Posts tonen met het label woestijn. Alle posts tonen
Posts tonen met het label woestijn. Alle posts tonen

vrijdag 7 februari 2025

Uit in Nederland: Burgers Zoo

Donderdag 6 februari 2025
 
Vanwege de winter is het alweer even geleden dat we een uitje hebben gedaan. Alle drie zijn we namelijk niet zo van het koude weer! Omdat ons zoontje echter binnenkort naar school gaat, besluiten we om vandaag nog een laatste keer te profiteren van een rustigere doordeweekse dag voor een dierentuinbezoek: we gaan naar Burgers Zoo in Arnhem.
 
Na een bijna filevrije rit komen we rond kwart voor tien aan bij het park. We parkeren de auto op de schuine parkeerplaats en gaan dan naar de ingang. Daar zien we meteen de eerste dieren: de pinguïns.

De eerste dieren zijn de pinguïns
 
De dierentuin heeft momenteel een speciaal thema: fabeldieren. Met behulp van Dolfje Weerwolfje kun je verschillende fabeldieren, dan wel of niet bewegend, in het park vinden.

Dolfje Weerwolfje met op de achtergrond de draak
 
Langs de eerste fabeldieren, een olifant in het buitenverblijf die ver weg staat en het binnenverblijf van de olifanten, komen we bij de stokstaartjes. De meesten zijn nog binnen, aangezien het nog best fris is buiten. Om dezelfde reden zijn de doodshoofdaapjes ook nog in hun binnenverblijf.

"Naar buiten? Ik? Mij niet gezien!"
 
Om op te warmen gaan we naar de Kids Jungle, een binnenspeeltuin, waar we iets drinken en ons ‘tienuurtje’ opeten. Ook kan onze kleine klauterkabouter even lekker klimmen en glijden. Helaas moet mama verplicht mee naar de steile, bochtige glijbaan… Geen aanrader voor volwassenen!
 
Als ik weer bijgekomen ben van het klimmen en glijden (😉), gaan we verder. We lopen richting het Mangrove-gedeelte, waarbij we langs een aantal foto’s komen die de historie van Burgers Zoo vertellen. De dierentuin opende in 1913, heeft de Tweede Wereldoorlog meegemaakt en is daarna herbouwd en uiteindelijk verdeeld in verschillende ecodisplays: delen waarbij geprobeerd is het oorspronkelijke leefgebied zo goed mogelijk na te maken. De Mangrove is daar een voorbeeld van: hier leven allerlei vlinders, vissen, krabbetjes en de Caribische zeekoeien. Deze laatste dieren hebben het in hun eigen leefgebied erg moeilijk. Burgers Zoo steunt een project in Belize en bij een tafel in de Mangrove wordt ons er meer over verteld en geleerd.

Een van de vier zeekoeien in de Mangrove

Je kunt er ook dit soort krabbetjes zien

Verder wonen er ook veel vlinders.
 
Nadat we een rondje gelopen hebben, gaan we de kou weer in en wandelen we naar de Rimba: het deel met dieren uit Zuidoost-Azië. We zien de Maleise beren, de gibbons en natuurlijk de tijger. Eentje is actief langs het hek aan het lopen, een ander vindt het wel prima en doet lekker een dutje.

De witwanggibbon

Zzz...
 
Vanuit de Rimba lopen we door naar de Desert, het woestijngebied. We zien vrij snel het boomstekelvarken, maar ook de pekari’s en de schattige prairiehondjes.

Het boomstekelvarken

Een prairiehondje
 
Omdat het al bijna lunchtijd is, pauzeren we bij de Cantina. Dit lijkt op een restaurant, maar er staat alleen een automaat met flesjes frisdrank en er zijn tafeltjes met stoelen. Daar eten we onze meegebrachte boterhammen op, terwijl we genieten van het landschap met cactussen en gieren.
 
Na de lunch wandelen we naar de Bush, de tropische jungle van het park. Het is hier goed warm en erg vochtig, want daar houden de vrij rondvliegende vogels en andere dieren uit dit gebied van. We bekijken wat vogels, maar gaan dan door naar de Ocean, want we weten dat de uitgang van dat gebied ons weer terug in de Bush zal brengen.

In de Bush waan je je in de jungle
 
De Ocean, het aquariumdeel van Burgers Zoo, begint zogenaamd op het strand en gaat dan naar steeds dieper water. In verschillende grote aquaria zien we allerlei vissen, variërend van kwallen tot tropische vissen tot zelfs lichtgevende vissen. De twee mooiste stukken vinden we het aquarium met de zwartpuntrifhaaien en de luipaardhaaien en de ‘tunnel’, waarbij de gevlekte adelaarsroggen boven je hoofd langs zwemmen.

Het aquarium met onder andere de luipaardhaai

Kijken bij de zwartkin-gitaarroggen

De roggen zwemmen boven je hoofd!
 
Vanuit de Ocean komen we, zoals we al wisten, weer terug in de Bush. We bekijken de grote waterval en gaan langs bij de capibara’s, die net een verkoelende duik hebben genomen. De otters laten zich echter niet zien, hoelang we ook bij het verblijf wachten.

De capibara
 
Omdat ons zoontje toch echt wel moe is geworden van het lopen, blijven hij en ik wachten in het Bush Restaurant, terwijl papa snel naar de ingang loopt om een kinderwagen te huren. Met de gehuurde kinderwagen vervolgen we onze wereldreis met als volgende bestemming het Safarigebied.

Met de gehuurde kinderwagen gaat het een stuk vlotter
 
Het eerste dier wat we hier zien, is de cheeta. In het verblijf ernaast wonen de leeuwen, waarbij we net een gezellig onderonsje zien tussen papa leeuw en mama leeuw… Ahum, niet geschikt voor kleine oogjes! Gelukkig lijkt zoonlief niks in de gaten te hebben en kwebbelt hij verder over zijn gehuurde ‘rolstoel’, want daar vindt hij de kinderwagen op lijken.

"Hè? Ik heb niks gedaan!"
 
We lopen heuvelop langs het grote savannegebied, waar onder andere giraffen, zebra’s en neushoorns samen leven. De weg is goed steil en we zijn dan ook blij als we weer naar beneden kunnen.

Op de savanne wonen verschillende dieren samen
 
Iets verderop is het tijdelijke Duistere Woud. De adviesleeftijd is tien plus, dus gaat papa eerst even kijken of het wel te doen is. Het blijkt echter om een paar iets enger uitziende beesten te gaan, zoals een driekoppige hond en een minotaurus die een beetje beweegt en geluid maakt. Onze kleine dappere held vindt er niks engs aan en loopt vrolijk achter papa aan.

De driekoppige hond in het Duistere Woud
 
Vanuit het Duistere Woud gaan we richting het deel dat simpelweg ‘Park’ heet. Hier wonen de gorilla’s, chimpansees en wallaby’s, alleen zijn er werkzaamheden, waardoor we de dieren niet kunnen bekijken. We lopen daarom door naar de Mangrove om nog één keer bij de zeekoeien te kijken. Daarna gaan we verder richting de uitgang, waarbij we nog net het geluk hebben de Sri Lanka panter te zien.

Nog één keer kijken bij de zeekoeien

De Sri Lanka panter laat zich nog net even zien
 
Na nog een korte stop bij de Kids Jungle en natuurlijk het winkeltje, is het tijd om naar huis te gaan. We vinden het jammer, want alle drie hebben we genoten van de dag. Burgers Zoo is een prachtige dierentuin met de verschillende ‘werelden’, waarbij de Mangrove en de Bush favoriet bij ons zijn. Ook de Ocean is heel mooi gemaakt. Verder zijn er ook verschillende klimroutes en speeltuinen, zodat het voor kinderen niet alleen maar kijken is.
Een nadeel is dat het park met een kinderwagen/buggy deels lastig te belopen is. Er zijn wel paden zonder trappen, maar het hele park ligt op heuvels. Er valt hierdoor ook niks aan te doen, dat begrijpen we, maar het is regelmatig toch lastiger lopen. Dat weerhoudt ons er echter niet van om deze dierentuin als één van onze favoriete dierenparken te zien, want we vinden het echt een heel mooi park met veel te doen en veel verschillende dieren. Een aanrader!

Wie weet tot ooit, neushoorn!


zaterdag 22 september 2018

Reisverslag Canada & VS 2018: dag 9

<-- Vorige dag

Dinsdag 24 juli 2018: Bend

Volgens het officiële programma hebben we vandaag een vrije dag in Bend. Wij willen deze dag echter gebruiken om twee bijzondere plekken in de omgeving te bezoeken, namelijk Fort Rock en Lava Lands.

Voor de verandering hebben we redelijk kunnen slapen deze nacht. We staan rond half acht op, douchen en kleden ons aan en gaan dan op zoek naar het restaurant van het hotel, want het ontbijt is wederom inbegrepen. Nadat we een stuk omgelopen zijn, komen we in een wat kale ruimte met tafels en stoelen. Tegen de muur staat een warm buffet met hashbrowns (een soort gebakken aardappelreepjes), roerei, pannenkoekjes, hamburgertjes, scones en een soort saus. Ernaast is een tafel met broodroosters en brood en er is nog een gedeelte met cornflakes, melk, sap, water en koffie. Op de tafel in het midden staat het beleg in de vorm van pindakaas en jam.

We scheppen wat op en gaan aan een tafeltje bij de zijmuur zitten. Ondertussen bekijken we de eetzaal, die echt heel sfeerloos is. Er loopt één vrouw rond om het buffet aan te vullen, al neemt ze hier rustig de tijd voor. Omdat we vlak bij de keuken zitten, horen we haar mopperen tegen de kok – blijkbaar gaat het niet helemaal goed…

Na het ontbijt gaan we even terug naar de kamer om tanden te poetsen en onze spullen te pakken voor we op weg gaan. Ik heb de eer de rit van vandaag te openen. We vertrekken over snelweg 97, die door het bos loopt, en gaan verder op snelweg 31, die ook door het bos loopt. Het is eigenlijk gewoon een vrij saaie rit met een lange, lege, eentonige weg door het bos. Pas na een aantal bochten verdwijnen de bomen ineens en rijden we door een kaal, verlaten landschap met in de verte een enorme rots: Fort Rock.

Fort Rock

Het is een beetje onduidelijk waar we precies moeten zijn voor Fort Rock, dus stoppen we langs de kant van de weg voor foto. Dit is geen probleem: tijdens het kwartier dat we stilstaan, komen er maar twee auto’s voorbij.

De verlaten weg bij Fort Rock

We bestuderen de navigatie om te kijken of we dichterbij kunnen komen. De eerste weg die we in gaan, loopt dood, maar als we keren, komen we ineens bij een oud dorpje dat ons bekend voorkomt: dit is Moltown uit aflevering 9 van ‘Wie is de Mol?’! Alle oude gebouwtjes die er staan, hebben we ook op televisie gezien. We vinden het jammer dat het dorpje, dat een museum is, niet open is, maar we vinden het al heel gaaf om het te zien.

Moltown

Langs de kant van de weg zien we nu ook een bordje ‘Fort Rock’ met een pijltje. We volgen de route en komen bij een parkeerplaatsje naast Fort Rock. Het is enigszins ontwikkeld gebied met picknickbankjes en een toiletgebouw. Naast de parkeerplaats staat een grote camper met een hondenhok. In het hok zit een hondje, dat begint te blaffen als het ons ziet. Dit waarschuwt de eigenaars van de camper en de man, in een versleten korte broek en al even versleten en verkleurd T-shirt, komt naar buiten. Hij blijkt de ‘gastheer’ van Fort Rock te zijn en woont dus het hele jaar in de camper.

Zicht vanaf Fort Rock op de parkeerplaats (rechts) met de camper van de 'gastheer'

We praten even met de man, die het wel bijzonder vindt dat we uit Nederland komen. Van ‘Wie is de Mol?’ heeft hij niet gehoord, maar hij weet dat er filmopnamen bij Fort Rock geweest zijn. Hij wil graag vertellen over zijn omgeving en geeft ons een boekje met informatie over andere bezienswaardigheden in de omgeving. Ook wijst hij ons op een kraan waar we water kunnen pakken, want het is alweer erg warm.

Als we de man bedankt hebben, gaan we naar Fort Rock toe. Er loopt een paadje langs de rots, waardoor we bij het terrein komen waar de laatste opdracht van aflevering 8 van ‘Wie is de Mol?’ plaats vond. De kandidaten moesten tijdens deze opdracht proberen ongezien bij een vlag in het midden van het terrein te komen. Dit willen we zelf ook wel even uitproberen!

'Wie is de Mol?' momentje

We volgen het paadje verder, zodat we op Fort Rock zelf komen te staan. Hier hebben we een mooi uitzicht over de omgeving, al is het een beetje heiig. Hoe droog en stoffig het gebied is, zien we goed als er een auto voorbij rijdt die voor grote stofwolken zorgt.

Stofwolken veroorzaakt door een auto

Een tijdje blijven we op het stukje rots van Fort Rock staan om te genieten van het uitzicht. In de verte zijn wat bergen te zien, maar verder is het één groot woestijnachtig gebied met dorre struikjes. Alleen links van ons niet: daar is een veld dat zo vaak besproeid is dat het knalgroen is.

Fort Rock met het groene veld

We lopen nog een stukje opzij op de rots, waar we een hagedisje in een smalle kloof zien. Ook bekijken we de rotsen nog eens goed. Het doet ons ook een beetje aan Monument Valley denken, al zijn de rotsen daar natuurlijk nog mooier en aparter. Wel heeft Fort Rock, net als Monument Valley, ook een rots in de vorm van een zinkend schip.

Zinkend schip rots

Na nog wat foto’s gemaakt te hebben, gaan we terug naar de auto, waar we een broodje eten en intussen van het uitzicht genieten. Wat we nu zien, maakt het moeilijk te geloven dat we eerder vandaag door eindeloze bossen reden.

De groene bomen lijken heel ver weg

Terwijl we eten, stellen we het navigatiesysteem vast in voor de tweede stop van vandaag: Lava Lands. De route weten we eigenlijk al, want het is precies dezelfde weg terug. We overwegen om nog even bij één van de andere bezienswaardigheden te kijken die de ‘gastheer’ noemde, maar een korte rekensom later beseffen we dat het te ver is. Vanaf Fort Rock is het zeker nog een uur rijden naar het punt, wat betekent dat we vanaf daar zo’n tweeënhalf uur terug moeten naar Lava Lands. Lava Lands willen we heel graag zien, dus keren we de auto en gaan we over dezelfde weg terug.

Omdat Lava Lands een nationaal park is – officieel heet het Newberry National Volcanic Monument – is het makkelijker te vinden dan de parkeerplaats bij Fort Rock. We kunnen onze jaarpas voor de nationale parken gebruiken, die deze keer zichtbaar in de auto moet blijven. Hiervoor krijgen we een handig spiegelhangertje.

We parkeren de auto bij het Visitor Center van het park, het informatiecentrum, en raken daar aan de praat met een ranger (iemand die werkt voor het park). Ze vindt het bijzonder dat er zo veel Nederlanders ineens in dit gebied komen, maar als we haar over ‘Wie is de Mol?’ vertellen, begrijpt ze het. Ze geeft ons nog wat tips over dingen in de omgeving en wenst ons dan veel plezier in Lava Lands.

Vanaf het Visitor Center volgen we het pad dat Trail of the Molten Land heet. In het Nederlands zou je dit vertalen als: ‘Pad van het Gesmolten Land’. Lava Lands is namelijk een gebied waar vroeger een vulkaan uitgebarsten is. Het hele landschap is zwart, wat we goed te zien krijgen tijdens deze wandeling.

Het zwarte landschap

Terwijl we over het pad door het zwarte landschap lopen, zien we in de verte bekende hoge bergen van het gebied, zoals Mount Bachelor en Three Sisters. Het heeft iets heel aparts: een geheel zwart landschap en dan in de verte bergen met sneeuw.

Lava Lands met op de achtergrond de bergen

We volgen het pad helemaal tot het einde, wat een flinke klim betekent. Onder ons zien we alleen maar zwart landschap, naast ons is een grote, grijszwarte berg: de vulkaan.

Het pad met in de verte de vulkaan

Bij het eindpunt van het pad stoppen we even in de schaduw om te kijken. In het krantje dat we bij de ingang gekregen hebben, zien we dat er een shuttlebus naar de top van de vulkaan rijdt. We besluiten terug naar beneden te gaan en dan de bus naar boven te nemen. Voor de afwisseling nemen we een ander pad naar beneden, dat minder steil is. Wel horen we er een raar geluid, een soort ratel. Zou het een ratelslang zijn? Een beetje onzeker lopen we verder. Gelukkig ontdekken we de veroorzaker van het geratel: een soort vliegend insect met aparte vleugels.

Uitkijken over Lava Lands

Tussen de zwarte rotsen door lopen we terug naar het Visitor Center. Daar stappen we op de bus die ons voor twee dollar per persoon naar de top van de vulkaan brengt. Het is een zeer steile rit, maar de buschauffeur heeft er geen enkele moeite mee.

Op de top stappen we uit. We staan echt bij de krater van de vulkaan, die nu helemaal dicht is en waar zelfs bomen op groeien. Het is mogelijk om helemaal rondom de krater te lopen, maar vanwege de warmte houden we het bij een klein stukje.

De krater van de vulkaan

Aan de andere kant van de busstop kunnen we uitkijken over het land. Het eerste gedeelte is nog helemaal zwart, daarna staat er ineens een groen bos. Het is heel bijzonder om te zien.

Zwart en groen

Als de bus weer terug boven is, stappen we in om weer naar beneden te gaan. We halen nog wat koud water bij het kraantje van het Visitor Center voor we aan de rit terug naar het hotel beginnen. Het eerste stukje blijkt even lastig, want er zijn wat wegen afgesloten, maar dan zitten we weer terug op de snelweg.

Vanaf Lava Lands is het niet ver naar ons hotel, slechts twintig minuten. Zodra we er zijn, nemen we een duik in het zwembad, aangezien we wel wat verkoeling kunnen gebruiken na de lange, warme dag.

Met behulp van het foldertje van de receptie kiezen we na de duik een restaurant uit voor het avondeten. Het wordt La Rosa, een Mexicaans restaurant in een buitenwijkje van Bend waarvoor we een mooi stukje om moeten rijden. We vinden het zeer de moeite waard, want de route is mooi, het wijkje is gezellig met allemaal restaurantjes en het eten van La Rosa is heerlijk. Bend staat nu met stip bovenaan onze lijst met plaatsen waar je het lekkerst kunt eten tijdens onze rondreis.

Na het eten gaan we terug naar het hotel, waar we nog even een rondje lopen om ‘afscheid’ te nemen. We vonden het echt een heel leuk hotel, niet alleen vanwege ‘Wie is de Mol?’, en de omgeving is prachtig en bijzonder. Morgen belooft echter ook een prachtige en bijzondere omgeving: dan gaan we namelijk naar de Painted Hills, heuvels die eruit zien alsof ze geschilderd zijn.

Tot morgen!

Lees verder: Dag 10



maandag 19 september 2016

Reisverslag Noord-Amerika 2016: dag 16

Maandag 25 juli 2016: Las Vegas --> Death Valley

Na alle gekte van de afgelopen twee dagen gaan we vandaag weer de rust in: het eindpunt is de woestijn Death Valley, waar we ook zullen overnachten. In totaal leggen we vandaag zo’n 150 mijl af, wat ongeveer tweeënhalf uur rijden is.

Rond zeven uur ’s ochtends staan we op na een redelijk goede nachtrust. We nemen snel een verfrissende douche, kleden ons aan en pakken vast de meeste spullen in. Uiteraard halen we nog een voorraadje ijsblokjes om het water in ieder geval het eerste stukje van de rit nog koel te houden.

Als we rond half negen de auto ingeladen hebben, gaan we het hoofdgebouw van Circus Circus in voor het ontbijt. We komen terecht bij hetzelfde restaurant als gisteren… met deze caissière die nog steeds niet begrijpt dat ik geen vlees bij mijn ontbijt wil. Gelukkig staan mijn medereisgenoten me bij en houden we het allemaal bij een simpel broodje vanochtend.

Tegen half tien zeggen we de chaos van Las Vegas gedag en gaan we op weg naar Death Valley. Iets buiten de stad stoppen we even om te tanken en later nog een keer om geld op te nemen, aangezien de kosten voor het opnemen in Las Vegas belachelijk hoog waren ($7,95 alleen om geld op te mogen nemen…).

Met volle tank en volle portemonnees rijden we verder. Langzaam wordt het landschap bergachtiger en natuurlijk steeds droger. Er is nauwelijks begroeiing meer, alleen hier en daar wat dor gras. Bordjes langs de kant van de weg waarschuwen dat we voorbij het laatste tankstation voor Death Valley komen. We controleren onze benzinetank voor de zekerheid nog een keer en gaan dan het park in.

Onze eerste stop is bij Zabriskie Point, een uitkijkpunt over de bergen van de woestijn. Het is vanaf de parkeerplaats slechts een paar honderd meter lopen, maar heuvelop in de gigantisch droge hitte lopen is alles behalve makkelijk! Het uitzicht boven maakt echter veel goed, want het is werkelijk prachtig.

Uitzicht bij Zabriskie Point

We nemen ruimschoots de tijd voor foto’s, aangezien elke kant er anders uit ziet. Donkere en lichtere kleuren wisselen elkaar heel mooi af met hier en daar strepen gemaakt door de wind.

Prachtige kleuren en strepen in de woestijn

Na een minuut of tien wordt de hitte ons toch te veel en gaan we terug naar de auto. We rijden naar het Visitor Center, dat midden in de woestijn ligt bij Furnace Creek Ranch.

Furnace Creek Ranch

Voor het Visitor Center staat een grote thermometer, die de temperatuur van dat moment in Death Valley aan geeft. Op dit moment is het 122 graden Fahrenheit, oftewel 50 graden Celsius…

Warm? Een beetje maar!

We koelen even af in het Visitor Center, waarna we op zoek gaan naar een lunch. Het restaurant bij Furnace Creek heeft grote borden met patat en hamburgers op de kaart staan, maar daar hebben we eigenlijk niet zo’n trek in. We kiezen uiteindelijk voor een broodje van de General Store (de ‘algemene winkel’) naast het restaurant en eten het buiten in de schaduw op. Hierbij krijgen we gezelschap van verschillende vogels, die onze broodjes wel erg interessant vinden…

Nadat we de vogels ontweken hebben, gaan we terug naar de auto en rijden we naar Badwater: het laagste punt in Death Valley. Hier is het water verdampt en heeft het een grote zoutvlakte achter gelaten.

De zoutvlakte van Badwater

Bij Badwater staat ook een bordje dat aangeeft hoe laag je nu eigenlijk staat: 85,5 meter onder het zeeniveau.

85,5 meter onder zeeniveau

Omdat de hitte het echt niet toestaat, lopen we niet de zoutvlakte op, maar gaan we terug naar de auto. We rijden terug naar Furnace Creek en slaan dan af richting Stovepipe Wells Village, waar we zullen overnachten.

Uitzicht bij Stovepipe Wells Village

Als we aankomen, zijn de kamers nog niet klaar. We mogen van het hotel handdoeken lenen om naar het zwembad te gaan, maar omdat er niet echt een plek is om om te kleden, houden we het bij een verkoelend drankje in de saloon. We hebben ook geluk dat de Wifi even werkt, zodat we iedereen in Nederland gerust kunnen stellen dat we veilig bij het hotel zijn.

De saloon (bar) bij het hotel

Na het drankje kijken we nog even rond in het dorpje, dat bestaat uit een tankstation, General Store en het hotel met souvenirwinkel, saloon (bar) en restaurant. Wanneer we weer terug komen bij de receptie, blijken de kamers inmiddels wel klaar te zijn en kunnen we inchecken. Het zijn simpele kamers, maar het kunnen overnachten in de woestijn maakt het extra leuk.

De General Store bij zonsondergang

We pakken snel een beetje uit, leggen de flessen water in de koelkast en haasten ons dan naar het zwembad. Het is nog niet druk en we vermaken ons prima in het koele water. Bij het zwembad staat een basketbalnetje en er zijn twee ballen, dus al snel is er een echte wedstrijd gaande.

Wanneer het drukker wordt, verlaten we het water om op te drogen. Dit gaat uiteraard heel snel. We lopen terug naar de kamers, waar we nog een paar shirtjes wassen en buiten te drogen leggen. Rond zeven uur gaan we naar het restaurant voor een heerlijke maaltijd met onbeperkt limonade. Er wordt ook water aangeboden, maar in verband met de droogte in het gebied vragen ze je alleen water te nemen als je het echt op wilt drinken.

Met volle maag verlaten we het restaurant. We kijken nog even in de General Store en proberen de Wifi bij de lobby, maar deze werkt helaas niet doordat er te veel mensen het proberen. Tsja, wat moet je dan doen ’s avonds in de woestijn? Zwemmen natuurlijk! We nemen nog even een verfrissende duik en genieten van de nu aangename temperatuur. Als het donker wordt, lopen we rustig naar onze kamers, ondertussen de vele sterren bewonderend.

Er is weinig licht in Death Valley, dus de sterren zijn goed te zien

Op de kamers lezen we nog even in op morgen. Dan gaan we naar een heel ander landschap, namelijk het prachtige Yosemite National Park.


Tot morgen!

Lees verder: Dag 17 (Death Valley --> Yosemite)



maandag 12 september 2016

Reisverslag Noord-Amerika 2016: dag 14

Zaterdag 23 juli 2016: Zion --> Las Vegas

Na alle nationale parken en prachtige rotsgebieden krijgen we vandaag iets heel anders te zien: we gaan naar de stad Las Vegas! In totaal is het een rit van bijna 160 mijl, ongeveer tweeënhalf uur rijden.

Hoewel we geen haast hebben om naar Las Vegas te vertrekken, zijn we toch automatisch om half zeven wakker. Rond zeven uur beginnen we aan ons ochtendritueel, waarbij we nog een flinke hartverzakking krijgen als er ineens een hagedisje achter de prullenbak vandaan schiet.

Tegen half negen gaan we de auto inladen. Vervolgens checken we uit en kijken we even naar de prijzen van de ontbijtkaart van het restaurant van het hotel. Deze vallen mee, dus kiezen we ervoor om gewoon in het hotel te ontbijten. Het eten is op zich prima, maar de rekening valt flink tegen. Er blijkt namelijk al een fooi van ruim vijftien procent bijgerekend te zijn. Als we de kortingsbon van tien procent laten zien, die we bij het inchecken gekregen hebben, wordt de prijs van het eten aangepast, maar de fooi blijft precies hetzelfde. Deze passen we dus zelf maar aan, want zo geweldig was de service absoluut niet!

We verlaten het restaurant en beginnen aan de rit naar de gokhoofdstad van Amerika. Het eerste stuk rijden we nog door de bergen, maar als we eenmaal in de staat Nevada rijden, verdwijnen de rotsen en maken ze plaats voor een dor en droog landschap.

Welkom in de staat Nevada!

Als we in de buurt van Las Vegas komen, zien we al in de verte de Stratosphere Tower: de hoge toren met achtbaan en attracties erboven op. Ook zien we een aantal bekende, hoge hotels, zoals de MGM Grand. Ondertussen wordt het op de weg steeds drukker en wanneer we Las Vegas zelf echt inrijden, is de chaos compleet.

De Stratosphere Tower vanuit de verte

Gelukkig hoeven we niet lang in de chaos te rijden: we overnachten in Circus Circus, een hotel dat aan het einde van de Strip (de bekendste straat van Las Vegas) ligt. Vrij gemakkelijk weten we het hotel te bereiken, maar hoe dan verder? We vinden een parkeerplekje op de vierde verdieping in Garage 1 (in totaal zijn er drie parkeergarages). De koffers laten we nog maar even in de auto, want we weten niet of we al op de kamer kunnen.

De ingang van het hotel

Vanaf de auto lopen we naar de lift, want de receptie blijkt op verdieping één te zitten. Beneden komen duurt even, aangezien één van de liften kapot is. Als we eindelijk beneden zijn, moeten we nog een stukje lopen voor we in de chaos staan die hotellobby heet. We sluiten aan in de rij, maar dankzij de vele receptionisten gaat het redelijk snel. De kamers blijken ook al klaar te zijn, alleen is er een probleem: we mogen ze niet in voordat we de Resort Fees betaald hebben (dit zijn kosten die je betaalt voor het mogen gebruiken van het zwembad, de WiFi, etc.). Op onze hotelvouchers staat echter dat deze al vooraf betaald zijn. Na een lange discussie betalen we toch, vragen we de bonnetjes en nemen we ons voor dit in Nederland met het reisbureau te regelen.
(Notitie achteraf: dit is inderdaad keurig geregeld!)

Met een informatieboekje van het hotel en de kamersleutels op zak lopen we terug naar de parkeergarage, want onze auto moet ergens anders geparkeerd worden. Helaas doen nu beide liften het niet meer. Om onnodig geloop te voorkomen, gaat de helft van ons reisgezelschap naar de auto en blijft de andere helft bij de uitgang wachten. Ik hoor bij de helft die buiten wacht. Hier ben ik echt heel blij mee, want de zon schijnt volop en het is maar zo’n 45 graden… Ik voel mijn schoenen gewoon smelten op de stoep, zo warm is!

Uiteindelijk is de auto er dan toch. We stappen snel in, banen ons een weg door de chaos en weten de overkant van de straat te bereiken. Circus Circus bestaat namelijk uit een hoofdgedeelte met de receptie, casino’s, attracties en restaurants en uit een Manor: losse gebouwen met kamers. In totaal heeft het hotel zo’n 3800 kamers. Wij overnachten in Manor A, de eerste van de vijf losse gebouwen. Om de gezelligheid van de incheck compleet te maken, hebben we één kamer op de begane grond van het gebouw gekregen en eentje op de tweede verdieping…

We besluiten geen probleem van de kamers te maken, ook omdat we allemaal wat oververhit beginnen te raken. We brengen de spullen naar de kamers, halen ijs om de drankjes koel te houden (er is namelijk geen koelkast op de kamer) en komen even bij van de chaos die Las Vegas is.

Als we wat bijgekomen zijn, gaan we ons hotel verkennen. Typisch aan Las Vegas zijn namelijk de themahotels: elk hotel aan de Strip heeft een eigen thema. Bij Circus Circus is dit uiteraard een circusthema. Dit is vooral terug te zien aan de middenverdieping op de casinovloer, waar een aantal keer per dag een circusoptreden wordt gegeven. Deze middenverdieping bereiken is nog wel een klus, aangezien het hotel echt gigantisch groot is. Er zijn casino’s, restaurants, winkels en er is zelfs een compleet pretpark met achtbanen, draaimolens en spelletjes.

Omdat we inmiddels wel wat trek hebben, gaan we op zoek naar een broodje om te eten. Een van ons heeft eerder in Circus Circus gelogeerd en hij weet ons handig door het hotel te leiden. Onderweg komen we overal gokautomaten en speeltafels tegen, want daar staat Las Vegas natuurlijk bekend om.

Nadat we iets gegeten hebben, lopen we de Strip op. Dit is eigenlijk Las Vegas Boulevard, waaraan alle bekende hotels van Las Vegas liggen. Ze lijken heel dichtbij elkaar te liggen, maar in totaal is de Strip bijna zeven kilometer lang. Hier komen we goed achter als we naar The Venetian willen lopen, een hotel gebaseerd op de Italiaanse stad Venetië. De afstand is eigenlijk nog niet eens het grootste probleem, maar meer de enorme hitte – Las Vegas ligt immers midden in de woestijn. Voor we The Venetian bereiken, zijn we diverse winkeltjes in geweest, alleen maar om af te koelen.

Eenmaal aangekomen bij The Venetian vergeten we de hitte. Het hotel is echt prachtig, compleet met varende gondels en de bekende toren van het San Marco plein.

The Venetian - net alsof je in Venetië bent!

Ook binnen is het hotel schitterend om te zien. Het plafond is helemaal versierd bij de ingang en op de bovenverdieping is de buitenlucht nagemaakt. Zo is het net alsof je in Venetië op straat loopt.

Binnen en toch buiten...

Om het gevoel van Venetië helemaal compleet te maken, varen er zelfs gondels in het hotel – compleet met een mandolier die ‘O sole mio’ zingt.

Wie vaart er mee?

Als we The Venetian uitgebreid bewonderd hebben, gaan we met de bus terug naar Circus Circus. We hebben geluk: we mogen gratis meerijden. Terug bij het hotel lopen we nog door Adventure Dome, het pretpark van Circus Circus. Hierbij zien we alle achtbanen, draaimolens, spelletjes en andere activiteiten. Het wordt pas echt bizar als je bedenkt dat dit allemaal in een hotel gebouwd is!

Adventure Dome

Van Adventure Dome lopen we terug naar onze kamer, waar we snel onze zwemkleding aantrekken om een heerlijk verfrissende duik in één van de zwembaden te nemen. Rond half zeven gaan we weer naar de kamer, waar we ons omkleden en klaarmaken voor een avond in Las Vegas. Las Vegas is namelijk ’s avonds op z’n mooist: dan zijn alle lichtjes van de hotels te zien.

De hotelingang verlicht

We eten eerst even iets in het hotel en kopen dan buskaartjes: voor acht dollar per persoon mag je vierentwintig uur onbeperkt gebruik maken van de bus. Deze bus rijdt langs alle hotels op de Strip. Wij rijden mee tot hotel New York New York, een hotel met als thema de Amerikaanse stad New York. Zo is bijvoorbeeld de Brooklyn Bridge nagebouwd en kun je er het Vrijheidsbeeld zien. Ook leuk: het hotel heeft een eigen achtbaan… en daar gaan wij in!

De nagebouwde Brooklyn Bridge

Een wilde rit later staan we weer voor het hotel. In een rustig tempo beginnen we aan de wandeling terug naar Circus Circus, onderweg diverse keren stoppend voor foto’s.

De Strip met diverse verlichte hotels

De langste stop doen we bij het Bellagio hotel, één van de chiquere hotels langs de Strip. Dit hotel heeft als speciale attractie de fonteinenshow, die ’s avonds elk kwartier opgevoerd wordt. In totaal zijn er maar liefst dertig verschillende shows.

De fonteinenshow bij de Bellagio

Na het bekijken van de prachtige fonteinenshow lopen we nog even het hotel zelf in. Het is een heel luxueus en chic hotel, waardoor we ons in onze korte broek en shirts wat slordig voelen. We gaan snel door naar Caesar’s Palace, een hotel met een Romeins thema dat dit jaar vijftig jaar bestaat.

Bij Caesar's Palace is zelfs het Colosseum nagebouwd

Het volgende hotel waar we stoppen, is The Mirage: een hotel waar Siegfried & Roy vroeger optraden, de goochelaars die met witte tijgers werkten. Zij zijn nog steeds aan het hotel verbonden, maar treden niet meer op. De grootste attractie van het hotel is nu de nagemaakte vulkaanuitbarsting. Helaas zijn we vandaag te laat voor de show, maar we onthouden de tijden voor morgen.

Met behulp van verkeerslichten weten we de straat over te steken naar The Venetian. Hier wachten we op de bus terug naar Circus Circus. De eerste bus die aankomt, zit echter al helemaal vol. Gelukkig laat de tweede bus niet lang op zich wachten. Met veel stops onderweg rijden we terug naar ons hotel. Daar halen we nog een flesje koud drinken voor we uitgeput neerploffen op onze bedden. Het is half één ’s nachts, maar we hebben wel een geweldige avond gehad. En het mooiste? Morgen hebben we nog een dag om deze knotsgekke stad te verkennen!


Tot morgen!

Lees verder: Dag 15 (Las Vegas)