutes komen we bij de top van het klimpad. Dit is ook waar het verblijf van de nachtdieren is: de doeroecoeli’s en de luiaards. Het doet ons denken aan De Nacht in Dierenpark Amersfoort, alleen is dit verblijf kleiner, omdat het maar uit één deel bestaat.

De luiaards en doeroecoeli's wonen in het nachtverblijf
 
We gaan weer terug naar beneden en vervolgen onze route langs de slingerapen, die hun verblijf delen met de capibara’s. Verderop is nog het verblijf van de geelborstkapucijnapen, waarvan we vermoeden dat het meer afgesloten is in verband met een klein babyaapje.

De capibara's

In het midden is het babyaapje te zien
 
Na dit verblijf zijn we weer bij De Apegaap, het restaurant waar onze route begon. We willen eigenlijk iets te drinken halen, maar het tempo ligt zo laag dat we weer uit de rij gaan. Gelukkig is het bij een ander restaurant rustiger, zodat we daar even kunnen zitten.
 
Als we alles op hebben, vervolgen we het tweede rondje, waarbij we de binnenverblijven en zij-routes overslaan. Wel kijken we nog even bij de keizertamarins, die we echt enorm schattig blijven vinden.

Ze blijven schattig!
 
Het laatste deel van het park wordt bewoond door vier apensoorten, waarvan wij er eentje zien: de talapoins. Naast hen wonen nog wat schildpadden in een binnenverblijf. Hoewel het park om de apen draait, is dit niet de eerste plek waar we schildpadden gezien hebben. Toch staan ze niet vermeld op de plattegrond of de speurkaart.

De talapoins
 
We komen uit bij de uitgang en, natuurlijk, een souvenirwinkeltje. Na daar nog even gekeken te hebben (je mag raden van welke apensoort we het niet konden laten een knuffel aan te schaffen!), zit het bezoek erop en beginnen we aan de wandeling terug naar de parkeerplaats.
 
De Apenheul is geen dierentuin zoals andere parken, wat vooral komt door de vele losloopgebieden. Dit maakt het park heel uniek en, in onze ogen, ook erg leuk. Apen kent iedereen wel, maar alleen hier zie je zoveel verschillende soorten. Bijna alle dieren lijken ook grote verblijven te hebben, waar ze voldoende ruimte hebben om te klimmen en klauteren. Voor kinderen zijn er verschillende speeltuintjes en speelplekken, zodat het niet alleen een kijkpark is. We vermoeden wel dat het weer meespeelt bij een bezoek: bij goed weer heb je, denken wij, meer kans om alle apen te zien. Nu zijn er toch wel wat soorten die wij niet gespot hebben.
Een ander nadeel vinden we de parkeerkosten. Voor een dagkaart betaal je €10,50, wat toch flink aan de prijs is bovenop je toegangskaartje. De wandeling vanaf de parkeerplaats naar de ingang is dan wel weer mooi, maar toch blijft het een hoog bedrag voor een dagje parkeren.
Ondanks dat kunnen we het park zeker aanraden en sluiten we ook niet uit dat we nog eens teruggaan, maar dan met hogere temperaturen en zonniger weer.

Wie weet tot ooit, keizertamarin!


donderdag 7 januari 2016

Reisverslag Gambia 2015: dag 2

24 december 2015

Ondanks dat we gisteren een lange dag hebben gehad en pas laat op bed lagen, kunnen we niet goed slapen. We hebben last van de bijwerkingen van de malariapillen, die onder andere voor heel vreemde dromen zorgen, en worden nog voor zes uur ’s ochtends gewekt door de oproep van de moskee om te gaan bidden.

We weten onze slaaptijd nog iets te rekken tot kwart over zeven en staan dan langzaamaan op. Het ontbijt is voor ons inbegrepen, dus begeven we ons naar het restaurant. Binnen staat een buffetje klaar op een aantal lange tafels. De keuze is meer dan prima: er zijn drie bakken voor warme gerechten (witte bonen in tomatensaus, gekookte eieren, een mix van gebakken ui en gebakken tomaat en een zelfde mix met vlees in plaats van tomaat), er is stokbrood en wit brood om te roosteren, er zijn bananen en stukken watermeloen, er is kaas en boter en als zoet beleg jam en suiker. Ook zijn er cornflakes en repen die op haverkoeken lijken. Als drinken is er keuze uit rood sap en sap met een soort lichtbruine / beige kleur. Later horen we dat dit sap is van de baobab-boom.

Met ons ontbijt lopen we naar buiten om een tafeltje te zoeken. Buiten zitten is namelijk geen enkel probleem: de temperatuur is al aan het oplopen naar ongeveer dertig graden. Wel is het een beetje bewolkt, maar dit vinden we prima.

Uitzicht vanaf het terras van het hotel

Op alle tafels van het terras staat keurig een schaaltje klaar met wat suikerklontjes. Erbovenop ligt een schoteltje met theezakjes en zakjes oploskoffie, een kan met heet water en warme melk wordt gebracht. Ik sla de koffie en thee echter over en heb gekozen voor het rode sap. Geen goede keuze: het blijkt mierzoet te zijn!

Na het ontbijt wachten we bij de receptie op onze reisleider, die vanochtend een welkomstbijeenkomst komt geven. Op het terras vertelt hij ons meer over verschillende steden in Gambia en andere dingen die belangrijk zijn, zoals de taxi’s. Gambia kent twee soorten taxi’s: de gele taxi’s met groene strepen en de groene taxi’s. De gele taxi’s worden vooral gebruikt door de plaatselijke bevolking en zijn goedkoper dan de groene. Ze zijn eigenlijk het openbaar vervoer van Gambia: iedereen kan overal in- en uitstappen. De groene taxi’s zijn bedoeld voor de toeristen: ze zijn iets duurder, maar je hoeft je taxi niet te delen met anderen. Het advies van de reisleider is om altijd van tevoren de prijs af te spreken.

De receptie van het hotel

De reisleider vertelt ook over de excursies die aangeboden worden. Er zitten een aantal interessante opties bij, maar uiteindelijk reserveren we alleen de excursie naar Senegal, waar we een dierenpark zullen bezoeken.

Als de bijeenkomst erop zit, lopen we even naar de kamer om wat spullen te pakken. Vervolgens gaan we op pad richting de Strip, zoals de drukste straat van de stad Kololi genoemd wordt. Vanaf het hotel is het ongeveer twee, drie kilometer lopen. Dit lijkt niet ver, maar het is twee, drie kilometer lopen over het zand aangezien er geen stoep is. Onderweg wordt er veel naar ons getoeterd door chauffeurs van taxi’s en zien we om de paar meter een groot reclamebord, waarvan de meeste reclame maken voor mobiele telefoonabonnementen. Ook steekt er vlak voor ons een aapje de weg over en graast er een kudde koeien op het gemak aan de overkant.

De weg richting de Strip

Na ongeveer een halfuur lopen, zijn we aangekomen bij het kruispunt aan het begin van de Strip. We steken over en worden meteen aan alle kanten aangesproken door mensen die ons excursies aan willen smeren, willen weten of we een taxi nodig hebben, ons het beste tarief om geld te wisselen beloven of ons naar hun restaurant willen hebben. De Strip is namelijk een lange straat met alleen restaurants, wat kleine winkeltjes en wisselkantoortjes. Het zou volgens de plaatselijke bevolking op de Strip van Las Vegas moeten lijken, maar wij zien dat niet helemaal terug, waarschijnlijk omdat we de echte Strip in Las Vegas kennen en nog even aan de Gambiaanse standaard moeten wennen.

De Strip van Kololi

We lopen de Strip af op zoek naar een pinautomaat. Onze reisleider heeft ons verteld dat er maar één bank in Gambia is waar je geld op kunt nemen met je pinpas, maar wij kunnen hem zo gauw niet vinden. We vragen het na bij een beveiliger van een hotel en krijgen te horen dat de bank zich voor de Strip bevindt.

Als we eindelijk in het bezit zijn van dalasis (de munteenheid van Gambia, lees meer op de pagina Reisverslag Gambia 2015) gaan we opnieuw de Strip op om wat boodschappen te doen. Vervolgens gaan we op zoek naar de ingang van het apenpark dat zich aan de overkant van ons hotel bevindt. De ingang zelf is aan het einde van de rustige zijstraat van de Strip, vlakbij het strand. We betalen de toegang van 150 dalasis per persoon (ongeveer €3,48) en mogen dan samen met een gids het park in.

Het beginpunt van onze route door het apenpark

We kiezen voor de lange route en lopen op ons gemak tussen de palmbomen door. Onze gids vertelt ons wat het verschil is tussen mannelijke en vrouwelijke palmbomen en probeert nog wat excursies aan te prijzen. Ondertussen zien we vooral veel vlinders en horen we enkele vogels, waaronder de roodsnaveltok.

De roodsnaveltok

Na even gelopen te hebben, zien we eindelijk de eerste apen. Ze zijn wat schuw, maar laten toe dat we dicht bij ze in de buurt komen en dat we foto’s van hen maken. Als de gids hen wat nootjes geeft, durven ze nog dichterbij te komen. Stelen, krabben of bijten doen ze niet: ze pakken alleen het nootje aan en gaan dan weer achteruit.

Gezellig vlooien bij elkaar!

We vervolgen onze route door het park en zien nog meer apen. Ook komen we regelmatig termietenheuvels tegen. De gids vertelt intussen meer over zichzelf en het leven in Gambia en probeert af en toe weer wat excursies aan te prijzen.

1 van de vele termietenheuvels in het park

Halverwege de route houden we even een korte pauze. Het tweede deel van de route is minder spectaculair: we zien wat minder apen en vragen ons steeds meer af waar we zijn. Gelukkig weet de gids de weg en brengt hij ons veilig terug naar het beginpunt van de route. Daar verwacht hij uiteraard een fooitje. Denkend aan de toegangsprijs geven we hem een biljet van 100 dalasis. Hier is hij niet tevreden mee: volgens hem begint de fooi bij 300 dalasis en als we heel tevreden zijn, moeten we 400 dalasis geven. Een beetje aarzelend kijken we elkaar aan. Dat vinden we wel erg veel fooi! Omdat we geen ruzie willen zoeken of achtergelaten willen worden in het park, geven we hem toch nog twee biljetten van 100 dalasis. Hier is hij wel tevreden mee en hij brengt ons terug naar de ingang.

We verlaten het park en lopen door richting het strand. Uiteraard gaan we even met onze voeten in het water van de Atlantische Oceaan! Het is heerlijk verkoelend en we vinden het jammer dat we geen zwemspullen bij ons hebben.

We zijn niet alleen aan het strand...

Bij een restaurantje eten we even een broodje voor we verder lopen over het strand richting het hotel. Tegenover ons hotel staat een watertoren, die we denken in de verte te zien. Na veertig minuten lopen, begonnen we toch te twijfelen en gaan we een paadje tussen twee gebouwen door. Nu komen we erachter dat we de verkeerde toren als uitgangspunt hebben genomen. Gelukkig zijn we niet al te ver doorgelopen en zijn we vrij snel terug bij het hotel.

We rusten even uit bij het zwembad, waarna we ons opfrissen en terug lopen naar de Strip. We slaan het zijstraatje in, waar het veel rustiger is, en kiezen voor een restaurant dat er gezellig uitziet. Het blijkt een goede keuze: de service is prima en het eten smaakt heerlijk. Wel valt twee keer de stroom uit, maar dat schijnt – volgens het personeel – normaal te zijn!

Heerlijk gegeten bij restaurant Karsten's!

Omdat ons geadviseerd is niet in het donker rond te gaan lopen, vragen we aan het begin van de Strip hoeveel een taxi naar het hotel kost. We spreken een prijs van 150 dalasis af voor twee personen en worden keurig voor de ingang afgezet. We gaan nog niet meteen naar onze kamer, maar nemen nog één drankje op het terras, waar op dat moment een live optreden bezig is van een man die zichzelf begeleidt op zijn keyboard. Hij doet ontzettend zijn best, maar helaas zou hij niet door de voorrondes van The Voice heen komen!

Uiteindelijk keren we terug naar onze kamer. Het is een dag vol met bijzondere indrukken geweest en we zijn dan ook erg moe. De live muziek van het terras houdt ons nog even wakker, maar daarna vallen we vrij snel in slaap.


Tot morgen!

Lees verder: Dag 3